Ce diaporama a bien été signalé.
Nous utilisons votre profil LinkedIn et vos données d’activité pour vous proposer des publicités personnalisées et pertinentes. Vous pouvez changer vos préférences de publicités à tout moment.

Tips voor de amateurfotograaf

Nascholing in het kader van het comeniusproject Experts academy

  • Identifiez-vous pour voir les commentaires

  • Soyez le premier à aimer ceci

Tips voor de amateurfotograaf

  1. 1. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl 10 fotografie tips 1. maak oogcontact Wanneer een foto maakt van een persoon, is het ook van belang dat je die persoon in de ogen kijkt. Want net als in het dagelijks leven is oogcontact ook belangrijk voor een foto. Daarvoor zul je soms ook door je knieën moeten om de best mogelijke foto te maken. Zo leg je die ondeugende blik waarheidsgetrouw vast. 2. let op de achtergrond Let op de achtergrond wanneer je foto’s van mensen maakt. Een drukke achtergrond leidt af van het onderwerp. Bovendien moet je ervoor zorgen dat het niet lijkt alsof het buurjongetje een plant uit zijn hoofd heeft groeien. Ga dus op zoek naar een rustige achtergrond, maar maak geen foto met een onderwerp recht voor een muur. Daarmee haal je de mogelijke diepte uit de foto. 3. een kader creëren Creëer een natuurlijk kader om een foto spannender te maken. Gebruik dat klimrek bijvoorbeeld voor de foto van de kinderen of de herfstachtige bladeren om een mooi uitzicht net dat beetje extra te geven. Het kader creëert meer diepte in het beeld, waardoor de foto interessanter wordt. 4. gebruik je flitser buiten Als de zon schijnt, kunnen er op foto’s schaduwen komen die je met het blote oog niet ziet. Ogen kunnen daardoor bijvoorbeeld in het donker verdwijnen. Dit kun je voorkomen door de flitser te gebruiken. Daarnaast krijgt een foto meer contrast, wanneer je buiten flitst. extra tip: camera’s hebben vaak een corrigerende en een volledige flits. Bevind je je binnen anderhalve meter van het onderwerp dat je wilt fotograferen, kies dan de corrigerende flits. Sta je verderaf, dan werkt de volledige flits goed. Om het zo goed mogelijk onder de knie te krijgen, moet je het vooral vaak proberen. 5. details maken het verschil Een mooi gebouw is vaak een mooie foto waard. Probeer eens om je ook te richten op de details van een gebouw, zoals de ornamenten van een kerk. Om die details goed vast te kunnen leggen, moet je het vanuit het juiste perspectief fotograferen. Wanneer je een foto maakt vanuit dezelfde plek als waar vandaan jij de kerk bekijkt, levert dit niet het meest mooie beeld op. Doe daarom eens een stapje naar achteren en zoom op een detail in. Daardoor lijkt het alsof je meer voor bijvoorbeeld het ornament hebt gezweefd. Als je de foto’s van het totale gebouw met die van de details samenvoegt in je fotoalbum, vertel je het volledige verhaal. 6. stel eens handmatig scherp Als je een foto maakt volgens de ‘gulden snede’ en daardoor een onderwerp niet in het midden zet, moet je de automatische focus van jouw camera uitzetten. Een automatische focust gaat namelijk bij het merendeel van de camera’s uit van het midden van het beeld. Om het onderwerp scherp in beeld te brengen, stel je handmatig scherp en verander je de uitsnede alvorens de foto neemt. 7. zonsopgang of -ondergang Wanneer de zon onder of opgaat, is het licht van seconde tot seconde anders. Het licht wordt warmer, naarmate de zon dichter bij de horizon staat. Daarom is het van belang om zoveel mogelijk foto’s te maken en er echt de tijd voor te nemen. Als je eenmaal thuis in alle rust achter de computer de foto’s bekijkt, kun je een selectie maken. Als je bijvoorbeeld een eiland of gebouw op de voorgrond van de foto plaatst, krijgt de foto een mooi contrast. Wil je de foto zo spannend mogelijk maken, plaats de zon dan niet in het midden van het beeld. 8. onaangekondigd fotograferen Je kent ze wel, die ‘geposeerde’ foto’s, waarop het groepje verzameld is voor een bepaald monument en lacht naar de camera. Het kan nu juist eens leuk zijn om een groepje mensen onaangekondigd te fotograferen. Dat de mensen eens niet in de camera kijken, geeft een leuker effect. Zulke foto’s leggen het moment vaak beter vast en stralen een ontspannen sfeer uit. 9. verschillende perspectieven Foto’s kunnen vrij statische beelden tonen. Daarom kan het leuk zijn om de onderwerpen op verschillende wijzen te benaderen. Een stapje naar links of naar rechts doen of meerdere foto’s nemen, maakt al een groot verschil. Maak eens een foto terwijl je op een kruk staat of fotografeer hoge gebouwen juist wanneer je plat op de grond ligt. Het resultaat zijn foto’s met een heel andere dimensie. 10. de tijd nemen Foto’s maken, gebeurt vaak ‘even tussendoor’. Zeer zeker met een digitale camera is het steeds makkelijker over snel het knopje in te drukken. Er zijn altijd voldoende foto’s om herinneringen mee op te halen, maar het kan ook anders. Maar als je even de tijd neemt om te kijken en bedenken hoe dat uitzicht of het onderwerp het beste tot zijn recht komt, zul je zien dat de beelden net dat beetje extra hebben waardoor je die herinnering echt kunt herbeleven.
