Ce diaporama a bien été signalé.
Nous utilisons votre profil LinkedIn et vos données d’activité pour vous proposer des publicités personnalisées et pertinentes. Vous pouvez changer vos préférences de publicités à tout moment.
Een Nederlandse Vidocq:
“Onderzoek naar de methodiek van de
Vidocq Society uit Philadelphia en de
implementatie bij de her...
1
Voorwoord
Voor u ligt mijn afstudeerscriptie in het kader van de Recherchekundige opleiding aan de
Politieacademie te Ap...
2
Samenvatting
In deze scriptie is een Amerikaanse methodiek op het gebied van cold cases onderzocht om
vervolgens te onde...
3
worden dat de methodiek van de Vidocq Society relevant is als aanvulling op de huidige
werkwijze met betrekking tot de h...
4
Inhoudsopgave
Voorwoord 2
Samenvatting 3
1 Inleiding
1.1 Aanleiding tot het onderzoek 6
1.2 Probleemverkenning & Relevan...
5
1 Inleiding
1.1 Aanleiding tot het onderzoek
In september 2013 startte ik met het vak Adviseren, Coordineren, Toepassen ...
6
Groningen, gevolgd door de politieregio’s Utrecht en Amsterdam in 2000. Niet lang na de
oprichting van deze teams werd e...
7
(Kop et al, 2012, p. 20) Een van die vernieuwingen is de verandering van een monocultuur
(politie alleen) naar een multi...
8
definitief in de archieven belandt. Om die reden dient politie Nederland te kunnen zeggen
dat er echt alles aan gedaan i...
9
2014, p.1)
Expert:
Een deskundig persoon in een bepaald vakgebied die wordt geacht veel kennis en ervaring te
hebben op ...
10
1.5 Leeswijzer
Dit rapport bestaat uit 6 hoofdstukken. Het eerste hebt u zojuist gelezen en betreft een
inleidend hoofd...
11
2 Methoden van onderzoek
Om antwoord te kunnen geven op de probleemstelling en onderzoeksvragen is er gebruik
gemaakt v...
12
vragenlijst nagestuurd per email welke zij tevens per email hebben beantwoord. Deze
interviews waren gestructureerd van...
13
Tijdens de expertmeeting werd genotuleerd door een stagiaire van het cold case team
Amsterdam. Daarnaast is een audio o...
14
3 Vidocq Society
In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 1:
Welke methodiek hanteert de Vidocq Socie...
15
negentiende eeuwse detective uit Frankrijk die de politie hielp bij het oplossen van cold
cases. Vidocq was zelf ooit c...
16
uitkiezen van een zaak het idee te krijgen dat de Vidocq Society hierbij kan assisteren en een
waardevolle bijdrage kan...
17
Er wordt tijdens de bijeenkomst gebruik gemaakt van een beamer voor de PowerPoint
presentatie en een lessenaar.
4) Expe...
18
hebben aangeboden te assisteren in de zaak. Een latere terugkoppeling per email leerde dat
Vagasky tot weken na de bije...
19
nog een keer de aandacht gekregen die het verdient. Of een zaak ook daadwerkelijk is
opgelost is binnen deze definiërin...
20
4 Cold Cases in Nederland
In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 2:
Wat is de huidige werkwijze van...
21
moorden en doodslagen. Deze lijst is nog niet compleet daar er nog geen andere delicten die
aan de definitie van een co...
22
onderzoeken zoals bij Team Grootschalige Opsporing (TGO) naar cold case onderzoeken en
reviews. “Een deskundige kan in ...
23
toekomst.
Nu, ongeveer een jaar later, geeft van Buel aan dat er inderdaad gevolg aan haar onderzoek
is gegeven. Inmidd...
24
merendeel verbonden is aan het NFI. Dit heeft een financiële reden; experts van het NFI
worden vergoed door politie of ...
25
5 Expertmeeting
In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 3:
In hoeverre kan de methodiek van de Vidoc...
26
tevens in deze groep deelnemers aanwezig. De locatie van de bijeenkomsten speelt echter
wel een rol. Door een deelnemer...
27
Vidocq Society; namelijk een zaak inbrengen voor een grote groep experts en kijken wie er
reageert. Deze pilot, waarbij...
28
nemen dat de methodiek daadwerkelijk werkt en de moeite waard is in Nederland te
implementeren. Zoals aan het eind van ...
29
6 Conclusies, Discussie en Aanbevelingen
Bij aanvang van dit onderzoek werd de volgende probleemstelling geformuleerd:
...
30
In interviews met een aantal leden van de Vidocq Society is gevraagd naar succesfactoren en
verbeterpunten van de metho...
31
De Landelijke Deskundigheidsmakelaar (LDM) bestaat sinds 2005 en verschaft de politie een
bank met meer dan 300 deskund...
32
zowel jonge als oudere experts.
- Er dient gezorgd te worden voor een zo objectief mogelijke presentatie van de cold ca...
33
Vidocq Society in Nederland mogelijk te maken. Ondanks een aantal kritische
kanttekeningen welke onder andere in hoofds...
34
en ontwikkelingen op het gebied van nieuwe initiatieven bij de herziening van cold cases.
Tijdens dit onderzoek is inge...
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Een Nederlandse Vidocq Society?
Prochain SlideShare
Chargement dans…5
×

Een Nederlandse Vidocq Society?

1 002 vues

Publié le

onderzoek naar de methodiek van de Vidocq Society uit Philadelphia en mogelijke implementatie bij de herziening van cold cases in Nederland.
Leontine Leeuwenburgh

Publié dans : Formation
  • Soyez le premier à commenter

  • Soyez le premier à aimer ceci

Een Nederlandse Vidocq Society?

  1. 1. Een Nederlandse Vidocq: “Onderzoek naar de methodiek van de Vidocq Society uit Philadelphia en de implementatie bij de herziening van cold cases in Nederland. “ Master of Criminal Investigation – Politieacademie Leontine Leeuwenburgh Nationale Politie - Eenheid Amsterdam
  2. 2. 1 Voorwoord Voor u ligt mijn afstudeerscriptie in het kader van de Recherchekundige opleiding aan de Politieacademie te Apeldoorn. Na een aantal leerzame jaren is dit de laatste stap naar een loopbaan als recherchekundige binnen de politie eenheid Amsterdam. Al vanaf het begin van de opleiding spookte deze laatste opdracht, het schrijven van een scriptie, door mijn hoofd. Welk onderwerp kies ik? Is deze keuze deels bepalend voor de rest van mijn recherchecarrière? Hoe zorg ik dat het een zo leuk en leerzaam mogelijk proces wordt? Het antwoord kwam tijdens een van de laatste modules van de opleiding waarin we als klas een cold case behandelden. Hier ging mijn hart sneller van kloppen, hier lagen kansen! Na het gastcollege van James Adcock uit Amerika was ik overtuigd en begon het bij aanvang brede onderwerp cold cases, zich toe te spitsen op een specifieke onderzoeksvraag en idee van uitvoer daarbij. Dat daar een buitenlandstage naar Amerika bij kwam kijken was een absolute buitenkans die ik met beide handen heb aangegrepen. Deze scriptie was niet tot stand gekomen zonder de hulp van een aantal mensen. Ik grijp deze gelegenheid dan ook graag aan om hen te bedanken voor hun steun, inspiratie, tijd en moeite. First of all a special thanks to James Adcock who introduced met to the Vidocq Society and was the perfect host during my stay in Philadelphia. I would also like to thank all the members of the Vidocq Society that welcomed me there and took the time to answer my questions. You have all been an inspiration and I will never forget how welcome you all made me feel! Tijdens het schrijven van deze scriptie zijn er tal van mensen geweest die ieder op hun eigen manier iets voor het onderzoek hebben betekend. Daar wil ik graag de volgende mensen voor bedanken; Jaap Knotter voor zijn advies bij het aanvragen van de buitenlandstage, Marjolein Goderie voor haar goede tips en nuttige kritiek tijdens het begeleiden van mijn scriptie en het cold case team van Amsterdam waar ik alle ruimte kreeg aan deze scriptie te werken. Verder gaat mijn dank uit aan alle mensen die ik heb mogen interviewen, die hebben deelgenomen aan mijn expertmeeting of die me op andere manieren met kennis hebben verrijkt. En tot slot vrienden, familie en thuisfront voor hun nimmer aflatende geduld en peptalks als ik het hele scriptieproces even niet meer zag zitten. Voor nu wens ik u veel plezier met het lezen van mijn scriptie. Leontine Leeuwenburgh Juli 2015
  3. 3. 2 Samenvatting In deze scriptie is een Amerikaanse methodiek op het gebied van cold cases onderzocht om vervolgens te onderzoeken of deze tevens bij de herziening van cold cases in Nederland geïmplementeerd kan worden. Cold cases zijn door de jaren heen steeds ‘hotter’ geworden in Nederland. Anno 2014 heeft iedere politie eenheid zijn eigen cold case team en de workload is aanzienlijk. De cold case teams zijn in ontwikkeling en onderzoeken nieuwe methodieken om cold cases te herzien, zowel binnen als buiten de politieorganisatie. In Philadelphia bestaat een expertgroep, de Vidocq Society, waar meer dan 200 experts op allerlei vakgebieden bij zijn aangesloten. Zij bestaan reeds 25 jaar en komen eens per maand samen om zich over een door de politie ingebrachte cold case te buigen. Bij aanvang van het onderzoek is de volgende probleemstelling geformuleerd: In hoeverre is de gehanteerde methodiek van de Vidocq Society uit Philadelphia relevant als aanvulling op de huidige werkwijze met betrekking tot het inschakelen van externe expertise bij de herziening van cold cases in Nederland? Om de methodiek van de Vidocq Society in kaart te brengen is een dienstreis naar Philadelphia gemaakt alwaar een bijeenkomst van het genootschap is bijgewoond. Hier is door middel van observatie en het afnemen van interviews inzicht verkregen in de gehanteerde werkwijze alsmede in de succesfactoren en verbeterpunten van de methodiek. Er worden eisen gesteld aan de cold cases en de presentatie ervan alvorens deze plenair tijdens een bijeenkomst worden behandeld. De aangesloten experts stellen vragen naar aanleiding van de gegeven presentatie om te bekijken of ze vanuit hun expertise tot nieuwe inzichten en onderzoeksrichtingen kunnen komen. Indien de experts denken na de bijeenkomst nog een nuttige bijdrage aan het verdere onderzoek te kunnen leveren, bieden zij hun diensten belangeloos aan het onderzoeksteam aan. De sterke punten van de methodiek zijn gelegen in de wisselwerking tussen de experts onderling, de intrinsieke motivatie van de aangesloten experts en de directe verbinding die wordt gelegd tussen de politie en externe expertise. Vervolgens is gekeken naar de Nederlandse situatie. In Nederland krijgen de cold case teams steeds meer bestaansrecht en zijn er initiatieven ontstaan waarbij externe expertise wordt betrokken bij de herziening van cold cases. Door literatuuronderzoek en het afnemen van interviews met betrokkenen zijn een drietal initiatieven in kaart gebracht. Tevens is gekeken naar de huidige werkwijze van cold case teams in Nederland. Uit dit onderzoek bleek dat er in Nederland nog geen expertgroep gelijkend op de Vidocq Society bestaat; er wordt niet op structurele wijze door een breed samengestelde interdisciplinaire groep experts tegelijk gekeken naar cold cases. Zou de gehanteerde werkwijze van de Vidocq Society een aanvulling of voorbeeld kunnen zijn voor het vormgeven van een dergelijk initiatief in Nederland? Deze vraag is voorgelegd tijdens een voor dit onderzoek georganiseerde expertmeeting waarbij acht deelnemers van zowel binnen als buiten de politieorganisatie aanwezig waren. Tijdens een discussie kwamen positieve, maar ook kritische reacties op de methodiek ter tafel. De algehele conclusie aan het einde van de bijeenkomst was dat men de methodiek relevant vond voor de Nederlandse opsporingspraktijk, hier verder vervolg in wilde zien en waar kon zelf aan bij wilde dragen. Een van de aanwezige deelnemers heeft aangeboden een eerste pilot van de methodiek in Nederland mogelijk te maken. Naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek in Amerika en Nederland kan geconcludeerd
  4. 4. 3 worden dat de methodiek van de Vidocq Society relevant is als aanvulling op de huidige werkwijze met betrekking tot de herziening van cold cases in Nederland. Het draagvlak in Nederland is aanwezig, er bestaat hier nog niet een dergelijke expertgroep en het grote aantal cold cases maakt dat men openstaat voor nieuwe ideeën en methodieken om deze te gaan herzien. Het idee is positief ontvangen, waardoor er reeds over de realisatie van een eerste pilot gesproken wordt. Het valt aan te bevelen dat de pilot ook daadwerkelijk gerealiseerd en geëvalueerd gaat worden. De methodiek van de Vidocq Society kan in vele opzichten een voorbeeld en bron van inspiratie zijn voor de Nederlandse opsporingspraktijk. Dat er daarnaast geen andere en betere methodieken zijn is niet gezegd. Het is aan te raden de methodiek niet als dé manier, maar een manier te zien en kritisch te blijven op het eigen werkproces.
  5. 5. 4 Inhoudsopgave Voorwoord 2 Samenvatting 3 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot het onderzoek 6 1.2 Probleemverkenning & Relevantie 6 1.3 Doelstelling, Probleemstelling en onderzoeksvragen 9 1.4 Operationalisatie van begrippen 9 1.5 Leeswijzer 11 2 Methoden van Onderzoek 2.1 Observatie 12 2.2 Interviews 12 2.3 Literatuuronderzoek 13 2.4 Expertmeeting 13 3 De Vidocq Society 3.1 Het ontstaan van de Vidocq Society 15 3.2 Methodiek Vidocq Society 16 3.3 Succesfactoren en verbeterpunten Vidocq Society 18 3.4 Oplossingspercentage Vidocq Society 19 4 Cold Cases in Nederland 4.1 Huidige ontwikkelingen 21 4.2 Landelijke Deskundigheidsmakelaar 22 4.3 Burger Review Team 23 4.4 Samenwerkingsverband studenten Universiteit Maastricht 24 5 Expertmeeting 5.1 Randvoorwaarden 26 5.2 Welke experts? 27 5.3 Vidocq Society versus andere methodieken 27 5.4 Knelpunten en Succesfactoren 28 5.5 Hoe nu verder? 29 6 Conclusies, Discussie en Aanbevelingen 6.1 Onderzoeksvraag 1 30 6.2 Onderzoeksvraag 2 31 6.3 Onderzoeksvraag 3 32 6.4 Conclusie 33 6.5 Discussie 34 6.6 Aanbevelingen 36 Literatuurlijst 37 Bijlagen 39
  6. 6. 5 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot het onderzoek In september 2013 startte ik met het vak Adviseren, Coordineren, Toepassen en Evalueren van Strategieën in Opsporingsonderzoeken. (ACTESO). Dit vak behoort tot een van de laatste kernopgaven binnen de opleiding Recherchekunde op de politieacademie te Apeldoorn. Binnen dit vak kregen we met de klas een bestaande cold case toegewezen welke we in een paar maanden tijd hebben geëvalueerd aan de hand van aangereikte methodieken en strategieën. Een van de basismethodieken die we daarvoor gebruikten was het Cold Case Evaluation Model van James Adcock en Sarah Stein. (Adcock & Stein 2011). Ter gelegenheid van het vak ACTESO kwam professor James Adcock over uit Amerika om een gastcollege te geven waarin zijn methodiek en de toepassing ervan nader werden toegelicht. Tijdens zijn college vertelde James Adcock over een genootschap uit Amerika dat zich maandelijks met elkaar over onopgeloste zaken buigt en hiermee had hij meteen mijn interesse. Het genootschap heet de ‘Vidocq Society’ en heeft meer dan 200 leden, allen expert op het gebied van opsporing. Door een cold case voor een groep experts te presenteren hoeft er niet van tevoren te worden nagedacht over welke expert bij welke zaak zou kunnen passen. In de setting waarin de Vidocq Society opereert selecteert dit zich vanzelf en komt hulp dikwijls uit onverwachte hoek. Het credo van de Vidocq Society is: “Veritas Veritatum” (de waarheid der waarheden). Die moet boven tafel komen. ( James Adcock, eigen mededeling) De meerwaarde van het inroepen van de hulp van een expert heb ik zelf ook ondervonden toen wij voor de cold case die wij tijdens het vak ACTESO behandelden tevens een expert hebben uitgenodigd om zich over onze zaak te buigen. In ons geval betrof de expert een forensisch patholoog, gespecialiseerd in snij- en zaagvlakken. Daar het slachtoffer in onze zaak in stukken gedeeld op verschillende plekken is teruggevonden leek zijn visie vanuit zijn expertise ons een nuttige bijdrage. Dit bleek waar; zijn kijk op de manier waarop het lichaam in stukken was gedeeld leidde tot nieuwe inzichten en prioritering binnen de zaak. Informatie die we nooit hadden gehad of kunnen bedenken zonder de hulp van een expert van buitenaf. Ik ben me ervan bewust dat het inroepen van een expert bij een opsporingsonderzoek niets nieuws is en dat dit in verschillende mate door heel Nederland heen al gebeurt. De werkwijze van de Vidocq Society dekt echter een valkuil die op de loer ligt wanneer je zelf een expert bij een onderzoek betrekt. In hoeverre weet je namelijk dat de door jou gevraagde expert de juiste is voor die specifieke zaak en dat er niet een ander expertise bestaat dat beter aansluit of er complementair aan is? In deze scriptie wordt ingegaan op de gehanteerde methodiek van de Vidocq Society en de toepasbaarheid ervan bij de herziening van cold cases in Nederland. 1.2 Probleemverkenning & Relevantie “Cold Cases- een hot issue”, zo luidt de titel van het rapport van Van Leiden & Ferwerda uit 2006. Cold cases zijn door de jaren heen steeds ‘hotter’ geworden in Nederland. In navolging van de VS is in Nederland in 1999 het eerste cold case team opgericht in
  7. 7. 6 Groningen, gevolgd door de politieregio’s Utrecht en Amsterdam in 2000. Niet lang na de oprichting van deze teams werd er in juni 2001 een belangrijk succes geboekt. Twee verwurgingzaken uit verschillende regio’s werden middels een destijds nieuwe DNA techniek aan elkaar gematched, wat ervoor zorgde dat de twee zware misdrijven alsnog werden opgelost. Deze en nog andere successen maakten dat er meer aandacht voor cold cases is gekomen door de jaren heen. (Van Leiden & Ferwerda, 2006,) (Kop, Van der Wal & Snel, 2012). Van Leiden & Ferwerda gebruiken de volgende definitie voor een cold case onderzoek: “Een cold case onderzoek is een nieuw opsporingsonderzoek door een speciaal voor dat doel geformeerd onderzoeksteam naar een kapitaal delict, omdat eerder opsporingsonderzoek niet heeft geleid tot opheldering van de zaak.” (Van Leiden & Ferwerda, 2006,p.15) Op de website van Politiekennisnet wordt een kapitaal delict als volgt beschreven: “Een (mogelijk) opzettelijk levensdelict, zeer ernstig zedendelict, brandstichting met ernstige gevolgen, gijzeling, ontvoering en andere misdrijven tegen de lichamelijke integriteit waarop een strafbedreiging van 12 jaar gevangenisstraf of meer staat, met een (te verwachten) grote maatschappelijke impact en waarbij geen ondubbelzinnig daderschap kan worden vastgesteld.”(Politiekennisnet, 2013.) “Per 1 januari 2006 heeft een belangrijke wetswijziging ten aanzien van verjaring van misdrijven voor veel cold cases de druk van de ketel genomen. Met de nieuwe wetgeving kunnen daders van onopgeloste ernstige misdrijven die na 1988 zijn gepleegd - en waarvoor levenslange gevangenisstraf geldt- nu levenslang worden vervolgd.” (Van Leiden & Ferwerda, 2007, p. 1-2) Anno 2014 heeft iedere politie eenheid zijn eigen cold case team. De teams werken nu nog niet allemaal volgens dezelfde methodiek, maar de laatste tijd nemen steeds meer cold case teams, waaronder die van Rotterdam en Den Haag, het Cold Case Evaluation Model van Adcock & Stein over. (Ten Bosch, 2014) Dit heeft er waarschijnlijk mee te maken dat professor Adcock dit model in een college op de politieacademie te Apeldoorn onderwijst binnen het vak Adviseren, Coordineren, Toepassen en Evalueren van Strategieën in Opsporingsonderzoeken. (ACTESO) van de leergang recherchekunde. De workload van de Nederlandse cold case teams is aanzienlijk. Het team van de eenheid Rotterdam heeft ongeveer 200 zaken op de plank liggen. (Van Buel, 2013). Voor de eenheid Amsterdam zijn dat er ongeveer 300. (Simone Bergh, eigen mededeling). Er is nooit een volledige inventarisatie gemaakt van het totaal aantal cold cases, maar het vermoeden is dat het om een groot aantal zaken zal gaan. (Ten Bosch, 2014, eigen mededeling.) Het is mede hierdoor van belang dat de politie Nederland zich blijft ontwikkelen op het gebied van cold cases en hierbij nieuwe methodieken en werkwijzen onderzoekt. De wetenschappelijke literatuur over cold cases in Nederland is beperkt. Dat komt vermoedelijk doordat de herziening van cold cases binnen de Nederlandse politie relatief kort bestaansrecht kent. De meeste literatuur over cold cases komt uit Amerika waar cold case onderzoek zijn oorsprong kent. Tijdens deze verkenning is ervoor gekozen die literatuur buiten beschouwing te laten, daar de focus van dit onderzoek ligt op de Nederlandse opsporingspraktijk en de mogelijke aanvulling daarop. Tevens is getracht herhaling zoveel mogelijk te voorkomen. De geraadpleegde onderzoeken over cold cases in Nederland halen de Amerikaanse literatuur uitgebreid aan. Voor een verdere verdieping op dat onderwerp wordt naar die onderzoeken verwezen in de literatuurlijst. De opsporing Nederland is in ontwikkeling. “In de opsporing wordt continu gezocht naar nieuwe opsporingsmethoden die meer rendement opleveren dan de klassieke methoden.”
  8. 8. 7 (Kop et al, 2012, p. 20) Een van die vernieuwingen is de verandering van een monocultuur (politie alleen) naar een multidisciplinaire cultuur binnen de politie waarin het samenwerken met ketenpartners centraal staat. “In het kader van criminaliteitsbeheersing is samenwerken op meerdere niveaus van belang…” (Kop et al, 2012, p. 24) In 2005 verscheen het evaluatierapport van commissie Posthumus wat geschreven is naar aanleiding van de Schiedammer Parkmoord. In het stuk wordt onder andere de volgende aanbeveling gedaan: “Betrek bij onderzoeken in ernstige zaken waarbij de schuldvraag niet ondubbelzinnig duidelijk is, van buiten komende referenten. Onder referenten versta ik niet bij het onderzoek betrokken (recherche)deskundigen, die de beschikbare informatie krijgen, tegen het licht houden en op grond van hun ervaring en deskundigheid vragen kunnen stellen c.q. nog niet in het onderzoek aangevoerde argumenten te berde kunnen brengen.” (Posthumus, 2005, p. 172) De complexer wordende criminaliteit stelt hogere eisen aan de opsporing en maakt dat de politie als organisatie niet langer geïsoleerd en naar binnen gekeerd te werk kan gaan, maar meer samen dient te werken met en gebruik dient te maken van andere organisaties en deskundigen. Een werkwijze om bovenstaande te bewerkstelligen is het zogeheten ‘netwerkend werken en intelligent opsporen', ofwel ‘intelligent opsporen´ genoemd. Samenwerken met andere partners is noodzakelijk. Een deel van de kennis rondom bepaalde criminaliteitsvraagstukken is niet altijd in rechercheteams aanwezig en dient daarbuiten te worden gezocht. (Kop et al., 2012) Het tijdig inhuren van expertise van buitenaf behoort voortaan tot de strategieopbouw. Deze expertise behelst een breed scala van zowel gedragsdeskundigen, antropologen, criminologen als bijvoorbeeld verhoordeskundigen. (Snijders, 2011) Recherchekundigen worden geacht een belangrijke rol te spelen op het gebied van intelligent opsporen. Dit kan onder andere tot uiting komen in het vergroten en uitbreiden van netwerken, zowel binnen als buiten de politie. (Kop et al., 2012) Ook op het gebied van cold cases zijn bovenstaande vernieuwingen van toepassing. Zo stelt Snijders dat het bij elke vorm van scenario denken interessant is om specifieke expertise in de brainstorm mee te nemen. Zeker bij scenario denken in cold cases kan dit volgens haar veel opleveren, (Snijders, 2011) Dat dit in de praktijk ook gebeurt, blijkt uit de bevindingen van Van Leiden en Ferwerda uit 2006. Zij stellen dat cold case onderzoeken complexe zaken betreffen. Bij het bestuderen van 10 cases zagen zij dat de onderzoeksteams buiten de eigen politieorganisatie op zoek zijn gegaan naar expertise. De teams lijken daarmee de grenzen van de eigen expertise te onderkennen. In de eerste plaats werd gebruik gemaakt van ‘gangbare experts of instituten’ die van binnen de politie zijn of er aan gelieerd. Te denken valt bijvoorbeeld aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), zedendeskundigen en gedragsdeskundigen. In de tweede plaats wordt door de teams gezocht naar (wetenschappelijke) expertise van buitenaf, uit zowel binnen- en buitenland. (Van Leiden & Ferwerda, 2006) Voor het onderzoeken van cold cases is in Nederland steeds meer aandacht, wat zich onder andere uit in het feit dat iedere eenheid sinds 2014 een eigen cold case team heeft en er bij tenminste twee van die teams 200 zaken of meer op de plank liggen om herzien te worden. De opsporing is aan het vernieuwen en een van die vernieuwingen is dat er binnen de opsporing meer ruimte is voor hulp van externen en deskundigheid van buitenaf. Ook op het gebied van cold cases wordt dit belang onderstreept. Een herziening door een cold case team is vaak het laatste station voordat een zaak