  2. 2. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl Extra tip: Denk aan de snelheid van je geheugenkaart “Naast de grootte van het geheugen is bij de sd-kaart ook de snelheid belangrijk. Dit zorgt ervoor dat je zo snel mogelijk foto’s kunt maken. De minimale (constante) snelheid van een kaart wordt aangegeven met de letter C. Voor een ‘eenvoudige compactcamera’ is 20mb/s voldoende. Voor spiegelreflexcamera’s moet je op zoek naar minimaal 30mb/s (200x). ” Korte (actuele) praktische tips. Bron: http://www.digitalefotografietips.nl/kort Composities Lenskeuze in composities De keuze van de lens (of zoominstelling bij kleine camera’s) heeft een groot effect op je compositie. Wissel van positie Door te experimenteren met standpunten, de gemaakte beelden te analyseren en steeds bij te stellen kom je uiteindelijk tot die ene foto die je wilt delen met de wereld. Compositie op zijn kop Bij het beoordelen van de balans van een landschapsfoto wordt je oog soms afgeleid door de kleinere details in het landschap, waardoor de compositie, balans en energie van de foto soms lastig te beoordelen is. Door de foto op dat moment om te draaien wordt je gedwongen naar de algehele compositie en de balans te kijken, in plaats van de kleine details waar je oog anders naar op zoek gaat. Composities met een S Rondingen en bochten geven een prettig, sierlijk en impactvol effect aan het beeld. Het is een natuurlijke vorm die je vaak in landschappen kunt vinden, maar ook de veren van een vogel, moderne auto’s of de vormen van je model. Een ronding leidt het oog in een vloeiendere en vrijere manier door de foto dan een diagonale lijn. Diepte creëren Zoek het hogerop Zoek daarom altijd naar een ander standpunt, ga door de hurken of klim op een hoger standpunt en probeer zo een ander standpunt te vinden waarop je onderwerp het beste naar voren komt. Groothoeklens ook voor macro Een groothoeklens is niet alleen heel geschikt voor het vastleggen van grote en spectaculaire landschappen, maar je kunt een groothoeklens ook goed gebruiken voor meer macro-achtige foto’s, waarbij je ook nog iets van de omgeving wilt laten zien. Voorgrond-achtergrond Als je een landschap fotografeert, probeer een boom / kerk / rotsen, etc. te vinden die je op de voorgrond kunt plaatsen om meer dieptewerking in de foto te krijgen. Reflecties in water Het is altijd weer een klein feestje als je gebruik kan maken van een reflectie om de compositie te versterken. Met een reflectie kun je een onderwerp kaderen, abstract maken of extra diepte toevoegen in de foto. Waar de horizon plaatsen Volgens de ‘compositieregels’ plaats je de horizon bij een foto op 1/3e vanaf de bovenkant of 1/3e van de onderkant. Hierdoor wordt je compositie interessanter dan wanneer je de horizon precies in het midden zou plaatsen. Maar wat bepaalt waar je de horizon in je foto plaatst? Elementen vrij houden in het beeld Instellingen Alle aapjes kijken Ter plekke leren en experimenteren heeft digitale fotografie met het LCD scherm achterop de camera een stuk makkelijker gemaakt. Je ziet direct het resultaat van de gekozen instellingen en kunt indien nodig corrigerende actie ondernemen. Maar als je na elke foto naar het scherm kijkt kun je belangrijke momenten missen. Belichtingscompensatie De camera lichtmeter is zo ingesteld dat een gemiddelde foto altijd 18% grijs gereflecteerd licht bevat. De mogelijkheid om een belichtingscompensatie in te stellen is één van de eenvoudigste methoden om een creatieve invloed uit te oefenen op een foto en betere resultaten te bereiken. Vergeet de ISO waarde niet Door de ISO waarde te verhogen kun je er toch voor zorgen dat je bij een wijd open diafragma de minimale sluitertijd kunt halen. Landschappen Zonnestralen door de bomen De grootste kans op zonnestralen heb je als je in de ochtend of avond op pad gaat en het is een beetje vochtig of stoffig in de lucht. Tegenlicht Tegen- of zijlicht helpt om het onderwerp en achtergrond van elkaar te scheiden en geeft meer diepte aan de foto, waardoor een meer 3D effect ontstaat. Grondmist fotograferen Als de eerste zonnestralen op het landschap verschijnen warmt de lucht op en kan er mist ontstaan. Grondmist is een hele vluchtige vorm van mist die soms maar een paar minuten stand houdt, maar soms ook uren stand kan houden.  
  3. 3. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl Fotograferen met tegenlicht Door het onderwerp direct tussen camera en lichtbron te plaatsen krijg je de lichtbron te zien als een heldere vlek of een sterke gloed rond het onderwerp, in mooi avondlicht kan tegenlicht het onderwerp helemaal omhullen. Het belang van voorgrond in een landschap Door op zoek te gaan naar een element om in de voorgrond te plaatsen creëer je diepte in je foto. Dit kunnen één of meer stenen zijn, maar ook een boom, riet, een muurtje, een boot, etc. Natuurlijk is het prettiger om met een strakblauwe lucht in de zon op pad te gaan, maar voor een landschapsfotograaf is dat helemaal geen feest. Juist op die grens momenten tussen droog en nat kan er iets bijzonders gebeuren en verandert de sfeer in iets unieks. Portret Maak contact Belangrijk bij het fotograferen van mensen bij een evenement is dat je contact met hen maakt. Probeer jezelf zo te positioneren dat het onderwerp je opmerkt en geef met een glimlach aan dat je graag een foto wilt maken. Als het onderwerp je aankijkt, dan is de kijker van de foto meer betrokken bij het portret. Portretten midden op de dag Door je onderwerp in de schaduw te plaatsen krijg je gelijkmatig licht, waardoor je minder risico loopt dat bijvoorbeeld de oogkassen of de helft van het gezicht te donker wordt. Ook hoeft je onderwerp dan niet de ogen dicht te knijpen voor het felle licht, waardoor je alleen maar spleetjes ziet. Portretten op een bewolkte dag Fotografeer je op dagen met hoge sluierbewolking, een bewolkte lucht of in de schaduw dan heb je geen last van de harde schaduwen en kun je alle fijne details van je model vastleggen. Portretten in zwart-wit Als je in JPG formaat fotografeert adviseer ik toch om foto’s te nemen met alle kleurinformatie intact. De camera registreert dan namelijk niet de 16 miljoen kleuren zoals in normale kleurenfoto’s, maar legt slechts 256 grijstonen vast. Privacy en fotografie Mag je zomaar mensen op straat fotograferen? Op straat geldt in principe de regel “Publicatie mag, tenzij dit een redelijk belang van de geportretteerde schendt.” Praktijk Kort Google Maps voor fotolocaties Een onmisbaar hulpmiddel is Google Maps, met name de Streetview beelden die Google met rondrijdende auto’s opneemt bieden veel inzicht in een fotolocatie. Bewolkte dagen Onder bewolkte omstandigheden komen de natuurlijke kleuren beter uit, doordat de lucht een grote softbox vormt die het licht verzacht. Bewolkte dagen zijn perfecte om bijvoorbeeld bloemen of watervallen vast te leggen. Door het ontbreken van de felle zon heb je geen schaduwen en kunnen de lichte delen ook door de camera worden vastgelegd, waardoor je de bloem in zijn volle glorie kunt laten zien.   Fotograferen in de regen Over het algemeen kunnen camera’s namelijk beter tegen de regen dan mensen, zo lang je er maar voorzichtig mee om gaat. Een wolkbreuk zoals in de middag zal de camera niet overleven, maar motregen is geen enkel probleem. Schemering Na zonsondergang is het niet direct zwart, maar heb je nog een periode dat er kleur in de lucht is. Dit verdient de voorkeur boven een puur zwarte lucht. Invulflits De TTL functie van de flitser zorgt er automatisch voor dat het silhouet wordt ingevuld, terwijl het licht in de lucht ook nog steeds wordt vastgelegd. Door met de flitscompensatie en het diafragma te spelen kun je de hardheid van het licht beïnvloeden. Landschap in de regen In de regen krijgt het landschap een geheel nieuwe aanblik. Kleuren worden veel duidelijker door het zachte verstrooide licht, waardoor ze veel beter uit komen, zeker in de herfstperiode. De kleur spat soms van het scherm. Blijf fotograferen na zonsondergang Ondanks dat de zon onder de horizon is kan de lucht nog steeds worden verlicht door de zon en door de invalshoek van het licht ontstaan mooie kleuren in de aanwezige wolken. Zo kun je nog prima 1-1,5 uur na zonsondergang of voor de zonsopkomst (door) fotograferen. Fotograferen uit de hand bij weinig licht Zonder statief is het niet meteen einde oefening in een situatie met weinig licht, met goede techniek kun je ook in niet-ideale omstandigheden nog een bruikbare foto krijgen.(Gebruik ook de zelfontspanner ... helpt!) De kracht van de beperking = Less is More Tijd: Wachten is soms nodig (wolk). Kinderen en dieren vragen dan weer snel handelen.  