  9. 9. 8 definitief in de archieven belandt. Om die reden dient politie Nederland te kunnen zeggen dat er echt alles aan gedaan is om de zaak alsnog op te helderen. Het bestuderen van een methodiek uit Amerika die daar al 25 jaar wordt toegepast om vervolgens te onderzoeken of dit een methodiek is die ook binnen de Nederlandse opsporingspraktijk bij de herziening van cold case onderzoeken geïntegreerd kan worden, is praktisch relevant voor de opsporingspraktijk in Nederland. Indien na het inzichtelijk maken van de methodiek van de Vidocq Society blijkt dat dezelfde bestaansvoorwaarden in Nederland aanwezig zijn, zou deze methodiek een aanvulling kunnen zijn op al bestaande methodieken en onderzoeksmethoden en een positieve bijdrage kunnen leveren aan het ophelderen van cold cases. De theoretische relevantie is gelegen in het feit dat de methodiek van de Vidocq Society nog niet eerder middels wetenschappelijk onderzoek in kaart is gebracht. De tot dusver verschenen literatuur over de Vidocq Society is van journalistieke aard. Deze literatuur beschrijft diverse zaken die zijn ingebracht en het verdere verloop hiervan, maar niet de werkwijze zelf. Door dit aspect in kaart te brengen kan een theoretische bijdrage worden geleverd aan de vormgeving van een op de Vidocq Society gelijkende groep in Nederland. 1.3 Doelstelling, Probleemstelling en onderzoeksvragen De doelstelling van het onderzoek is de volgende: Het in kaart brengen van de gehanteerde methodiek van de Vidocq Society in Philadelphia om vervolgens te onderzoeken of er in Nederland draagvlak is voor het uitvoeren van deze methodiek en wat bij de implementatie van de methodiek in Nederland de mogelijke knelpunten en succesfactoren zijn. Uit bovenstaande beschreven doelstelling volgt de onderstaande probleemstelling: In hoeverre is de gehanteerde methodiek van de Vidocq Society uit Philadelphia relevant als aanvulling op de huidige werkwijze met betrekking tot het inschakelen van externe expertise bij de herziening van cold cases in Nederland? Deze probleemstelling is uitgewerkt in onderstaande onderzoeksvragen: 1) Welke methodiek hanteert de Vidocq Society uit Philadelphia en welke factoren maakt deze methodiek succesvol? 2) Wat is de huidige werkwijze van cold case teams in Nederland met betrekking tot het gebruik van expertise van buiten de politie? 3) In hoeverre kan de methodiek van de Vidocq Society een aanvulling zijn op de Nederlandse werkwijze en onder welke voorwaarden kan dit worden vormgegeven? 1.4 Operationalisatie van begrippen Cold case: Een cold case is een onopgelost levensdelict (moord of doodslag) of een zeer ernstig delict waarop een minimale gevangenisstraf van 12 jaar is gesteld. (Landelijke Expertgroep cold cases.) Uitgegaan wordt van een termijn van 3 jaar na de pleegdatum alvorens de zaak een cold case wordt. Een zaak wordt pas een cold case wanneer het als zodanig is aangemerkt door een lid van de korpsleiding en de rechercheofficier. (Landelijke Werkgroep Coldcases
  10. 10. 9 2014, p.1) Expert: Een deskundig persoon in een bepaald vakgebied die wordt geacht veel kennis en ervaring te hebben op dat gebied. Het betreft in dit onderzoek expertise van buiten de politieorganisatie en initiatieven worden specifiek gericht op een vooraf geselecteerde groep experts. Methodiek: Werkwijze volgens vaststaande methode. Succesvol: De methodiek is succesvol indien gebruik ervan bij de herziening van een cold case tot nieuwe inzichten heeft geleid die nog niet eerder middels andere opsporingshandelingen aan het licht zijn gekomen. Het feit dat een zaak nog een keer wordt herzien voordat deze definitief op de plank belandt en men derhalve kan zeggen dat er alles aan gedaan is om de zaak op te helderen is binnen dit onderzoek ook als succesvol te bestempelen. Het feit of een zaak door gebruik van de methodiek wel of niet is opgelost wordt binnen deze definitie buiten beschouwing gelaten. Voorwaarde: Omstandigheid die noodzakelijk is of gemaakt dient te worden wil de methodiek van de Vidocq Society plaats of geldigheid in Nederland hebben. Factoren: Omstandigheden die van invloed zijn op de werking van de methodiek van de Vidocq Society. Dit kunnen zowel succesfactoren als knelpunten zijn die de werking versoepelen dan wel vermoeilijken. Relevant: De methodiek van de Vidocq Society is relevant indien het een aanvulling kan zijn op de huidige werkwijze met betrekking tot het inschakelen van externe expertise bij de herziening van cold cases in Nederland. Deze relevantie hangt samen met de geoperationaliseerde begrippen ‘succesvol’ enerzijds en ‘draagvlak’ anderzijds. De methodiek is relevant (een aanvulling) indien deze als succesvol wordt beschouwd door de mensen die met de methodiek gaan werken. Draagvlak: Binnen het werkveld dient ondersteuning te zijn om het implementeren van de methodiek van de Vidocq Society mogelijk te maken. In Nederland wordt deze ondersteuning enerzijds geboden door de cold case teams in Nederland die bereid zijn zaken aan te leveren en anderzijds door externe experts van buiten de politieorganisatie die bereid zijn de zaken te bekijken. Beide partijen samen vormen het draagvlak.
  11. 11. 10 1.5 Leeswijzer Dit rapport bestaat uit 6 hoofdstukken. Het eerste hebt u zojuist gelezen en betreft een inleidend hoofdstuk waarin de aanleiding, probleemverkenning en relevantie van het onderzoek uiteen zijn gezet, gevolgd door doelstelling, probleemstelling en onderzoeksvragen. In hoofdstuk 2 worden de onderzoeksmethoden beschreven die zijn ingezet bij het beantwoorden van de onderzoeksvragen. De hoofdstukken 3, 4 en 5 geven antwoord op de drie onderzoeksvragen. De conclusies, discussie en aanbevelingen die hier uit voortvloeien worden tot slot beschreven in hoofdstuk 6.
  12. 12. 11 2 Methoden van onderzoek Om antwoord te kunnen geven op de probleemstelling en onderzoeksvragen is er gebruik gemaakt van zogeheten triangulatie; het inzetten van meerdere onderzoeksmethoden, met het doel de kwaliteit van het onderzoek te verhogen (Verhoeven, 2011) Er is gebruik gemaakt van de methoden observatie, interviews, literatuuronderzoek en een expertmeeting. Voordat het onderzoek is gestart hebben er een aantal oriënterende gesprekken plaatsgevonden om de informatiepositie tijdens de probleemverkenning te versterken. Zo is er gesproken met een gastdocent van de politieacademie die een college heeft gegeven over out of the box denken, is er gepraat met recherchekundigen die ook onderzoek naar cold cases hebben gedaan en is er contact gezocht met collega’s werkzaam binnen cold case teams in Nederland. De informatie die door deze gesprekken werd verkregen is meegenomen bij de keuze en vormgeving van de hieronder beschreven onderzoeksmethoden. Zo is de informatie meegenomen bij het opstellen van de interviewvragen, bij de literatuurkeuze tijdens het literatuuronderzoek en bij de samenstelling van de groep deelnemers voor de expertmeeting. In de volgende paragrafen worden de gebruikte methoden toegelicht. De keuze voor de onderzoeksmethoden brengt tevens beperkingen met zich mee welke bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten in ogenschouw dienen te worden genomen. Hier wordt op ingegaan in de discussie in hoofdstuk 6.5. 2.1 Observatie In dit onderzoek is gebruik gemaakt van de onderzoeksmethode observatie om antwoord te geven op onderzoeksvraag 1. (Welke methodiek hanteert de Vidocq Society uit Philadelphia en welke factoren maakt deze methodiek succesvol?) Door een bijeenkomst van de Vidocq Society in Philadelphia bij te wonen en daar te observeren hoe een dergelijke bijeenkomst verloopt, is een beeld gevormd van hoe een soortgelijke bijeenkomst in Nederland vorm zou kunnen krijgen. De observatie was gestructureerd van aard. Aan de hand van een vooraf opgestelde scorelijst heeft de observatie plaatsgevonden met als doel het verkrijgen van een zo compleet mogelijk beeld van het verloop van de bijeenkomst. (Zie bijlage II) Het volgen van de scorelijst maakte dat onderwerpen en aandachtspunten niet werden vergeten. De scorelijst is vervolgens uitgewerkt. Introductie bij de Vidocq Society werd verzorgd door professor James Adcock. 2.2 Interviews Om antwoord te geven op onderzoeksvraag 1 (Welke methodiek hanteert de Vidocq Society uit Philadelphia en welke factoren maakt deze methodiek succesvol? ) zijn vier interviews afgenomen met verschillende leden van de Vidocq Society tijdens het bezoek aan Philadelphia. (zie bijlage I). Het vijfde interview was met een rechercheur van het onderzoeksteam dat de zaak inbracht. Het voornemen was alle interviews face-to-face en op semi-gestructureerde wijze af te nemen. Op de geplande dag bleek dit door tijdgebrek van de respondenten en de drukke omgevingsfactoren niet mogelijk. Slechts een aantal vragen kon worden beantwoord wat zorgde voor onvolledigheid in de interviews. Derhalve is aan een viertal respondenten een
  13. 13. 12 vragenlijst nagestuurd per email welke zij tevens per email hebben beantwoord. Deze interviews waren gestructureerd van aard. Bij één respondent is het interview wel face-to- face volgens de geplande methode afgenomen. Hier is geen geluidsopname van beschikbaar, daar de respondent aangaf dit niet prettig te vinden. Dit interview is direct na afname in Philadelphia uitgewerkt aan de hand van gemaakte aantekeningen. Hiermee is zoveel mogelijk voorkomen dat informatie door het verstrijken van tijd zou worden vergeten. Om antwoord te krijgen op onderzoeksvraag 2 (Wat is de huidige werkwijze van cold case teams in Nederland met betrekking tot het gebruik van expertise van buiten de politie?) zijn interviews afgenomen met verschillende respondenten in Nederland (zie bijlage I), te weten de teamleider van het cold case team te Den Haag, de vervangend teamleider van het cold case team te Amsterdam en de teamleider van het cold case team in Limburg. Twee interviews zijn face-to-face afgenomen, de derde over de telefoon. De interviews waren semi-gestructureerd en zijn opgenomen met een recorder, om vervolgens schriftelijk te worden uitgewerkt. 2.3 Literatuuronderzoek Om antwoord te geven op onderzoeksvraag 2 (Wat is de huidige werkwijze van cold case teams in Nederland met betrekking tot het gebruik van expertise van buiten de politie?) is gebruik gemaakt van literatuuronderzoek. Door het literatuuronderzoek is getracht in kaart te brengen hoe de cold case teams in Nederland momenteel te werk gaan, zowel algemeen als bij het betrekken van experts van buiten de politie. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van scripties van andere recherchekundigen die tevens onderzoek naar cold cases hebben gedaan en van beleidsstukken van de Landelijke Expertgroep Cold Cases. 2.4 Expertmeeting Middels het organiseren van een expertmeeting met experts op het gebied van cold cases en deskundigen op aanverwante gebieden, is antwoord gegeven op onderzoeksvraag 3. (In hoeverre kan de methodiek van de Vidocq Society een aanvulling zijn op de Nederlandse werkwijze en onder welke voorwaarden kan dit worden vormgegeven?) Tijdens deze expertmeeting werden eerdere onderzoeksresultaten gepresenteerd en is middels het leiden van een discussie gepeild hoe men denkt over het implementeren van de methodiek van de Vidocq Society in Nederland en wat de mogelijke knelpunten en succesfactoren hierbij kunnen zijn. Bij de selectie van de deelnemers is gekeken naar mensen uit het werkveld die in de toekomst ondersteuning kunnen bieden om de implementatie van de methodiek van de Vidocq Society in Nederland mogelijk te maken. Volgens de afbakening in dit onderzoek wordt dit draagvlak geboden door de cold case teams in Nederland enerzijds en externe experts van buiten de politieorganisatie anderzijds. Derhalve is er gekozen voor een mix van beide partijen en waren de volgende deelnemers aanwezig: - Teamlid cold case team Eenheid Oost Nederland - Coördinator van de Landelijke Deskundigheidsmakelaar - Docent van de politieacademie, recherchekundige opleiding - Toxicoloog - Psychologe/criminologe - Gedragsdeskundige/recherchepsychologe - Forensisch expert - Teamleidster Cold Case Team Amsterdam
  14. 14. 13 Tijdens de expertmeeting werd genotuleerd door een stagiaire van het cold case team Amsterdam. Daarnaast is een audio opname gemaakt. Van de expertmeeting is een verslag geschreven. (zie bijlage V) In de volgende drie hoofdstukken wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen door het gebruik van de zojuist beschreven onderzoeksmethoden.
  15. 15. 14 3 Vidocq Society In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 1: Welke methodiek hanteert de Vidocq Society uit Philadelphia en welke factoren maakt deze methodiek succesvol? In hoofdstuk 1 is zeer summier wat over de Vidocq Society verteld, in dit hoofdstuk wordt er dieper op dit genootschap en hun werkwijze ingegaan. In de eerste paragraaf wordt verteld over het ontstaan van de Vidocq Society om vervolgens de methodiek in kaart te brengen in paragraaf 3.2. In paragraaf 3.3 worden de succesfactoren en verbeterpunten van de methodiek van de Vidocq Society uiteen gezet, gevolgd door een paragraaf over het oplossingspercentage. 3.1 Het ontstaan van de Vidocq Society Cold case onderzoek heeft zijn oorsprong in de VS en dan met name in Washington en Miami. In beide steden steeg het moordcijfer enorm wegens bendeoorlogen om de cocaïnehandel. Er was vaak niet genoeg capaciteit de moordzaken te onderzoeken en vele zaken belandden op de plank. (Ten Bosch, 2014) Tegen het einde van de jaren tachtig rees het aantal onopgeloste zaken de pan uit. Tegelijkertijd kwamen er nieuwe technieken in opkomst, zoals DNA-onderzoek en systemen om vingerafdrukken te matchen. Dit maakte dat steeds meer politieagenten de waarde in gingen zien van het behandelen van cold cases waardoor er in de jaren tachtig steeds meer cold case teams gevormd werden. (Davis, Jensen & Kitchens, 2012) Met het ontstaan van de cold case teams in de VS ontstaan er tevens theorieën en werkwijzen. Een van de leidende theorieën op dit moment is het Cold Case Evaluation Model van Adcock & Stein. Zij concludeerden dat ondanks het feit dat er vele cold case teams in de VS actief waren, het aantal onopgeloste zaken nog steeds rond de 200.000 lag in 2012. Een standaard model voor het onderzoeken van cold cases was er nog niet, waarop Adcock en Stein deze aan de hand van best practices uit de praktijk hebben ontwikkeld. Door het proces van het onderzoeken van een cold case op te delen in een viertal fasen, brengen zij structuur en prioritering aan met als doel de productiviteit en effectiviteit van de cold case teams in de VS te vergroten en het aantal onopgeloste zaken te verkleinen. Zij stellen dat er met een zorgvuldig samengesteld team van niet alleen detectives, maar ook burgers en experts van buitenaf succesvolle resultaten geboekt kunnen worden. (Adcock & Stein, 2013) Het grote aantal onopgeloste zaken in de VS blijkt voedingsbodem te zijn voor nieuwe initiatieven op het gebied van cold cases, zo ook voor de oprichters van de Vidocq Society. In 1990 vatten drie mannen met achtergronden in de forensische psychologie, de opsporing en gezichtsreconstructie uit de omgeving van Philadelphia het idee op een lunchclub te starten voor experts op het gebied van misdaad en opsporing om te trachten een aantal van Amerika’s grootste cold cases alsnog op te lossen. Jaren later is dit initiatief uitgegroeid tot de Vidocq Society; een gerenommeerd gezelschap op het gebied van cold cases dat door de jaren heen behulpzaam is geweest aan het oplossen van honderden misdaden. (Walter, persoonlijke mededeling). (Higginbotham, 2008). De Vidocq Society is vernoemd naar Eugene Francois Vidocq; een baanbrekende
  16. 16. 15 negentiende eeuwse detective uit Frankrijk die de politie hielp bij het oplossen van cold cases. Vidocq was zelf ooit crimineel en gebruikte daarmee opgedane inzichten om het psychologische perspectief van de dader te begrijpen en doorgronden. De Vidocq Society bestaat uit 82 vaste leden, een voor elk jaar van Vidocq’s leven, en uit ongeveer 125 andere leden. (Walter, 2014, persoonlijke mededeling). Het verschil tussen de 82 vaste leden en de 125 andere leden is dat de vaste leden de bevoegdheid hebben nieuwe leden aan te dragen. Verder hebben zij dezelfde taken, rechten en plichten. De Vidocq Society komt negen keer per jaar bij elkaar in Philadelphia. Dit gebeurt steevast op de derde donderdag van de maand. Dat betekent dat zij negen cold cases per jaar plenair tijdens een bijeenkomst behandelen. Daarnaast vormen zij onderling kleinere subgroepen die als afvaardiging van de Vidocq Society bijstand verlenen aan cold case teams in Amerika. Onlangs is een dergelijke afvaardiging bij een cold case team in Texas op bezoek geweest alwaar het in vijf dagen tijd twintig cold cases heeft doorgenomen en van advies heeft voorzien. 3.2 Methodiek Vidocq Society Op donderdag 20 november 2014 is een bijeenkomst van de Vidocq Society in Philadelphia bijgewoond. Daar is middels observatie en interviews de gehanteerde methodiek in kaart gebracht. (zie bijlage I en II) Om de methodiek te omschrijven is deze opgedeeld in een viertal onderdelen: 1) Selectieproces cold case 2)Presentatie van de cold case 3) Bijeenkomst Vidocq Society 4) Experts Vidocq Society 1) Selectieproces cold case Een zaak wordt door de Vidocq Society als cold case gezien indien deze minimaal twee jaar oud is en de opsporingshandelingen geen vooruitgang in de zaak hebben geboekt. De Vidocq Society neemt alleen moordzaken aan, waarvan onomstotelijk vast is komen te staan dat het om een moord gaat. Bij uitzondering behandelen zij wel eens een vermissingszaak, maar dit komt niet vaak voor. Per jaar krijgt de Vidocq Society vijftig tot vijfenzeventig aanvragen binnen. Aan de hand van onderstaande selectiecriteria kiezen zij er negen per jaar uit: 1) De dood van het slachtoffer mag niet het gevolg zijn van betrokkenheid bij criminele activiteiten van het slachtoffer zelf 2) De politie eenheid die de jurisdictie op het onderzoek heeft dient de aanvraag bij de Vidocq Society in te dienen. (niet de familie van het slachtoffer of private onderzoeksbureaus) 3) De cold case moet minimaal de volgende onderdelen bevatten: *een lichaam * een plaats delict * fysiek bewijs * uitspraak door daartoe bevoegd persoon dat het een niet-natuurlijke dood/ moord betreft. William Gill, verantwoordelijk voor selectie van de cold cases, en zijn collega’s dienen bij het
  17. 17. 16 uitkiezen van een zaak het idee te krijgen dat de Vidocq Society hierbij kan assisteren en een waardevolle bijdrage kan leveren. Deze waardevolle bijdrage is dat de Vidocq Society het rechercheteam van nieuwe informatie en onderzoeksrichtingen kan voorzien. Zo nemen zij bijvoorbeeld geen zaken aan waarin sprake is van georganiseerde criminaliteit. Deze zaken zijn gecompliceerd door het vele aantal mogelijke verdachten en scenario’s en maakt dergelijke zaken derhalve niet geschikt voor een bijeenkomst van de Vidocq Society. 2) Presentatie van de cold case Nadat een zaak is geselecteerd dient deze door de leden van het onderzoeksteam die de zaak destijds onderzochten of opnieuw gaan onderzoeken gepresenteerd te worden. Hiervoor krijgt het onderzoeksteam richtlijnen van de Vidocq Society mee. Zo dient de presentatie te worden gegeven in de vorm van een PowerPoint die in ieder geval de volgende elementen bevat: - victimologie rapport - autopsie rapport en foto’s - foto’s van het plaats delict - tijdslijn(en) - Mogelijke verdachten - Overzicht van het aanwezige bewijsmateriaal Richard Walter voegt hieraan toe dat hij tevens de volgorde waarin deze elementen gepresenteerd worden belangrijk vindt. Zo ziet hij graag eerst de foto’s van het plaats delict en het slachtoffer met bijbehorend autopsierapport en vervolgens pas de rest van de informatie. Op die manier kan hij zich zo onbevooroordeeld mogelijk een eerste beeld vormen van wat er gebeurd is. Het onderzoeksteam dient de leden van de Vidocq Society voorafgaand aan de presentatie te voorzien van een reader waarin beknopt de belangrijkste informatie van de cold case staat. Op deze manier kunnen de leden zich vast een beeld vormen en eventuele vragen die in ze opkomt noteren. De presentatie dient ongeveer drie kwartier te duren en tijdens de presentatie worden er geen vragen gesteld door de leden van de Vidocq Society. Dit gebeurt pas op het moment dat de presentatie is afgelopen. 3) Bijeenkomst Vidocq Society Een bijeenkomst van de Vidocq Society vindt plaats op de derde donderdag van de maand in Philadelphia. Deze begint om 12.00 uur en duurt in totaal rond de twee uur. Een bijeenkomst bestaat uit een welkomstwoord, lunch, presentatie, stellen van vragen en een afsluiting. De bijeenkomst van 20 november 2014 werd bijgewoond door 77 leden van de Vidocq Society. Dit blijkt een representatief aantal te zijn. De bijeenkomst wordt gestructureerd door een voorzitter. De voorzitter heet welkom, bewaakt de tijd en geeft aan wanneer het tijd is om af te ronden. Het stellen van vragen door leden van de Vidocq Society aan het onderzoeksteam duurt ongeveer drie kwartier. Zij nemen niet zelf het woord, maar steken hun vinger in de lucht en krijgen het woord van de presentator van de zaak. Na afloop van de bijeenkomst blijft het onderzoeksteam nog beschikbaar voor vragen en opmerkingen. Leden die nog verder willen discussiëren, hun diensten aan willen bieden of gegevens uit willen wisselen doen dit nu.
  18. 18. 17 Er wordt tijdens de bijeenkomst gebruik gemaakt van een beamer voor de PowerPoint presentatie en een lessenaar. 4) Experts Vidocq Society De leden van de Vidocq Society zijn allen expert op een bepaald gebied. Bijvoorbeeld een forensisch psycholoog, DNA expert, rechter, entomoloog, bloedspatanalist, computer expert en een arts. Om lid te worden dient men aangedragen te worden door twee vaste leden van de Vidocq Society die het aangedragen lid beiden minstens twee jaar kennen. Vervolgens wordt de staat van dienst nagetrokken bij verschillende instanties en collega’s om te verifiëren of diegene daadwerkelijk als expert bestempeld kan worden. Hierdoor proberen zij de kwaliteit van de leden van de Vidocq Society te waarborgen. De experts hebben verschillende redenen om zich aan te sluiten bij de Vidocq Society. Zo spelen een notering op het CV en het onderhouden van een netwerk een rol. De geïnterviewden geven aan dat het hen vooral gaat om het oplossen van de zaak voor het slachtoffer en diens familie. Alle leden zetten zich belangeloos voor de Vidocq Society in, een aantal van hen naast een full time baan. Tevens stellen zij faciliteiten, zoals een DNA laboratorium, kosteloos beschikbaar voor nader onderzoek. 3.3 Succesfactoren en verbeterpunten Vidocq Society Volgens de definiëring van het woord succesvol binnen dit onderzoek wordt een bijeenkomst als succesvol gezien indien deze tot nieuwe inzichten heeft geleid die nog niet eerder middels andere opsporingshandelingen aan het licht zijn gekomen. Wat maakt de Vidocq Society volgens de geïnterviewden een succesvol initiatief? Hier werd verschillend over gedacht. Een van de antwoorden was het feit dat verschillende disciplines en expertise bij elkaar komen en zich gezamenlijk focussen op een zaak. De kracht van een interdisciplinaire groep en de wisselwerking onderling werd hierin benadrukt. Doordat de ene expert een vraag stelt kan een andere expert geïnspireerd worden tot het stellen van een volgende vraag. Tevens werd de intrinsieke motivatie van de leden van de Vidocq Society als succesfactor benoemd, wat maakt dat zij zich belangeloos en in een aantal gevallen naast een fulltime baan inzetten. Het leggen van verbindingen tussen intern (de politie) en extern (expertise van buiten de politieorganisatie) werd als een derde succesfactor genoemd. De contacten worden tijdens een bijeenkomst direct gelegd en in gevallen waar een expert bij kan dragen aan een onderzoek verder voortgezet. Volgens Richard Walter leveren de factoren in samenhang met elkaar een bijdrage aan de opsporing dat zich onder andere uit in het feit dat rechercheurs die een zaak inbrengen worden geïnspireerd tot het opdoen van nieuwe inzichten en onderzoekservaring die zij vervolgens weer mee terugnemen naar hun dagelijkse werkzaamheden. Gesproken is met Tom Vagasky, een van de rechercheurs die de cold case op 20 november 2014 inbracht en presenteerde. Volgens hem hebben de vragen en suggesties van de leden van de Vidocq Society het team nieuwe perspectieven en onderzoeksrichtingen in de cold case gegeven. William Gill gaf eerder in dit hoofdstuk aan dat dit voor de Vidocq Society de waardevolle bijdrage is die zij bij de herziening van een cold case willen leveren. Tom Vagasky noemt de contacten die hij heeft overgehouden aan de bijeenkomst een groot voordeel. Leden van de Vidocq Society, waaronder forensisch experts en een schouwarts,