  4. 4. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl Gulden snede als gouden basisregel Wanneer we foto's maken, eindigt het onderwerp veelal precies in het midden. Het resultaat is vaak een wat saaie foto. Dat kun je voorkomen als je onderwerpen op andere manieren in beeld probeert te brengen. Hiervoor kan de 'gulden snede' van pas komen. De ‘gulden snede’ vindt zijn oorsprong in de oudheid, en wordt tegenwoordig toegepast in verschillende vakgebieden, waaronder fotografie. De 'gulden regel' staat bekend onder verschillende namen zoals de ‘regel van drieën' of de ‘regel van derden’. Het werkt zo: Je verdeelt het beeld in het zoekscherm van je camera in negen gelijke vlakken, door er twee verticale en twee horizontale lijnen door te trekken. Waar de lijnen elkaar kruisen, ontstaan dan vier snijvlakken die belangrijk zijn voor het maken van mooie foto’s. Als je het onderwerp in plaats van in het midden, op één van de vier snijvlakken plaatst, wordt de foto gelijk spannender. Geef de foto ook een beter perspectief te geven door de horizon in je foto te plaatsen op de onderste of de bovenste lijn. Tips voor betere vakantiefoto’s DOOR KENNETH VERBURG De vakantie is voor de meeste mensen de belangrijkste gebeurtenis in het jaar om met een camera op stap te gaan. De thuisblijvers worden steevast verrast met mooie verhalen, maar ook ellenlange presentaties. Hoe zorg je er nu voor dat jouw vakantiefoto’s er zo uitspringen dat de thuisblijvers de volgende vakantie ook richting die bestemming boeken en niet halverwege het verhaal afhaken. Voorbereiding/voorpret De voorpret is een belangrijk onderdeel van de vakantie. Vooraf probeer ik ruwweg te noteren welke plekjes ik wil gaan bezoeken. Het is niet een planning die een hele dag inclusief datum vastlegt, maar ik wil er wel voor zorgen dat de dingen die interessant zijn en dicht bij elkaar liggen op dezelfde dag bezocht worden, dat ik geen dingen mis die de moeite waard zijn. Belangrijke hulpmiddelen zijn onder andere de sites van de lokale VVV, boekjes over de bestemming (de Rough Guides vind ik over het algemeen interessanter dan Lonely Planet), maar ook Wikipedia, Google Maps en Flickr. Via Flickr Places krijg je snel een idee van de fotografische mogelijkheden van een plaats. De Free Photo Guides beschrijven voor fotografen interessante plekken, hoewel nog lang niet alle landen worden gedekt. Ik heb gemerkt dat meer dan twee dingen plannen per dag eigenlijk niet te doen is, vaak ben ik toch wel 4-5 uur in een bepaald gebied of op een bepaalde locatie, hangt een beetje af van hoeveel er te doen is, en fotograferen is ondanks dat het ontspannend is ook wel een intensieve bezigheid. Zeker als je ook zelf aan het autorijden bent van en naar locatie. Als je een nieuwe camera hebt gekocht voor je vakantie, zorg er dan voor dat je er thuis al mee hebt gespeeld en dat je weet wat de belangrijkste functies doen. Niets is zo vervelend als halverwege de vakantie te constateren dat je al de hele tijd met de verkeerde instellingen aan het fotograferen bent. Neem de handleiding mee, vaak zijn ze klein en wegen bijna niets. Laat details van de omgeving zien… Afhankelijk van of je bijvoorbeeld een laptop meeneemt en in RAW of JPG fotografeert heb je een andere behoefte aan geheugenkaartjes. Van geheugenkaartjes kun je er nooit genoeg hebben, beter te veel dan dat je aan het eind van de vakantie foto’s moet gaan wissen. Dit moest ik één keer doen aan het eind van een week in San Francisco, net die avond was het mooiste licht en moest ik uiteindelijk tijd verspillen aan het verwijderen van foto’s. Ik heb nu altijd mijn laptop bij me op vakantie, niet voor werk, maar omdat ik elke dag een foto op mijn fotoblog wil plaatsen en alvast de foto’s wil organiseren zodat ik details van de
  5. 5. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl dag kan onthouden. Ik heb ongeveer 20-30GB aan vrije ruimte, genoeg voor behoorlijk wat RAW foto’s, maar daarnaast heb ik ook een 160GB USB schijf die ik direct op mijn laptop kan aansluiten als extra backup. Heb je geen laptop (bij je), probeer dan in ieder geval zo veel mogelijk geheugenkaartjes mee te nemen of bijvoorbeeld een imagetank (een harde schijf met een geheugenkaartlezer) zodat je niet voor de keuze komt om dierbare vakantieherinneringen te wissen. Vergeet ook niet extra batterijen mee te nemen. Niets zo vervelend als tijdens schitterend licht in de avond te moeten constateren dat de batterij op is. Ik heb altijd twee batterijen bij me, waarvan er in ieder geval één volledig opgeladen is, genoeg voor ruim 600 foto’s. Bedenk ook dat batterijen onder hele warme omstandigheden minder lang mee gaan dan onder gematigde omstandigheden. Hetzelfde geldt voor hele koude omstandigheden. Denk na over verzekeringen. Ik heb een doorlopende reisverzekering (voor enkele euro’s per jaar) die het grootste gedeelte van mijn camera-apparatuur dekt. Ik zou niet graag mijn Canon EOS 5D met bijbehorende lenzen opnieuw moeten aanschaffen. Zorg er voor dat je thuis opschrijft wat de serienummers van je lenzen en camera zijn en neem het telefoonnummer van de verzekering mee (ook handig om eventueel bankpassen of creditcards te laten blokkeren bij diefstal). Let op voor een overlap, maar ook uitsluitingen, bij een kostbaarheden- en reisverzekering. Ik heb er voor gekozen die bij dezelfde verzekeringsmaatschappij af te sluiten zodat men niet naar elkaar gaat wijzen. Op locatie Van vrijwel elk land of stad kun je een beeld voor de geest halen van de belangrijkste monumenten en attracties, vaak überhaupt een reden om een bepaalde plaats te gaan bezoeken. Deze onderwerpen zijn al miljoenen keren gefotografeerd. Vaak vanuit dezelfde hoek (er zijn plekken waar mensen in de rij staan om vanuit dezelfde hoek een foto te maken), bij de eerste blik, met een medium lens van ooghoogte en onder dezelfde lichtomstandigheden. En