  19. 19. 18 hebben aangeboden te assisteren in de zaak. Een latere terugkoppeling per email leerde dat Vagasky tot weken na de bijeenkomst van 20 november mails van andere leden ontving die nieuwe vragen stelden en aanboden de zaak te analyseren. Binnenkort gaat er een afvaardiging van de Vidocq Society naar het team van Vagasky om ter plaatse bijstand te verlenen aan het team. Een uitkomst is er nu nog niet. Uit de antwoorden van Vagasky blijkt dat hij en zijn team het leggen van verbindingen tussen intern (politie) en extern (expertise van buiten de politieorganisatie) evenals de intrinsieke motivatie van de leden van de Vidocq Society als waardevol hebben ervaren. Dit komt overeen met de benoemde succesfactoren van de geïnterviewde leden van de Vidocq Society. Naast de aangegeven succesfactoren droegen de geïnterviewde leden tevens verbeterpunten aan. Een aantal van hen noemden verjonging van de Vidocq Society als verbeterpunt. Tijdens de observatie van de bijeenkomst van 20 november 2014 viel op dat de meeste aanwezigen ouder dan 50 jaar waren, waarvan een deel gepensioneerd. De vraag is in hoeverre zij nog recente kennis hebben wat betreft hun vakgebied en expertise en hoe zij hun kennis op peil houden. Verjonging zou als voordeel hebben dat nieuwe methodieken en technieken ter tafel blijven komen. Daarnaast werd voorgesteld om meer tijd te nemen voor het behandelen van een cold case dan op dit moment gebeurt. Bijvoorbeeld door een extra nabespreking in te lassen na de oorspronkelijke bijeenkomst om daar vervolgens te bepalen welke experts het best aansluiting vinden bij de desbetreffende zaak. De bijeenkomst van 20 november 2014 duurde ongeveer twee uur en verliep daarmee relatief snel. Een laatste verbeterpunt dat werd aangedragen is het vergroten van de kennisdeling. Nu blijft bepaalde kennis veelal binnen de Vidocq Society zelf, wenselijk is dit wijder te verspreiden bij onder andere cold case teams en universiteiten. 3.4 Oplossingspercentage Vidocq Society Een concreet oplossingspercentage konden de geïnterviewde leden van de Vidocq Society niet verstrekken. Zij hebben dit in al die jaren niet bijgehouden. Een zaak wordt als opgelost beschouwd wanneer de dader hiervoor veroordeeld is. In veel gevallen is er bij de Vidocq Society wel een naam van een dader naar voren gekomen waarmee het onderzoeksteam vervolgens verder kon rechercheren. Het vervolgtraject is echter vaak onduidelijk. Verschillende factoren liggen hieraan ten grondslag. Een ervan is het gebrek aan geld een zaak te vervolgen. Elke staat van Amerika krijgt per jaar een bepaald budget wat besteed kan worden aan vervolgingen van strafzaken. Dergelijke zaken zijn duur en worden veelal pas aangegaan wanneer de officier van justitie gelooft dat de zaak voor de rechter en een jury daadwerkelijk kans van slagen heeft. Hierbij komt ook een politiek aspect kijken; aanklagers worden in veel Amerikaanse staten gekozen. Het verliezen van een zaak staat gelijk aan gezichtsverlies en de kans niet herkozen te worden. Daarom kan een officier van justitie beslissen de zaak niet voor de rechter te laten komen. Richard Walter betreurt deze gang van zaken. Voor de Vidocq Society is de behandeling van een zaak succesvol wanneer zij een waardevolle bijdrage aan de zaak hebben kunnen leveren. Voor hen betekent dit dat zij nieuwe onderzoeksrichtingen aan hebben kunnen dragen die zonder hun advies niet naar voren zouden zijn gekomen. De definiëring van succesvol die in dit onderzoek wordt gehanteerd geeft aan dat de behandeling van een zaak ook als succesvol kan worden bestempeld indien deze nog een keer herzien wordt, ongeacht het resultaat. Op deze manier is er alles aan de zaak gedaan voordat deze definitief in het archief belandt en heeft de zaak
  20. 20. 19 nog een keer de aandacht gekregen die het verdient. Of een zaak ook daadwerkelijk is opgelost is binnen deze definiëring niet van belang. Bill Gill verwijst naar het boek ‘The Murderroom’ van Michael Capuzzo uit 2010. Hierin worden een aantal zaken beschreven die succesvol zijn behandeld door de Vidocq Society. In het boek noemt Capuzzo een oplossingspercentage van 80 tot 90%. Het is echter niet duidelijk waar hij deze cijfers aan ontleent. Uit recentelijk mailcontact (1 april 2015) met William Gill is gebleken dat de Phoenix Police Department uit Amerika, januari jongstleden met behulp van de Vidocq Society een verdachte heeft aangehouden voor de moord op twee vrouwen in de jaren negentig. De zaak is in 2013 voor het eerst bij de Vidocq Society ingebracht. Vervolgens is een kleinere delegatie afgereisd naar Phoenix voor bijstand en advies aan het rechercheteam. De samenwerking heeft uiteindelijk geresulteerd in de aanhouding van de verdachte. Ondanks een aantal van dergelijke aantoonbare successen, is het echter wel als gemis te beschouwen dat de Vidocq Society al die jaren niet heeft bijgehouden hoeveel zaken er zijn opgehelderd, wat in die zaken de doorslaggevende factor is geweest en of de zaak heeft geleid tot een veroordeling van de verdachte. Van dergelijke informatie hadden anderen kunnen leren. De informatie had een bijdrage kunnen leveren aan de wetenschappelijke kennis over deze methodiek en een positief effect kunnen hebben op de mogelijke implementatie van de methodiek in Nederland. Was er bijvoorbeeld gedocumenteerd dat in meerdere zaken de informatie van de bloedspatanalist van doorslaggevend belang was, kon daaruit geconcludeerd worden dat bij de samenstelling van een groep gelijkend op de Vidocq Society in Nederland dergelijke expertise van groot belang is. Nu is die informatie niet voor handen.
  21. 21. 20 4 Cold Cases in Nederland In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 2: Wat is de huidige werkwijze van cold case teams in Nederland met betrekking tot het gebruik van expertise van buitenaf? In hoofdstuk 1.2 werd weergegeven dat de opsporing in Nederland in ontwikkeling is en dat een van die ontwikkelingen is dat de politieorganisatie steeds meer gebruik maakt van expertise van buitenaf bij het oplossen van zaken. Welke ontwikkelingen op het gebied van het betrekken van experts bij de herziening van cold cases zijn er momenteel in Nederland gaande? Om hier antwoord op te geven is middels literatuuronderzoek en interviews verkennend onderzoek gedaan. In paragraaf 4.1 wordt een beeld geschetst van de huidige stand van zaken en ontwikkelingen van de cold case teams in Nederland om vervolgens aandacht te besteden aan een aantal initiatieven op het gebied van het betrekken van externe expertise bij cold cases. 4.1 Huidige ontwikkelingen Sinds januari 2014 en de vorming van de Nationale Politie heeft iedere politie eenheid zijn eigen cold case team, tien in totaal. Binnen een aantal eenheden, waaronder Amsterdam en Rotterdam, bestonden de cold case teams al jaren. Voor andere eenheden, waaronder Oost- Nederland, betekende dit dat zij nieuwe cold case teams dienden te vormen. De verschillende landelijke teams besloten de handen ineen te slaan en vormen sinds 2014 de “Landelijke Werkgroep Coldcases” met elkaar. Zij komen 4 keer per jaar samen in een landelijk cold case overleg met als doel de manier van werken te verbeteren, van elkaar te leren en de organisatie op elkaar af te stemmen. Zij brengen elkaar de best practices bij door middel van presentaties en andere vormen van kennisdeling, zoals het delen van een zogeheten SharePoint pagina waarop men informatie zet. (Hammer, eigen mededeling) Sinds 2008 bestaat in Nederland echter al de Landelijke Expertgroep Coldcases, bestaande uit leden van het Openbaar Ministerie en politie. Deze expertgroep is een platform om ervaringen te delen en tevens een plek om samen aan knelpunten te werken. Vanaf 2013 hanteert de Landelijke Expertgroep Coldcases de volgende definitie van een cold case: “Een cold case is een onopgelost levensdelict (moord of doodslag) of een zeer ernstig delict waarop een minimale gevangenisstraf van 12 jaar is gesteld.” ( Lijnkamp, 2014) De Landelijke Werkgroep Coldcases hanteert dezelfde definitie, maar aangevuld met het volgende: “Uitgegaan wordt van een termijn van 3 jaar na de pleegdatum alvorens de zaak een cold case wordt. Een zaak wordt pas een cold case wanneer het als zodanig is aangemerkt door een lid van de korpsleiding en de rechercheofficier.” (Landelijke Werkgroep Coldcases, 2014, p.1) De werkgroep kwam tot de conclusie dat er een inventarisatie plaats diende te vinden van alle cold cases in Nederland, dit was eerder nog niet gebeurd. Hoeveel cold cases zijn er nou daadwerkelijk in ons land? Dit proces van inventarisatie is momenteel bij alle eenheden gaande. De eenheid Oost Nederland is na anderhalf jaar bezig te zijn geweest als eerste klaar met de inventarisatie. In totaal hebben zij een score van 223 cold cases. Bij de eenheid Amsterdam staat de teller na een eerste inventarisatie op ongeveer 450 cold cases, bestaande uit
  22. 22. 21 moorden en doodslagen. Deze lijst is nog niet compleet daar er nog geen andere delicten die aan de definitie van een cold case voldoen, zoals zedendelicten en brandstichtingen, aan zijn toegevoegd. Nadat de verschillende cold case teams een inventarisatie hebben gemaakt van het aantal cold cases, is het de bedoeling dat zij deze gaan prioriteren om zo te beslissen welke daadwerkelijk opnieuw onderzocht gaan worden. Recherchekundige Francien Lijnkamp heeft onderzocht welke indicatoren bij kunnen dragen aan een effectieve prioritering. Uit haar onderzoek kwamen negen indicatoren die een middelmatig tot hoge bijdrage hebben geleverd aan de behandelde cold case onderzoeken, waaronder; zijn er ooggetuigen van het delict, is er een identiteit van een verdachte vast komen te staan, is het misdrijf gepleegd in combinatie met een ander strafbaar feit en is er nieuwe relevante informatie over het misdrijf binnengekomen? (Lijnkamp, 2014) Tevens wordt het Evaluation Model van James Adcock en Sarah Stein gebruikt bij de prioritering van zaken. In hun model beschrijven zij negen zogeheten ‘solvability and prioritizing factors’ die ieder met een bepaalde score gewaardeerd worden. De factoren of het slachtoffer geïdentificeerd is, of er nog fysiek bewijs bewaard is gebleven en of belangrijke getuigen nog beschikbaar zijn worden in het model hoog gewaardeerd. (Adcock & Stein, 2014) Mede door het gebruik van dergelijke methodieken om te prioriteren heeft de eenheid Oost Nederland momenteel 23 zaken in behandeling die kansrijk geacht worden. (Hammer, eigen mededeling) Cold case Nederland is in beweging. Dit maakt dat er ruimte ontstaat voor nieuwe, creatieve ideeën om cold cases aan te pakken. De nieuwe ontwikkelingen op cold case gebied in Nederland beperken zich niet tot de politieorganisatie zelf. Tijdens dit onderzoek is een verkenning gedaan waarbij is gekeken naar initiatieven op het gebied van externe expertise bij cold cases die passen binnen de afbakening van dit onderzoek. Naast het feit dat het om deskundigen op een bepaald vakgebied van buiten de politieorganisatie dient te gaan, richten de initiatieven zich tevens op een vooraf geselecteerde groep experts. Er zullen nu drie van dergelijke initiatieven worden beschreven. 4.2 Landelijke Deskundigheidsmakelaar De vraag naar expertise van buitenaf heeft onder andere geleid tot oprichting van de Landelijke Deskundigheidsmakelaar (LDM) in 2005. Het is voor de politie onmogelijk om op alle vakgebieden specifieke kennis te hebben, wat maakt dat de vraag naar externe expertise toeneemt. Om dit te stroomlijnen is in 2005 binnen de politieacademie een landelijk loket opgericht dat op de aanvraag van een rechercheteam bemiddelt in het vinden van gekwalificeerde, externe deskundigen op diverse vakgebieden. (Van Leiden & Ferwerda, 2006) Rosmarijn Zuring heeft een artikel over de LDM geschreven in het politievakblad “Blauw”van 23 november 2013. Zij geeft hierin aan dat alle deskundigen in de database zijn getoetst (of in afwachting zijn van toetsing) door een College van toetsing en advies. Elke deskundige ondertekent tevens een geheimhoudingsverklaring en gedragscode. Dit maakt dat de meer dan 300 deskundigen die de database momenteel rijk is zonder in strijd te zijn met de Wet Politiegegevens (WPG) inzage mogen hebben in de politiestukken. Dat maakt hun betrokkenheid bij een opsporingsonderzoek een stuk makkelijker. Zuring geeft in het artikel tevens aan dat de aanvragen steeds meer verschuiven van lopende