zo voor alle attracties. Zo’n overzicht van gelijke hoeken gaat snel vervelen. Daarnaast grote kans dat mensen die je foto’s bekijken deze plekken ook zo kennen. De kunst is om toch een apart beeld te geven van die plek en een afwisselende serie foto’s te produceren. Toon een ander beeld van een bekende locatie… Dit betekent niet dat je het geijkte beeld maar gewoon moet laten voor wat het is. Vaak probeer ik systematisch van het grote beeld naar de details te werken. De eerste beelden zijn dan een soort ‘safety shots’, vastleggen hoe de omgeving er uit ziet en mezelf vrij maken om snel door te kunnen om andere invalshoeken te zoeken en de foto’s meer onderscheidend te maken. Gebruik foto’s genomen van afstand om de omgeving te tonen, ga vervolgens dichter bij voor een krapper kader en detailfoto’s. Loop rond de locatie voor een andere blik. Wissel horizontaal en verticaal af, probeer andere hoeken te vinden, juist hoger of lager te gaan staan en dan weer op ooghoogte, gebruik groothoek- en telelenzen door elkaar en probeer door de afwisseling en de opbouw een verhaal te vertellen. Eén of meerdere dagen Afhankelijk van of je één of meerdere dagen op een locatie bent zul je het fotograferen anders benaderen. Kom je maar één keer op een plek, dan heb je het niet voor het kiezen. Midden op de dag, het weer zit niet mee, veel drukker dan verwacht, etc. Dan komt het er gewoon op aan het beste te maken van de situatie, niet te veel te denken aan ‘wat als…’ en gewoon te genieten van de vakantie en het gezelschap. Soms zit het mee en soms zit het tegen. Het valt me altijd weer mee wat er uit een slechte situatie valt te slepen. Simpelweg wat geduld hebben helpt ook, even wachten tot het groepje weer verder is getrokken of de zon net weer uit de wolken komt. Zit je iets langer in het gebied of in een stad, dan heb je kans om op een ander moment nog een keer terug te komen om een bepaalde scène onder betere omstandigheden vast te leggen. Let dan op waar de zon staat om te bepalen of je beter ‘s ochtends, ‘s avonds of juist midden op de dag terug kunt komen en houd het weerbericht in de gaten. Een tweede keer terug gaan naar een plek kan ook helpen om nieuwe gezichtspunten te vinden. Kijk ook in de rekken met ansichtkaarten welke gezichtspunten andere fotografen hebben genomen en onder welke omstandigheden. Dat is een goed startpunt om uiteindelijk je eigen draai aan een foto te geven. Met behulp van een kaart probeer ik ook interessante locaties te zoeken, soms heb je betere mogelijkheden om een interessante compositie te maken van een grotere afstand, bijvoorbeeld als je de Eiffeltoren gaat fotograferen.
  6. 6. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl Belichting Tijdens hoogzomer midden op de dag, als de zon erg hoog aan de horizon staat en er weinig wolken zijn worden alle delen van een scène gelijk belicht, er is weinig contrastverschil tussen de schaduwen en de lichte delen waardoor de foto als saai wordt ervaren. Of de zon is juist zo fel dat er diepzwarte schaduwen ontstaan, waardoor je allerlei belichtingsproblemen krijgt. Dit is het moment waarop veel toeristen fotograferen in de zomervakantie, tussen 10/11u en 16/17u. Ook op zonnige dagen zijn er mooie plaatjes te maken… Vroeger of later op de dag, als de zon lager aan de horizon staat heb je meer mogelijkheden om met het licht te spelen. Door jezelf en je onderwerp in een bepaalde hoek met de zon te plaatsen kun je verschillende effecten bereiken. Als je mensen fotografeert, probeer ze dan volledig in de schaduw te plaatsen zodat je een gelijke belichting kunt krijgen, ga in ieder geval niet met je rug direct naar de zon staan, dan loop je grote kans dat degene die je fotografeert met dichtgeknepen ogen de lens in kijkt. Tips Let op dat er geen zaken in de foto zitten die afleiden en de aandacht van de kijker van het eigenlijke onderwerp kunnen weghalen. Dingen zoals spiegels, ramen, felle kleding in de groepen mensen, etc. Probeer afleidingen te reduceren door een paar stappen naar links of rechts te doen. Alles wat de aandacht van het hoofdonderwerp kan weghalen moet zo veel mogelijk uit de foto weg. Kijk met je oog langs alle randen van het kader, zoom waar nodig in. Veel mensen werken erg hard om geen mensen in het beeld te krijgen. Dit geldt vooral voor toeristen (die zijn overal), maar vooral de lokale bevolking kan juist dat extra aan de ‘rapportage’ geven en de sfeer van het land of de stad tonen. Bij de Toren van Pisa houden veel mensen hun hand tegen de toren om te voorkomen dat hij omvalt, dat is een bekend plaatje. Dan kan het juist weer interessanter zijn om de mensen vast te leggen die de andere mensen vastleggen. Foto’s van reisgenoten of van jezelf geven een persoonlijk tintje aan het overzicht, probeer alleen te voorkomen dat je er op elke foto als een Japanse toerist bij staat. Probeer spontane momenten te vinden om vast te leggen, laat zien hoe leuk het was op vakantie en wat jullie samen hebben gedaan. …en vergeet de compositieregels niet. Ga van het gebaande pad af, stop op interessante plekjes richting je eindbestemming, neem de toeristische route. Als je wandelt zie je meer dan wanneer je fietst, als je fietst zie je meer dan wanneer je met de auto rijdt. Een langzamer ritme zorgt er voor dat je meer gaat zien. Soms is het zonde van de tijd, een andere keer vind je de verborgen schatten van een gebied. Je bent op vakantie, vul niet de hele dag met fotografie (tenzij je expliciet op een fotografie reisje bent en je reisgenoten dit ook zijn), maar ga iets vroeger op stap of ga er ‘s avonds nog even op uit om de foto’s te maken. In elke dag zijn wel 1-2 uur te vinden die je kunt besteden aan het fotograferen zonder je reisgenoten tot last te zijn. Parkeer de kinderen bij het zwembad, laat de wederhelft ‘shoppen’, creëer speciale tijd voor je fotografie, maar geniet er ook van dat je met je mensen die je (hopelijk) aardig vindt op stap bent in een interessante omgeving, plaats of cultuur. Aansluitend op dat punt, vergeet niet te genieten van waar je op dat moment bent. Beleef niet de hele vakantie door de camera, waardoor je pas achteraf via de foto’s ziet waar je geweest bent. Weer thuis Ben je weer thuis, dan begint het grote uitzoeken (als je dit niet zoals ik al gedeeltelijk op locatie doet). Foto’s naar de computer verplaatsen en backuppen zijn de eerste handelingen, pas als de backup er is gaan de foto’s van de geheugenkaart. Vervolgens selecteren welke foto’s het meest interessant zijn en eventueel bewerkingen toepassen. Probeer een afwisselend geheel te maken, 20 foto’s van dezelfde locatie voegen meestal weinig toe aan de indruk die iemand krijgt van de locatie. Niemand is geïnteresseerd in al je foto’s, probeer de beste er uit te pikken. Je foto’s kun je op je computer laten staan, maar leuker is deze met anderen te delen, bijvoorbeeld door ze op een online fotodienst te plaatsen (Flickr, Smugmug, Mijnalbum, Zoom.nl gallery, etc.). Je kunt ze dan vaak ook groeperen en van tags voorzien zodat je een organisatie kunt aanbrengen en mensen commentaar kunnen achterlaten. Een leuke manier om je foto’s te presenteren is in een foto-album. Bij veel winkels kun je online je foto’s doorsturen en een fotoboek ontwerpen. Probeer met je foto’s een verhaal te vertellen, door bijvoorbeeld 3-4 foto’s van een locatie te plaatsen waarbij je de omgeving laat zien, maar ook detailfoto’s en andere dingen die opvallen. Ben ik echt heel erg tevreden over een foto, dan laat ik soms ook een canvasdoek maken
  7. 7. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl voor aan de muur. Bij bezoek is dat vaak een mooie aanleiding om het over de vakantie of je fotografie te hebben. Ik hoop dat ik je een goed idee heb gegeven van waar je aan kunt denken voor, tijdens en na je vakantie. Geniet ervan en vergeet ook niet nadat je weer thuis bent tijd te maken voor je fotografie, nu je de ‘groove’ weer te pakken hebt. Woordenboekje: A AA Veelgebruikte afkorting waarmee de gewone penlite-batterij bedoeld wordt. AAA Het kleinere zusje van de penlite, ook wel mini-penlite genoemd, wordt meestal gebruikt voor afstandsbedieningen, maar ook voor sommige camera's. AE (Auto Exposure) Automatische belichting. AF (Auto Focus) Automatisch scherpstellen. Afdrukvertraging De tijd tussen het drukken op de knop en het werkelijk maken van de foto. Aperture Engelse term voor diafragma B Beeldruis Ontstaat vooral als je bij weinig licht hogere ISO-waarden gebruikt. De foto wordt grover en je ziet willekeurig gekleurde pixels in de foto. Beeldsensor (beeldchip) Het onderdeel in de digitale camera dat het licht dat door de lens naar binnenvalt, registreert via miljoenen lichtgevoelige elementen. Beeldstabilisatie Systeem dat ervoor moet zorgen dat foto's bij langere sluitertijden of ver inzoomen niet ‘bewogen’ zijn. Een mechanisch of optisch systeem heeft de voorkeur. Een digitaal/elektronisch systeem heeft namelijk impact op de beeldkwaliteit. Een optisch of mechanisch systeem vermindert (als het goed is) de onscherpte die veroorzaakt wordt door de beweging van je hand. Als je onderwerp beweegt, helpt zo’n systeem niet om de onscherpte te verminderen. Beeldstabilisatie, digitaal of elektronisch Bij digitale beeldstabilisatie, aangegeven met verschillende namen (bijv. digital shake reduction) wordt bijvoorbeeld de ISO- waarde automatisch verhoogd, zodat ook een kortere sluitertijd ingesteld kan worden. Dan wordt je plaatje inderdaad minder onscherp, maar een hogere ISO-waarde zorgt voor meer beeldruis. Om dat weer te verminderen, voeren veel camera’s die deze functie hebben, ook softwarematige verscherping en ruisonderdrukking uit. Maar het algehele kwaliteitsverlies is aanzienlijk. Soms zien de foto’s er wel wat scherper uit, maar het effect is: minder ruis (een ‘zachter’ plaatje) en minder goede resolutie in de fijne details (door de verscherping). Maar in veel gevallen is de overblijvende ruis duidelijk zichtbaar en erger dan wanneer de ‘stabilisatie’ functie uit staat. Beeldstabilisatie, mechanisch Een mechanisch beeldstabilisatiesysteem zit bij de beeldsensor. Met sensoren wordt de horizontale en verticale snelheid gedetecteerd die meteen door beweging van de beeldsensor wordt gecompenseerd. Beeldstabilisatie, optisch Een optisch beeldstabilisatiesysteem maakt deel uit van de lens. Met sensoren wordt de horizontale en verticale snelheid gedetecteerd die meteen door het lenselement wordt gecompenseerd. Belichtingscorrectie Hiermee kun je een foto wat donkerder of lichter maken dan met de dan geldende instellingen. Op de camera meestal aangegeven met een vierkant plus/min symbooltje en/of de afkorting EV (Exposure Value). Belichtingsprogramma Bij digitale camera's kun je fotograferen in de automatische stand en bij meer geavanceerde camera's ook volledig handmatig. Daartussenin hebben fabrikanten de mogelijkheid gecreëerd om zonder fotografische kennis zelf instellingen te doen die passen bij de situatie waarin gefotografeerd wordt. Je kunt kiezen tussen verschillende belichtingsprogramma's, bijvoorbeeld sneeuw & strand, kaarslicht, vuurwerk. Brandpuntafstand Afstand van het brandpunt tot het midden van de lens- of spiegelpunt, waarin lichtstralen na breking elkaar snijden. Bridge-camera Een compactcamera die qua gewicht, formaat en instelmogelijkheden in de buurt komt van een spiegelreflexcamera, maar niet het spiegelsysteem heeft, geen verwisselbare lenzen en een kleinere beeldsensor. BSS (Best Shot Selector) Als u deze functie inschakelt, maakt de camera snel maximaal 10 foto’s achter elkaar en kiest daar de beste uit. Bulb Als je camera in de bulb stand staat, kun je de sluitertijd handmatig beinvloeden. De sluiter blijft net zo lang open als je de knop ingedrukt houdt.