  23. 23. 22 onderzoeken zoals bij Team Grootschalige Opsporing (TGO) naar cold case onderzoeken en reviews. “Een deskundige kan in dat soort zaken bij uitstek bijdragen aan een nieuwe visie op de zaak en aan het falsificeren van eerdere conclusies en hypotheses.” (Zuring, 2013, p. 21-22) Toch is er ook een kritische noot bij het initiatief te plaatsen. De verklaring van een externe wetenschappelijke deskundige kan van grote waarde zijn voor het onderzoek. Een deskundige beschikt over kennis waarover het team zelf niet beschikt. Het probleem dat hierbij komt kijken is dat het voor het team onmogelijk te beoordelen is hoe betrouwbaar de verstrekte informatie is. Het team is en blijft dan ook verantwoordelijk voor het onderzoek, de deskundige moet gezien worden als adviseur. (Bollen, 2010) Coördinator Hans Molenaar van het LDM geeft aan dat het LDM momenteel bezig is met het opzetten van een pilot. De huidige werkwijze van het LDM is dat een opsporingsteam met een hulpvraag komt en er dan wordt gekeken welke expert uit de database het beste aansluit bij die hulpvraag. Bij de pilot is het de bedoeling dat alle experts uit de database middels een filmpje van 10 minuten de hulpvraag en een samenvatting van de zaak kunnen bekijken en allemaal de kans krijgen te reageren. Op die manier selecteren de experts zichzelf en kunnen zij zich aanbieden indien ze denken bij te kunnen dragen. Hans Molenaar noemt dit proces wisdom of the incrowd. (Hans Molenaar, persoonlijke mededeling). Dit gedachtegoed sluit aan bij de werkwijze van de Vidocq Society. Ook daar wordt een zaak aan een grote groep tegelijk gepresenteerd. Het verschil is dat de pilot van het LDM zich afspeelt in een virtuele omgeving waarbij de experts niet lijfelijk met elkaar in dezelfde ruimte zitten en het directe contact en verbindingen niet gelegd worden. 4.3 Burger Review Team Een ander initiatief dat momenteel wordt ontwikkeld binnen de Nederlandse opsporing op het gebied van cold cases is het Burger Review Team. Recherchekundige Janet van Buel heeft in 2013 onderzoek gedaan naar deze van oorsprong Amerikaanse methode die verschillende onderscheidingen heeft ontvangen en in literatuurstukken benoemd wordt als een succesvol voorbeeld van de inzet van burgers en het verbeteren van effectiviteit in opsporingsonderzoeken. (Van Buel, 2013) De methode wordt sinds 2003 gebruikt bij de Charlotte Mecklenburg Police Department in North Carolina onder de noemer ‘Civilian Review Team’. Het team, dat voornamelijk bestaat uit gepensioneerde opsporingsambtenaren, maakt middels een vaste methodiek een samenvatting van een cold case onderzoek en presenteert deze samenvatting en bijbehorende aanbevelingen aan de rechercheurs van de cold case unit. De rechercheurs kunnen deze aanbevelingen dan direct opvolgen, waardoor hen veel tijd wordt bespaard en waardoor ze aan het onderzoeken van meer cold cases toekomen. Het voordeel dat dit vooral voor de productie oplevert is in Amerika van groot belang. Van Buel geeft aan dat voor het opstarten van een burger review team in Nederland het uitgangspunt voornamelijk moet zijn dat er met een frisse blik naar de zaak gekeken wordt in de hoop dat dit nieuwe aanbevelingen oplevert. (Van Buel, 2013) Tijdens een door Van Buel opgezet experiment hebben acht reviewers, allen mannen die in het verleden bij verschillende afdelingen van de politie hebben gewerkt om op een zeker moment de overstap naar het bedrijfsleven te maken, in drie maanden tijd een cold case gereviewd. Na afloop bleken zowel het reviewteam als de betrokken teamleider van het cold case team enthousiast en gaven zij aan positief te kijken naar een samenwerkingsverband in de
  24. 24. 23 toekomst. Nu, ongeveer een jaar later, geeft van Buel aan dat er inderdaad gevolg aan haar onderzoek is gegeven. Inmiddels hebben er meerdere bijeenkomsten plaatsgevonden waarin een groep reviewers zich middels een brainstorm heeft gebogen over een cold case. De groep reviewers bestaat nog steeds uit ex-politiemensen, maar de wens is dit uit te gaan breiden naar experts. Janet van Buel geeft aan dat het Nederlandse burger review team steeds meer vorm krijgt, maar dat er een factor is die de boel aanzienlijk vertraagt, namelijk het feit dat burgers volgens de Wet Politiegegevens (WPG) niet gemachtigd zijn bepaalde stukken in te zien. Hierdoor mogen veel politiestukken niet getoond worden en moet er altijd geanonimiseerd te werk worden gegaan. Dit zou kunnen worden ondervangen door het gebruik van deskundigen aangesloten bij de LDM, daar die deskundigen zijn getoetst en derhalve politiestukken in mogen zien. 4.4 Samenwerkingsverband studenten Universiteit Maastricht Het cold case team van de eenheid Limburg is een samenwerkingsverband gestart met studenten en medewerkers van de Universiteit van Maastricht. Volgens teamleider Jo Schroeder kunnen politie en justitie er niet meer omheen om ook vanuit de wetenschap kennis en kunde te verwerven bij de bestrijding van criminaliteit. In een telefonisch interview geeft hij aan dat ze sinds 2012 meerdere cold cases, vier in totaal, hebben uitgezet bij studenten van de Universiteit Maastricht. In groepen van tien, onder begeleiding van twee docenten, werken zij in drie maanden tijd een onderzoek door. Vervolgens schrijven zij een rapportage met bevindingen en presenteren dit aan het team van rechercheurs die de zaak ooit onderzocht hebben. De studenten hebben verschillende achtergronden, waaronder forensica, criminologie, rechten en psychologie. De studenten tekenen voorafgaand een geheimhoudingsverklaring die wordt verzorgd door de Universiteit Maastricht. De consequenties van het schenden hiervan zijn onder andere verwijdering van de Universiteit Maastricht en een einde van de samenwerking met de politie. Op deze manier hoeven de onderzoeken niet geanonimiseerd te worden. Jo geeft aan het project en het eindproduct van de studenten een succes te vinden. Het succes zit volgens hem in het feit dat ze met nieuwe en goed beargumenteerde onderzoeksrichtingen komen waar het onderzoeksteam destijds niet op was gekomen. Momenteel zijn een aantal van deze zaken verder in behandeling, maar over de uitkomsten kunnen nog geen uitspraken worden gedaan. Opvallend is dat de studenten na het tekenen van een geheimhoudingsverklaring alle politiegegevens mogen lezen en de WPG hiermee niet in het gedrang komt. Van Buel gaf aan dat dit bij de uitvoer van haar experiment en latere pilots met ex-politiemensen een belemmering was. Afgevraagd kan worden waarom zij niet ook een dergelijke verklaring kunnen tekenen waarna niet meer geanonimiseerd te werk hoeft te worden. Uit bovenstaande initiatieven blijkt dat er binnen de Nederlandse opsporing bij de herziening van cold cases steeds meer vraag is naar de hulp van externen. Er wordt zowel met groepen burgers met een politieachtergrond gewerkt (zoals het burger review team in Rotterdam), met groepen studenten (zoals in de eenheid Limburg), als met individuele experts zoals bij de Landelijke Deskundigheidsmakelaar. Dit wordt onderstreept door de teamleiders van de cold case teams van Amsterdam en Den Haag. Tijdens interviews geven zij aan gebruik te maken van experts bij het onderzoeken van cold case. (zie bijlage I) Het gaat vaak om één of twee experts per onderzoek waarvan het
  25. 25. 24 merendeel verbonden is aan het NFI. Dit heeft een financiële reden; experts van het NFI worden vergoed door politie of Openbaar Ministerie en experts van buiten het NFI niet. Dit maakt dat veelal dezelfde experts bij onderzoeken betrokken worden. Naast het NFI wordt tevens gebruik gemaakt van de Landelijke Deskundigheidsmakelaar bij het zoeken naar de juiste deskundige bij een zaak. De volgende experts worden volgens de geïnterviewde teamleiders het meest ingezet; archeoloog, antropoloog, arts, patholoog anatoom, bloedspatanalist, forensisch psycholoog, entomoloog en wonddeskundige. Het gebruik van experts wordt door beide teamleiders als positief ervaren. Uit dit uitgevoerde verkennend onderzoek blijkt dat er momenteel in Nederland niet op structurele wijze door een breed samengestelde interdisciplinaire groep experts tegelijk wordt gekeken naar cold cases. De beschreven pilot van het LDM lijkt het meest op een dergelijke interdisciplinaire groep, met als verschil dat de experts niet tegelijk met elkaar in een ruimte zitten, maar ieder individueel achter een computer. Hierdoor mist de directe verbinding tussen intern (politie) en extern (buiten de politieorganisatie), welke als succesfactor in het vorige hoofdstuk werd genoemd. De groep studenten uit Maastricht is interdisciplinair, maar niet breed samengesteld. Tevens valt te betwisten of zij evenals de docenten als expert kunnen worden bestempeld. De intrinsieke motivatie om cold cases te willen oplossen is terug te zien in het initiatief van het Burger Review Team in Rotterdam. Dat blijkt uit het feit dat ex-politiemensen bereid zijn naast hun nieuwe baan in het bedrijfsleven belangeloos tijd vrij te maken voor de review van een cold case. In hoeverre zijn zij echter als deskundige in een bepaald vakgebied aan te duiden? Te zien is dat de succesfactoren die door de leden van de Vidocq Society in hoofdstuk 3.3 genoemd zijn afzonderlijk van elkaar aanwezig zijn in de beschreven initiatieven. Er is echter nog geen initiatief gevonden waarin ze samenkomen. Zou de gehanteerde werkwijze van de Vidocq Society een aanvulling of voorbeeld kunnen zijn voor het vormgeven van een dergelijk initiatief in Nederland? Hier wordt in het volgende hoofdstuk dieper op ingegaan.
  26. 26. 25 5 Expertmeeting In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 3: In hoeverre kan de methodiek van de Vidocq Society een aanvulling zijn op de Nederlandse werkwijze en onder welke voorwaarden kan dit worden vormgegeven? Om hier antwoord op te geven is een expertmeeting georganiseerd. Deze vond plaats op 9 april 2015 te Amsterdam. De bijeenkomst werd bijgewoond door acht experts die voor deze gelegenheid als klankgroep fungeerden. Zij zullen vanaf nu deelnemer genoemd worden. Er is voor het aantal acht gekozen met het oog op de te voeren discussie tijdens de expertmeeting waarbij het wenselijk is dat iedere deelnemer aan bod komt. Bij een groter aantal is dat een minder werkbare situatie. Bij de selectie van de deelnemers is gekeken naar mensen uit het werkveld die in de toekomst ondersteuning kunnen bieden om de implementatie van de methodiek van de Vidocq Society in Nederland mogelijk te maken. Volgens de afbakening in dit onderzoek wordt dit draagvlak geboden door de cold case teams in Nederland enerzijds en externe experts van buiten de politieorganisatie anderzijds. Derhalve is er gekozen voor een mix van beide partijen. De volgende deelnemers waren aanwezig: - Teamlid cold case team Eenheid Oost Nederland - Coördinator van de Landelijke Deskundigheidsmakelaar - Docent van de politieacademie, recherchekundige opleiding - Toxicoloog - Psychologe/criminologe - Gedragsdeskundige/recherchepsychologe - Forensisch expert - Teamleidster Cold Case Team Amsterdam Tijdens de bijeenkomst zijn de bevindingen van de eerdere onderzoeksvragen van dit onderzoek gepresenteerd om de deelnemers vervolgens uit te nodigen tot het voeren van een discussie. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bevindingen van de expertmeeting in paragrafen uiteengezet. (zie bijlage V). 5.1 Randvoorwaarden De voorwaarden waaronder een groep zoals de Vidocq Society in Nederland vorm zou kunnen krijgen werden besproken. Een van de deelnemers van buiten de politieorganisatie gaf aan de groep van de Vidocq Society te groot te vinden en vroeg zich af of dat wel effectief werkt. Haar voorkeur zou bij een kleinere groep liggen. Daar werd tegenin gebracht door de coördinator van de Landelijke Deskundigheidsmakelaar (LDM) dat er in Nederland wel vaker met kleinere groepen wordt gewerkt en dat juist het unieke van deze methodiek is dat een zaak voor een grote groep wordt ingebracht. Een grote groep brengt echter kosten met zich mee en is lastiger bij elkaar te krijgen. Alle deelnemers gaven aan het niet erg te vinden om zelf reiskosten te betalen indien zij tot een dergelijke groep zouden behoren. Dat zou geen struikelblok moeten zijn waarop het opzetten van een dergelijk initiatief zou stuklopen. De intrinsieke motivatie die door de leden van de Vidocq Society in hoofdstuk 3.3 als een succesfactor werd genoemd blijkt
  27. 27. 26 tevens in deze groep deelnemers aanwezig. De locatie van de bijeenkomsten speelt echter wel een rol. Door een deelnemer van buiten de politieorganisatie werd aangegeven dat een centrale locatie in Nederland de voorkeur geniet. Ook qua tijdstip dient er aan voorwaarden te worden voldaan. Twee deelnemers van buiten de politieorganisatie benadrukken het feit dat dit voor hen een neventaak zou zijn naast hun gewone werkzaamheden en daarom in de avonduren of weekenden dient plaats te vinden. De medewerker van het cold case team geeft aan het een fantastisch idee te vinden een groep gelijkend op de Vidocq Society in Nederland op te zetten. Hij ziet een rol weggelegd bij de projectvoorbereiding van een cold case. In Amerika wordt de methodiek meer als laatste redmiddel ingezet, terwijl het in Nederland ook medebepalend zou kunnen zijn voor de manier waarop een zaak operationeel zou worden aangepakt. De deelnemers werkzaam bij de politie zien hierin meer een rol aan de voorkant van het proces, zodat de bevindingen kunnen worden geïntegreerd in het opsporingsproces. Benadrukt wordt wel dat navolging van de zaak gegarandeerd moet zijn nadat deze is ingebracht in een expertgroep; een rechercheteam dient klaar te staan om de zaak te draaien en de nieuwe informatie te verwerken. 5.2 Welke experts? Op de vraag welke experts aan een dergelijk initiatief mee zouden kunnen doen en waar ze vandaan kunnen worden gehaald kwamen diverse suggesties. Ten eerste werd de database van het LDM genoemd, mede gezien het feit dat de aangesloten deskundigen getoetst zijn en gemachtigd tot het lezen van politie informatie. De database bestaat uit meer dan 300 deskundigen. Toch vond een deelnemer van binnen de politieorganisatie dat er ook verder gekeken dient te worden dan deze database. Niet iedere deskundige is bij de LDM aangesloten, maar wellicht wel expert op zijn of haar vakgebied. Dergelijke experts kunnen via via worden aangedragen. Volgens haar zouden dit ook experts van binnen de politie kunnen zijn en niet per se daarbuiten. Ook binnen de politie is expertise aanwezig en het zou zonde zijn dit niet te benutten. De coördinator van het LDM sluit zich bij dit standpunt aan en geeft aan dat het lastig is te inventariseren welke deskundigen binnen de politieorganisatie werkzaam zijn. Volgens hem is de interne expertise een schatkamer aan kennis en informatie, maar weet men elkaar niet goed te vinden. Deze informatie moet beter gewaarborgd worden. Daarnaast werd het netwerk van vrijwilligers dat bij de politie is aangesloten als mogelijke bron genoemd. In dit netwerk zouden allerlei verschillende expertisegebieden en achtergronden vertegenwoordigd zijn. Er dient volgens de deelnemers op gelet te worden dat de groep bestaat uit zowel jonge als oudere experts. Bij de Vidocq Society is de gemiddelde leeftijd hoog en in de discussie rijst de vraag hoe zij hun kennis en expertise up to date houden. Zowel deelnemers van binnen als van buiten de politieorganisatie waren hier kritisch op en benadrukten dat jongere experts doorgaans meer op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen. Door de leden van de Vidocq Society werd de hoge leeftijd in hoofdstuk 3.3 als een van de verbeterpunten benoemd, ook tijdens de expertmeeting werd dit als zodanig gezien. 5.3 Vidocq Society versus andere methodieken Tijdens de expertmeeting zijn een aantal andere methodieken besproken en vergeleken met de methodiek van de Vidocq Society. Zo werd door de coördinator van het LDM aangegeven dat het LDM momenteel bezig is met een pilot die hetzelfde gedachtegoed kent als de
  28. 28. 27 Vidocq Society; namelijk een zaak inbrengen voor een grote groep experts en kijken wie er reageert. Deze pilot, waarbij middels een filmpje een cold case wordt gepresenteerd aan het hele LDM bestand, is in het vorige hoofdstuk tevens aangehaald. Het voordeel versus de methodiek van de Vidocq Society is dat het aanzienlijk scheelt in tijd en geld daar niet alle deskundigen naar een bepaalde plek dienen te komen. Het nadeel is dat de interactie tussen de experts onderling, de zogeheten kruisbestuiving, mist, alsmede het directe contact tussen de experts en de leden van het onderzoeksteam. Deze verbinding tussen intern (politie) en extern (expertise van buiten de politieorganisatie) werd in hoofdstuk 3.3 door de leden van de Vidocq Society als een succesfactor benoemd. Tevens werden er verschillende initiatieven besproken op het gebied van burgerparticipatie, waaronder een initiatief waarbij een cold case online werd gezet en de burger werd gevraagd mee te denken. Deze werkwijze werd door de meeste deelnemers van de expertmeeting niet als positief ervaren. Vooral het feit dat het veel onnodig werk heeft gegenereerd en er weinig tot niets aan resultaat uit is gekomen. Tijdens deze discussie kwamen er twee termen ter tafel: ‘Wisdom of the crowd’ (burgers) versus ‘Wisdom of the incrowd’ (vooraf geselecteerde groep experts). De deelnemer van de politieacademie pleitte voor de wisdom of the crowd en was van mening dat de kracht van deze methodiek niet onderschat dient te worden. Hierin kreeg hij weinig tot geen bijstand van de rest van de deelnemers. De conclusie was dat het gebruik maken van de incrowd, ofwel de experts, de voorkeur geniet. Dit standpunt past binnen de afbakening van het begrip expert binnen dit onderzoek waarin is gesteld dat het gaat om deskundigen in een bepaald vakgebied van buiten de politieorganisatie waarbij initiatieven worden gericht op een vooraf geselecteerde groep. 5.4 Knelpunten en Succesfactoren Aan de deelnemers werd gevraagd welke knelpunten zij zagen bij het vormgeven van een groep gelijkend op de Vidocq Society in Nederland. Het eerste punt dat werd aangekaart door een deelneemster van buiten de politieorganisatie was de presentatie van de zaak die door de rechercheurs van het onderzoeksteam aan de experts wordt gegeven. Hoe zorg je ervoor dat die presentatie niet gekleurd is en geen subjectief beeld geeft van de cold case? Bij de methodiek van de Vidocq Society worden verdachten die tijdens het onderzoek in beeld zijn geweest tijdens de presentatie genoemd. In hoeverre is dit wenselijk voor de objectiviteit van de experts? De medewerker van het cold case team merkte op dat in Nederland niet het originele onderzoeksteam, maar een cold case team de zaak zal gaan presenteren aan de experts, wat maakt dat de samenstelling van de presentatie waarschijnlijk objectiever zal zijn. Het cold case team heeft de zaak destijds immers niet onderzocht en er later met een frisse blik naar gekeken. Alhoewel de deelneemster zich hierin kon vinden haalde ze nog een kritisch punt aan; de deelnemende experts krijgen volgens de methodiek van de Vidocq Society alleen een presentatie van de zaak en zullen niet het hele dossier onder ogen krijgen. Het gevolg kan zijn dat er dan dingen gemist worden die wellicht van doorslaggevend belang kunnen zijn. Als expert lees en interpreteer je de informatie uit het dossier immers anders dan een rechercheur. Het gebrek aan objectiviteit en mogelijke aanwezigheid van tunnelvisie kwamen uit de discussie als knelpunten naar voren. Hoewel succes binnen dit onderzoek niet is geoperationaliseerd als zijnde het oplossen van zaken, noemden de deelnemers het feit dat er door de Vidocq Society geen oplossingspercentage is bijgehouden een knelpunt. Ze vroegen zich af in hoeverre is aan te
  29. 29. 28 nemen dat de methodiek daadwerkelijk werkt en de moeite waard is in Nederland te implementeren. Zoals aan het eind van hoofdstuk 3 ook werd aangegeven was het met oog op de lering die men er later uit had kunnen trekken wenselijk geweest als de Vidocq Society het oplossingspercentage en de daarbij doorslaggevende factoren hadden bijgehouden. Het succes zit echter tevens in het feit dat een zaak nog voor een laatste keer herzien wordt en er hierbij alles aan gedaan wordt om deze alsnog op te helderen. In hoeverre is een oplossingspercentage dan nog als knelpunt te zien? Er werden ook succesfactoren van de methodiek benoemd. De kruisbestuiving die plaatsvindt tussen de experts onderling, doordat ze met elkaar in een en dezelfde ruimte zitten werd als eerste benoemd door de coördinator van de LDM. Deze onderlinge wisselwerking kan bijdragen aan het creatieve denkproces. Daarnaast werd door een deelnemer van binnen de politieorganisatie aangegeven dat juist in deze tijd waarin cold case Nederland aan het veranderen is, er ruimte is voor nieuwe initiatieven zoals deze. Wat dat betreft had de timing niet beter kunnen zijn. Hij onderstreept nogmaals hoe enthousiast hij is over het idee. 5.5 Hoe nu verder? Tot slot werd besproken hoe de methodiek van de Vidocq Society daadwerkelijk in Nederland zou kunnen worden geïmplementeerd. De coördinator van het LDM bood aan de eerste pilot te willen bekostigen en de deskundigen uit het LDM bestand er voor aan te willen leveren. Dat zou betekenen dat er een cold case kan worden gepresenteerd aan een grote groep van diverse deskundigen volgens de methodiek van de Vidocq Society. De deelnemers aan de expertmeeting gaven aan hier ook bij aanwezig te willen zijn en een bijdrage te willen leveren. Ze gaven allen aan enthousiast te zijn over het idee. Daarnaast werden er verdere suggesties gedaan voor subsidies in de toekomst, waaronder de budgetten die via de Europese Unie worden verstrekt voor dergelijke projecten. De deelnemers waren van mening dat er gestart moet worden met een pilot om daarvan te leren en te kijken welke vorm voor zowel de rechercheurs die zaken aanleveren, als de experts die deelnemen aan de groep werkbaar is.
  30. 30. 29 6 Conclusies, Discussie en Aanbevelingen Bij aanvang van dit onderzoek werd de volgende probleemstelling geformuleerd: In hoeverre is de gehanteerde methodiek van de Vidocq Society uit Philadelphia relevant als aanvulling op de huidige werkwijze met betrekking tot het inschakelen van externe expertise bij de herziening van cold cases in Nederland? In dit afsluitende hoofdstuk worden de conclusies, discussie en aanbevelingen geformuleerd. Tijdens het onderzoek zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd waar middels verschillende onderzoeksmethoden antwoord op is gegeven. In dit hoofdstuk zal eerst antwoord worden gegeven op de onderzoeksvragen, om vervolgens over te gaan tot de conclusie. De conclusie wordt gevolgd door een discussie en aanbevelingen. 6.1 Onderzoeksvraag 1: Welke methodiek hanteert de Vidocq Society uit Philadelphia en welke factoren maakt deze methodiek succesvol? De methodiek van de Vidocq Society is tijdens het onderzoek middels observatie en interviews in kaart gebracht. Daarbij is de methodiek opgedeeld in vier onderdelen, te weten: 1) Selectieproces cold case 2) Presentatie van de cold case 3) Bijeenkomst Vidocq Society 4) Experts Vidocq Society Het succes van de methodiek wordt door deze vier onderdelen in samenhang met elkaar bepaald. Aan de voorkant zit het selectieproces waarbij duidelijk wordt dat een cold case aan een aantal voorwaarden dient te voldoen voordat deze behandeld kan worden tijdens een bijeenkomst. Zo hanteren zij de volgende definitie van een cold case: ” Een zaak die minimaal twee jaar oud is en waarbij de opsporingshandelingen geen vooruitgang in de zaak hebben geboekt. De zaak dient een moordzaak te zijn, waarvan onomstotelijk is vast komen te staan dat het om een moord gaat.” De Vidocq Society krijgt per jaar tussen de vijftig en vijfenzeventig aanvragen binnen van rechercheteams door het hele land en kiezen er negen per jaar uit om plenair tijdens een bijeenkomst te behandelen. Vervolgens dient de presentatie van de geselecteerde cold case aan een aantal eisen te voldoen. Zo moet de presentatie een aantal elementen zoals een autopsierapport, foto’s van het plaats delict en tijdslijnen bevatten en ongeveer drie kwartier duren. De bijeenkomst verloopt volgens een vaststaande structuur waarbij door onder andere sterk voorzitterschap gezorgd wordt voor een gestroomlijnd proces. In totaal duurt de bijeenkomst ongeveer twee uur en bestaat uit een welkomstwoord, lunch, presentatie van de cold case, stellen van vragen en een afsluiting. De experts die de bijeenkomst bijwonen stellen na afloop van de presentatie kritische vragen aan het onderzoeksteam en doen dit vanuit hun eigen expertise en deskundigheid. Een aantal voorbeelden van aanwezige deskundigen zijn; een bloedspatanalist, een DNA- expert, een entomoloog en een forensisch psycholoog. De experts proberen middels het stellen van vragen tot nieuwe onderzoeksrichtingen te komen en waar kan een bijdrage te leveren aan het verdere verloop van het onderzoek. Tijdens de bijgewoonde bijeenkomst van de Vidocq Society op 20 november 2014 waren 77 experts aanwezig. Dit bleek een representatief aantal.