  8. 8. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl C CCD (Charge-Coupled Device) CCD (Charge-Coupled Device): Type beeldsensor. In een CCD wordt de hoeveelheid licht geregistreerd, maar om een digitaal signaal te maken is een apart onderdeel in de camera nodig. Nadelen t.o.v. CMOS: duurdere productie, afwezigheid digitaal signaal, dus extra elektronica nodig en hoger energiegebruik. CF (CompactFlash) Type geheugenkaart dat vooral gebruikt wordt voor spiegelreflexcamera’s, hoewel ook daarin steeds vaker SD(HC) kaartjes gebruikt worden. CF I is 3,3 mm dik, II 5 mm. CMOS (Complementary Metal Oxide Semiconductor) Type beeldsensor. In een CMOS-sensor wordt het licht niet alleen geregistreerd, maar ook omgezet in een digitaal signaal. Voordelen t.o.v. CCD zijn: goedkopere productie, direct digitaal signaal, dus geen extra elektronica nodig en lager energiegebruik. Inmiddels verholpen nadelen waren: ruispatroon en lagere lichtgevoeligheid. Compactcamera Een camera uit één geheel. Compressie Een ongecomprimeerde digitale afbeelding neemt veel ruimte in beslag; een lage-resolutieafbeelding van 640x480 pixels en 24-bits kleurweergave kan makkelijk een megabyte ruimte in beslag nemen. Door toepassing van compressie (zoals JPEG) wordt deze beeldinformatie samengepakt en opgeslagen in minder ruimte. Continu-opnamen zie Serie-opnamen Contrast Het verschil tussen de lichtste en donkerste delen van een foto. Bij veel zon krijgt je foto vaak een hoog contrast tussen schaduw- en lichte delen. Als het contrast te hoog is, gaan details verloren in de lichtste en/of donkerste delen van een foto. D Diafragma-opening De opening waardoor het licht op de beeldsensor valt. De grootte ervan is afhankelijk van de instellingen. Bij een kleinere opening is de sluitertijd langer en de scherptediepte groter. Diafragma-prioriteit/Voorkeur Op de camera meestal aangeduid met A of Av. In deze stand kies je zelf de diafragma- opening en de camera kiest de bijbehorende sluitertijd. Diafragma-waarde De waarde waarmee de grootte van de diafragma-opening wordt aangegeven. Hoe lager de waarde, des te groter de opening. Op de lens van een camera staat meestal achter een één met een dubbele punt aangegeven wat de grootst mogelijke opening is in groothoekstand en in telestand, bijvoorbeeld 1:2.8-5.6. Digitale zoom Bij digitaal zoomen wordt ingezoomd op de foto zelf (een kleiner deel van de sensor wordt gebruikt). Optische effecten zoals het 'platter' worden van het beeld bij een telelens zijn er niet. Het is vergelijkbaar met het achteraf bijsnijden van een foto. Bij een groot aantal pixels is enigszins digitaal zoomen geen probleem. Doorzichthoeker Dat deel van de camera waar je doorheen kan kijken om te bepalen wat er op de foto komt. De meeste compactcamera’s hebben geen doorzichtzoeker meer, maar alleen nog een LCD-scherm. (zie ook zoekertype). Dpi Aanduiding voor de resolutie van een printer. Het aantal inktdruppeltjes dat een printer per inch kan afdrukken. Voor de beste print gebruik je de hoogste resolutie van je printer, maar de foto zelf kan een lagere resolutie hebben (zie ppi). Met 150dpi kun je al goede afdrukken maken en hoger dan 300 dpi hoef je eigenlijk niet te gaan. DSLR (Digital Single Lens Reflex) Aanduiding voor digitale spiegelreflexcamera. E EXIF (Exchangeble ImageFile Format) Formaat waarin bij het jpeg- of RAW bestand van de foto informatie wordt opgeslagen (o.a. cameratype, datum, diafragma, sluitertijd en zoomfactor). F Foto-sites De lichtgevoelige elementen op de beeldsensor. Fotodiodes De lichtgevoelige elementen op de beeldsensor. FourThirds Aanduiding voor een systeem van spiegelreflexcamera's, waarbij de sensor een beeldverhouding heeft van 4:3, in plaats van de conventionele 3:2 beeldverhouding. Daardoor kunnen lenzen en camera iets kleiner zijn. Full frame sensor Full frame sensoren zijn 36 x 24 mm (kleinbeeldformaat) en worden gebruikt in dure, professionele camera’s. De beelddiagonaal is ongeveer 43 mm. Ter vergelijking: Sensoren in compactcamera’s hebben een diagonaal van ongeveer 6 tot 11 mm. Bij instapmodellen voor spiegelreflexcamera’s is dat ongeveer 22 tot 28 mm. G Groothoeklens Een lens met een
  9. 9. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl (zoom)bereik van 24 tot 35 mm, waarbij er meer op de foto komt dan bij een standaard lens. Het zoombereik van compactcamera’s begint meestal bij 35 tot 38 mm, maar er zijn ook redelijk wat camera’s met een startwaarde van 27 of 28 mm. H HD High Definition. Aanduiding voor een hoge resolutie van videobeelden. In feite is HD 2,1 megapixel. Histogram Grafiek die je in fotobewerkingssoftware, maar ook in steeds meer camera’s zichtbaar kunt maken. Als de grafiek helemaal links uitschiet, zit er veel zwart in de foto en is de foto deels onderbelicht. Als de grafiek naar rechts uitschiet, is een deel van de foto juist overbelicht. I IPTC-gegevens Standaard van de International Press Telecommunications Council. Bedoeld om extra gegevens aan de foto toe te voegen naast de EXIf gegevens die door de camera aan het bestand meegegeven worden. IS Afkorting voor Image Stabilisation, ofwel beeldstabilisatie. ISO-waarde Lichtgevoeligheid. Bij mooi weer is een ISO-waarde van 100-200 normaal en bij slecht weer of weinig licht gebruik je meestal 400 of hoger. Bij een sommige camera’s kun je de ISO-waarde instellen van 50 tot 6400. Andere camera’s hebben een kleiner bereik. Hoe hoger de ISO-waarde, des te meer beeldruis. Soms zijn nog hogere waarden mogelijk, maar dan is het aantal megapixels beperkt. J JPEG Het meest gebruikte en kleinste formaat om foto’s in op te slaan, waarbij altijd kwaliteitsverlies ontstaat. Er wordt minder kleurinformatie opgeslagen omdat het menselijk oog toch niet alles kan zien. De manier waarop dat wordt gedaan verschilt per camera en is van invloed op de beeldkwaliteit. Elke keer als je iets aan een Jpeg-bestand verandert en opslaat, gaat de kwaliteit iets achteruit omdat het na een verandering helemaal opnieuw berekend wordt. K Kleinbeeldformaat 36 x 24 mm. Afmeting van kleinbeeldnegatief (analoge fotografie). Zie ook Full frame sensor. Kleurbalans De nauwkeurigheid waarmee kleuren van een opname overeenkomen met de oorspronkelijke scène. Kleurcorrectie Aanpassen van kleur in een foto om een optimale kleurinstelling te bereiken of kleurzweem te verwijderen. Kleurweergave De nauwkeurigheid waarmee kleuren van een opname overeenkomen met de oorspronkelijke situatie. L Lens In onze teksten praten wij voor het gemak meestal over de ‘lens’ die bij een camera zit (of er deel van uitmaakt). Dit is niet helemaal correct, want zo’n ‘lens’ bestaat uit meerdere lenzen, en dat heet officieel een ‘objectief’. Een lens is officieel maar één stuk geslepen glas. Live-view Een functie op spiegelreflexcamera’s die het mogelijk maakt om de foto die je gaat maken op het scherm te zien. Bij spiegelreflexcamera’s kon je voorheen de foto pas op het scherm zien als deze in het geheugen opgeslagen is. M Macro Officieel betekent ‘macro’ dat het onderwerp van de foto op ware grootte of groter op het oppervlak van de sensor terecht komt. Macrofotografie gaat van ware grootte (1:1) tot een vergroting van 50 keer. Bij ‘close-up’ fotografie denken fotografen aan ware grootte tot een vergroting van 10 keer. De macrofunctie van een camera zorgt ervoor dat het autofocus systeem veel dichterbij probeert scherp te stellen. Megapixel Resolutie van 1 miljoen pixels. Een megapixel digitale camera zou bijvoorbeeld een resolutie van 1152x864 pixels hebben. Megazoom zie ‘bridge camera’ Metadata / Metagegevens Gegevens over ‘informatie’, in dit geval gegevens over digitale foto’s (zie ook EXIF-gegevens). MFT Micro FourThirds. Aanduiding voor een systeem van spiegelloze camera's met verwisselbare lenzen. Dit wordt gebruikt door Olympus en Panasonic. In dit systeem wordt dezelfde sensor gebruikt als in het FourThirds- systeem, maar de lenzen en camera's zijn kleiner door het ontbreken van het spiegelsysteem. MOS (Metal Oxide Semiconductor): Type beeldsensor. Zie ook CCD en CMOS. MOS- beeldsensoren worden gebruikt door Panasonic, Olympus en Leica. MOS- sensoren lijken op CMOS-sensoren, maar Panasonic heeft bij de ontwikkeling geprobeerd om meer licht op elk
  10. 10. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl sensorelementje te laten vallen, o.a.door meer ruimte te creëren op het sensoroppervlak. O Objectief Het totaal van meerdere lenzen (zie ook lens). Optisch zoombereik Het zoombereik dat gerealiseerd wordt door de lenzen in de camera, zonder gebruik te maken van digitale zoom P Pictbridge PictBridge is een open standaard, waarmee een digitale camera direct aan een printer gekoppeld kan worden om foto’s te printen. De computer zelf is daarbij niet nodig. Ppi Het aantal pixels per inch. Aanduiding voor de resolutie van een beeld. Hoe hoger de waarde, des te kleiner wordt het beeld op het scherm of op papier. Voor beeldschermweergave is 72 ppi voldoende. Priority mode Een meer geavanceerde camera beschikt over priority modes. Je kunt daarmee sluitertijd óf diafragma zelf bepalen en zo 'voorrang geven'. Als de sluitertijd voorrang heeft, wordt het diafragma daaraan aangepast en vice versa. Dit is makkelijker dan volledig handmatig instellen, waarbij je beide instellingen zelf moet bepalen. R RAW-formaat Alle spiegelreflexcamera’s en sommige megazooms kunnen foto’s onbewerkt, dus zonder compressie in RAW- formaat opslaan. In dit RAW-formaat zijn nog geen pixels berekend, maar is alleen vastgelegd hoeveel licht elke fotodiode op de sensor heeft opgevangen. RAW- bestanden zijn véél groter dan JPEG- bestanden, kunnen niet zomaar door alle software gelezen worden en moeten bijna altijd bewerkt worden. Resolutie De resolutie van een digitale foto geeft aan hoe gedetailleerd hij is. Resolutie wordt uitgedrukt in beeldpuntjes per inch (zie ook: dpi of ppi). Hier geldt altijd: hoe meer puntjes, des te hoger de resolutie en des te groter het bestand. RGB Rood, groen en blauw, de basiskleuren waaruit alle andere kleuren op computerbeeldschermen samengesteld kunnen worden. Richtgetal Aanduiding voor de hoeveelheid licht die een flitser kan produceren. Voorbeeld: als je met een flits met richtgetal 32 iets wilt fotograferen op 4 meter afstand, moet je diafragmawaarde 8 gebruiken (32/4=8). Een richtgetal geldt bij ISO waarde 100. Ruis zie Beeldruis. S Scannen Het omzetten van een beeld op papier naar een digitaal beeld met een scanner. Scene Instelling op de camera waarbinnen je kunt kiezen voor verschillende belichtingsprogramma's, geschikt voor verschillende situaties/scenes. Scherptediepte Welk deel van de foto scherp weergegeven wordt en welk deel als achter- of voorgrond: Veel scherptediepte: uitzoomen, verder weg gaan staan en een kleine diafragma-opening (=hogere waarde). Weinig scherptediepte: inzoomen, dichterbij gaan staan (scherpstellen mogelijk probleem) en een grote diafragma-opening (=lagere waarde). SCN Veel voorkomende afkorting op camera's voor 'scènes'. Zie ook: belichtingsprogramma. SD-kaart (Secure Digital) Het meest populaire type geheugenkaart, gebaseerd op het oudere type Multi Media Card (MMC), maar dikker en een hogere schrijf- en leessnelheid. De oude MMC-kaarten passen en werken ook in een SD-gleuf, maar niet omgekeerd. SDHC-kaart (SD High Capacity) SD-kaarten van 4 tot 32 GB. In oudere apparaten met alleen het SD-logo zijn SDHC-kaarten niet te gebruiken. SD heeft de strijd onder de geheugenkaarten qua populariteit (en prijs) gewonnen. SDXC SD-geheugenkaart met een capaciteit vanaf 32 GB. Kan niet gebruikt worden in SD- of SDHC-kaartlezer. Sensor Zie Beeldsensor. Serie-opnamen Als je de camera instelt op serie-opname, dan maakt de camera meerdere foto’s snel achter elkaar als je de afdrukknop ingedrukt blijft houden. De snelheid en het maximum aantal opnamen achter elkaar verschilt per camera. Shutter Engelse term voor sluiter(tijd). SLR (Single Lens Reflex) Aanduiding voor spiegelreflexcamera. Sluitertijd Een foto heeft een bepaalde hoeveelheid licht nodig voor een goed resultaat. De sluitertijd bepaalt hoe lang het licht door de beeldsensor wordt vastgelegd: Sluitertijd korter: donkerder foto en minder kans op onscherp beeld door beweging; Sluitertijd langer: lichtere foto en meer kans op onscherp beeld. Sluitertijd-prioriteit / voorkeur Op de camera meestal aangeduid met S of Tv. In deze
  11. 11. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl stand kies je zelf de sluitertijd en de camera kiest de bijbehorende diafragma-opening Spiegelreflexcamera Een camera heet een spiegelreflexcamera als het licht dat door de lens naar binnen valt, via een spiegel en een zogenoemd pentaprisma zichtbaar wordt in de (doorzicht)zoeker. Op het moment dat je op de knop drukt, klapt de spiegel naar boven en opent de sluiter, waardoor het beeld gedurende de vastgestelde belichtingstijd op de sensor komt. Supergroothoeklens Een lens met een (zoom) bereik van 13-20 mm. Komt niet voor bij compactcamera’s. Supertelelens Een lens met een (zoom)bereik van 400 mm of meer. Systeemcamera Camera met verwisselbare lenzen, die uitgebreid kan worden met een externe flitser en vele andere accessoires. Een spiegelreflexcamera is een systeemcamera, maar er zijn tegenwoordig ook spiegelloze systeemcamera's. T Tegenlicht Doordat het onderwerp een felle lichtbron op de achtergrond heeft, kan het gebeuren dat de foto “onderbelicht” raakt: de voorgrond wordt te donker. Telelens Een lens waarmee je onderwerpen die ver weg staan, op de foto 'dichterbij kunt halen'. De foto wordt wel 'platter': objecten lijken dichter bij elkaar te staan dan wanneer je de foto van dichterbij maakt. Thumbnail Afbeelding op postzegelformaat: een kleine, lage-resolutieafbeelding van een groter beeldbestand voor het snel opzoeken en bekijken van afbeeldingen. V Vertekening Vooral als je helemaal in- of uitzoomt kunnen horizontale of verticale lijnen aan de randen van de foto vervormen. Verzadiging Bij felle kleuren spreek je over verzadigde kleuren. Bij een lage verzadiging zijn kleuren fletser. Bij zwart-witfoto's is de verzadiging nul. Vibratiereductie Zie: beeldstabilisatie W Wifi Een bepaalde standaard om draadloos (via radiofrequenties) samen te werken met andere producten met WiFi-logo. X xD-kaart (eXtreme Digital) Type geheugenkaart dat nog gebruikt wordt door Olympus en voorheen door Fujifilm. Minder gangbaar dan SD(HC)-kaartjes. Z Zoeker (type) Bij de meeste compactcamera’s gebruik je het scherm op de achterkant als zoeker: daar ‘zoek’ je tot je in beeld hebt wat je op de foto wilt zetten. In onze testen kom je 3 soorten zoekers tegen. Bij een spiegelreflexcamera kijk je via een spiegel echt door de lens, bij compactcamera’s met een doorsnee zoombereik kijk je wel echt door de camera heen, maar niet via de lens en bij compactcamera’s met een groot zoombereik kijk je niet écht door de camera heen, maar zie je in de camera een heel klein LCD-schermpje zitten. Zoom reflector Zorgt ervoor dat het bereik van de flits aangepast wordt als je in- of uitzoomt. Zoombereik Het zoombereik geeft aan hoe ver u in- en uit kunt zoomen. De Consumentenbond rekent dit altijd om zodat alle camera’s vergelijkbaar zijn. Op een camera staat bijvoorbeeld f=6.3- 18.9mm, maar in ons overzicht vind je dan bijvoorbeeld terug: optische zoom 36-108 mm = 3x. Zoomfactor Geeft aan hoeveel keer het beeld dichterbij te halen is met de zoomlens. De factor wordt berekend door de hoogste waarde van het zoombereik te delen door de laagste waarde van het zoombereik. Zo heeft een zoombereik van 35 tot 105 mm een zoomfactor van 3(x). Beste fotoliefhebber, Zoals je kon lezen, er zit wel wat herhaling in de tips, maar ik moest ook het warm water niet heruitvinden. Het WWW staat vol van deze, soms slecht verwoorde, fotografietips. De foto’s heb ik er van tussen gehaald, anders zou het te veel papierverspilling zijn. Het is met fotograferen niet anders dan met andere hobby’s of ambachten: DOEN. Proefondervindelijk dingen uitproberen, ja toestel leren kennen en dan met het beeld honderden woorden vervangen. Een visueel verhaal vertellen. Het is zo veel gemakkelijker en goedkoper geworden dat het onzin zou zijn om geen foto’s te maken. Ik heb zo een tweede geheugen verzameld, dat ik niet allen nog op mijn oude dag kan raadplegen, maar dat ook door anderen kan worden bekeken in de meest universele taal ... afbeeldingen. ivo
  12. 12. Digitale-fotografie-tips Ivo De Haes Mei 2013-05-17 Met dank aan nieuwsbrief.digitalefotografietips.nl

×