  31. 31. 30 In interviews met een aantal leden van de Vidocq Society is gevraagd naar succesfactoren en verbeterpunten van de methodiek. Als belangrijkste succesfactoren werden genoemd: - De kracht van een interdisciplinaire groep en de wisselwerking tussen de experts onderling - De intrinsieke motivatie van de leden van de Vidocq Society om belangeloos tijd en energie in de Vidocq Society te steken. - Het leggen van directe verbindingen tussen intern (politie) en extern (expertise van buiten de politie) De verbeterpunten die werden genoemd waren de volgende: - De gemiddeld hoge leeftijd van de leden van de Vidocq Society; verjonging is gewenst - De relatief korte tijd waarin een bijeenkomst plaatsvindt. Tijdens het onderzoek naar de methodiek van de Vidocq Society viel op dat er in al die jaren nooit een oplossingspercentage is bijgehouden. Hoewel succes voor de Vidocq Society niet ligt in het oplossen van een zaak, maar het willen leveren van een waardevolle bijdrage in de vorm van het aandragen van nieuwe onderzoeksrichtingen waar het onderzoeksteam zelf niet op gekomen was, is het toch spijtig te noemen dat ze bepaalde dingen niet hebben gedocumenteerd. Daar hadden anderen die een gelijksoortige groep willen starten van kunnen leren. Het was interessant geweest te weten wat de doorslaggevende factoren en expertisegebieden waren die in de afgelopen jaren hebben bijgedragen aan het ophelderen van zaken of het bieden van nieuwe onderzoeksrichtingen. 6.2 Onderzoeksvraag 2: Wat is de huidige werkwijze van cold case teams in Nederland met betrekking tot het gebruik van expertise van buitenaf? Sinds 2014 en de vorming van de Nationale Politie heeft iedere politie-eenheid zijn eigen cold case team, tien in totaal. Zij hebben zich verenigd in de ‘Landelijke Werkgroep Coldcases’ en komen vier keer per jaar bij elkaar met als doel de manier van werken te verbeteren, van elkaar te leren en de organisatie op elkaar af te stemmen. Zij hanteren de volgende definitie van een cold case:” Een cold case is een onopgelost levensdelict (moord of doodslag) of een zeer ernstig delict waarop een minimale gevangenisstraf van 12 jaar is gesteld. Uitgegaan wordt van een termijn van 3 jaar na de pleegdatum alvorens een zaak een cold case wordt en wanneer dit als zodanig is aangemerkt door een lid van de korpsleiding en de rechercheofficier.” Een van de landelijke initiatieven is het doen van een inventarisatie om in kaart te brengen om hoeveel cold cases het in Nederland in totaal gaat. Bij de eenheid Oost Nederland zijn 223 cold cases geïnventariseerd, in Amsterdam staat de teller nu op 450 moorden en doodslagen en komen er vermoedelijk nog veel meer zaken bij. Vervolgens is het de bedoeling dat de zaken middels verschillende methodieken geprioriteerd gaan worden om zo te beslissen welke daadwerkelijk opnieuw onderzocht gaan worden. Cold case Nederland is volop in beweging en staat nu meer dan ooit open voor nieuwe, creatieve ideeën om deze enorme bulk aan zaken zo effectief mogelijk aan te kunnen pakken. Geïnterviewde teamleiders van verschillende cold case teams geven aan gebruik te maken van individuele experts bij bijna iedere cold case die zij onderzoeken. Die nieuwe ontwikkelingen beperken zich niet alleen tot de politieorganisatie zelf, steeds vaker wordt expertise van buiten de politie aangesproken bij het onderzoeken van cold cases. Tijdens het onderzoek zijn daar een drietal initiatieven van beschreven: - De Landelijke Deskundigheidsmakelaar - Het Burger Review Team - Studenten van de Universiteit Maastricht
  32. 32. 31 De Landelijke Deskundigheidsmakelaar (LDM) bestaat sinds 2005 en verschaft de politie een bank met meer dan 300 deskundigen op allerlei vakgebieden. Het onderzoeksteam kan een verzoek indienen bij de coördinator van het LDM, waarop hij gaat kijken welke deskundige een bijdrage zou kunnen leveren aan de zaak. Momenteel is het LDM bezig met de voorbereiding van een pilot waarbij ze niet slechts individuele deskundigen, maar de gehele databank willen bereiken. Dit willen ze doen middels het plaatsen van een filmpje op een beveiligde website waarin de cold case uiteen wordt gezet. Dit filmpje kan worden bekeken door alle 300 deskundigen die zijn aangesloten bij het LDM, waarna diegenen die denken een bijdrage te kunnen leveren in een virtuele omgeving kunnen reageren. Op die manier selecteren de experts zich vanzelf en worden deze niet geselecteerd door de coördinator. Het Burger Review Team is gebaseerd op een Amerikaanse methodiek die is onderzocht door een recherchekundige van de eenheid Rotterdam. In Amerika bestaat het review team vooral uit gepensioneerde opsporingsambtenaren, in Nederland waren dit tijdens het uitgevoerde experiment oud-opsporingsambtenaren die op een gegeven moment de overstap naar het bedrijfsleven hebben gemaakt. Zij hebben in drie maanden tijd een cold case gereviewd om hun bevindingen vervolgens te rapporteren aan het onderzoeksteam. De reacties waren positief, maar de wens is geuit om het review team in de toekomst ook uit te gaan breiden met experts. Tot slot is gekeken naar een initiatief van de eenheid Limburg. Het cold case team is een samenwerkingsverband gestart met studenten en medewerkers van de Universiteit Maastricht. Studenten met verschillende achtergronden werken in groepen van tien, begeleid door twee docenten in drie maanden tijd een cold case door. Vervolgens schrijven zij hun bevindingen in een rapport en presenteren dit aan het onderzoeksteam van de politie. 6.3. Onderzoeksvraag 3: In hoeverre kan de methodiek van de Vidocq Society een aanvulling zijn op de Nederlandse werkwijze en onder welke voorwaarden kan dit worden vormgegeven? Middels een expertmeeting waaraan acht experts deelnamen is antwoord gegeven op deze deelvraag. Bij de selectie van de deelnemers is gekeken naar mensen uit het werkveld die in de toekomst ondersteuning kunnen bieden om de implementatie van de methodiek van de Vidocq Society in Nederland mogelijk te maken. Volgens de afbakening in dit onderzoek wordt dit draagvlak geboden door de cold case teams in Nederland enerzijds en externe experts van buiten de politieorganisatie anderzijds. Derhalve is er gekozen voor een mix van beide partijen. Na het presenteren van de onderzoeksresultaten tot dusver, werd een discussie op gang gebracht. De belangrijkste bevindingen uit die discussie zijn de volgende: - De intrinsieke motivatie deel te willen nemen aan een groep gelijkend op de Vidocq bleek aanwezig bij de deelnemers. Zij gaven aan bereid te zijn zelf reiskosten te betalen en in hun vrije tijd deel te nemen aan bijeenkomsten. Een centrale locatie en avonduren of weekenden werden hierbij wel als randvoorwaarden genoemd. - De deelnemers zien voor een groep gelijkend op de Vidocq Society een rol weggelegd binnen de projectvoorbereiding van een zaak, zodat de bevindingen vervolgens in het opsporingsproces geïntegreerd kunnen worden. - Het deskundigenbestand van de LDM werd door de deelnemers als belangrijke bron gezien om in de toekomst deskundigen voor een groep gelijkend op de Vidocq Society vandaan te halen. Deze deskundigen zijn getoetst en gemachtigd politiegegevens in te zien. - Bij de samenstelling van een dergelijke groep dient te worden gezorgd voor een mix van
  33. 33. 32 zowel jonge als oudere experts. - Er dient gezorgd te worden voor een zo objectief mogelijke presentatie van de cold case door de rechercheurs van het onderzoeksteam, waarbij tunnelvisie geen kans moet krijgen. Dit wordt getracht te ondervangen doordat een onafhankelijk cold case team de zaak opnieuw herziet en daardoor een objectiever beeld kan geven dan de rechercheurs die de zaak destijds onderzocht hebben. - De deelnemers zien het feit dat er door de Vidocq Society geen oplossingspercentage is bijgehouden als gemis en vragen zich af in hoeverre we nu kunnen weten en meten dat het een succesvolle methodiek is om in de Nederlandse opsporingspraktijk te implementeren. - De kruisbestuiving tussen de experts onderling, doordat ze met elkaar in dezelfde ruimte zitten werd als een succesfactor benoemd. - De deelnemers zagen de methodiek als aanvulling op de huidige werkwijze in Nederland en waren van mening dat het vormen van een dergelijke groep tot uitvoer dient te worden gebracht. Vooral in deze tijd waarin cold case Nederland volop in verandering en beweging is zagen de deelnemers kansen. De coördinator van het LDM, deelnemer aan de expertmeeting, heeft aangeboden de eerste pilot van het idee te realiseren met deskundigen uit het LDM bestand. 6.4 Conclusie Uit het uitgevoerde onderzoek kan geconcludeerd worden dat de methodiek van de Vidocq Society relevant is als aanvulling op de huidige werkwijze met betrekking tot het inschakelen van externe expertise bij de herziening van cold cases in Nederland. Cold case Nederland is in beweging. Uit de inventarisatie die momenteel landelijk gaande is blijkt dat de teller bij slechts twee eenheden, Oost Nederland en Amsterdam, al op 673 cold cases staat en daar nog zaken bijkomen. Het landelijke cijfer zal veel hoger liggen. Het is mede hierdoor van belang dat er nieuwe initiatieven en methodieken worden ontwikkeld om deze zaken te herzien, zodat er alles aan gedaan wordt de zaken alsnog op te helderen alvorens deze in het archief belanden. Dit belang wordt onderstreept door leden van verschillende cold case teams in het land. Zij gaven aan dat voor het ontwikkelen van dergelijke initiatieven momenteel volop ruimte is. Er is verkennend onderzoek gedaan naar initiatieven in Nederland waarbij cold case teams gebruik maken van expertise van buiten de politieorganisatie om cold cases te herzien. Uit dit verkennend onderzoek is gebleken dat er in Nederland nog geen initiatief gelijkend op de Vidocq Society bestaat waarbij vanuit een breed samengestelde interdisciplinaire groep experts tegelijk wordt gekeken naar cold cases. Uit het onderzoek naar de methodiek van de Vidocq Society kwamen drie succesfactoren naar voren, te weten; - De kracht van een interdisciplinaire groep en de wisselwerking tussen de experts onderling - De intrinsieke motivatie van de leden van de Vidocq Society om belangeloos tijd en energie in de Vidocq Society te steken - Het leggen van directe verbindingen tussen intern (politie) en extern (expertise van buiten de politie). De Nederlandse initiatieven die in dit onderzoek belicht zijn bevatten deze factoren afzonderlijk, maar niet in samenhang met elkaar. Derhalve zou de methodiek van de Vidocq Society een aanvulling kunnen zijn op de al bestaande initiatieven. Dit is nader onderzocht tijdens een voor het onderzoek georganiseerde expertmeeting. Bij de selectie van de deelnemers is gekeken naar mensen uit het werkveld die in de toekomst ondersteuning kunnen bieden om de implementatie van de methodiek van de
  34. 34. 33 Vidocq Society in Nederland mogelijk te maken. Ondanks een aantal kritische kanttekeningen welke onder andere in hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6.3 uiteen zijn gezet, waren de deelnemers aan de expertmeeting enthousiast over het idee de methodiek van de Vidocq Society te implementeren bij de herziening van cold cases in Nederland. Hierbij wordt de methodiek als voorbeeld en leidraad gezien. Een oefening middels het draaien van een pilot in de Nederlandse opsporingspraktijk dient uit te wijzen of deze methodiek tevens in Nederland te implementeren is en onder welke voorwaarden. De mogelijkheid deze pilot uit te voeren wordt geboden door de coördinator van het LDM die hiervoor de deskundigen uit het LDM bestand beschikbaar wil stellen. 6.5 Discussie In hoofdstuk 2 werden de gehanteerde onderzoeksmethoden van dit onderzoek beschreven, te weten; observatie, interviews, literatuuronderzoek en een expertmeeting. Hierbij werd aangegeven dat de keuze voor de onderzoeksmethoden tevens beperkingen met zich mee bracht welke bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten in ogenschouw dienen te worden genomen. Deze discussie start met een uiteenzetting van de geconstateerde beperkingen. Een eerste beperking is gelegen in het feit dat het antwoord op onderzoeksvraag 1 is gegeven aan de hand van het observeren van één bijgewoonde bijeenkomst van de Vidocq Society in Philadelphia. De vraag rijst of deze ene bijeenkomst representatief was voor meerdere bijeenkomsten en er een correct beeld is verkregen van het verloop en de gehanteerde methodiek. Het bijwonen van meerdere bijeenkomsten had de onderzoeksresultaten binnen dit onderzoek sterker gemaakt. Helaas was dit om financiële en tijdtechnische redenen niet mogelijk. De volgende geconstateerde beperking heeft tevens betrekking op het bezoek aan Philadelphia. Het bleek op de locatie waar de bijeenkomst gehouden werd niet mogelijk te zijn de vooraf opgestelde semigestructureerde interviews mondeling af te nemen. Dit had voornamelijk te maken met gebrek aan tijd van de geïnterviewden en de onrustige omgeving waarin de interviews plaats dienden te vinden. Hierin is een inschattingsfout gemaakt die voorkomen had kunnen worden door tijdens het vooronderzoek betere afspraken te maken. Derhalve is ervoor gekozen om gestructureerde interviews per mail na te sturen, welke per mail beantwoord zijn. Als die gestructureerde interviews per mail vergeleken worden met het semigestructureerde interview dat wel face to face in Philadelphia is afgenomen, is te zien dat de antwoorden op de gestelde vragen per mail minder uitgebreid zijn. Af te vragen is welke en hoeveel informatie is misgelopen door deze keuze binnen het onderzoek te maken. Bij een face to face interview is er de mogelijkheid door te vragen op antwoorden die verduidelijking behoeven of nieuwe vragen oproepen. Dat is tevens de reden dat er aanvankelijk voor het semigestructureerde interview is gekozen als onderzoeksmethode. Een andere beperking werd geconstateerd tijdens het beantwoorden van deelvraag 3. Hiervoor is een expertmeeting georganiseerd waar acht experts aan hebben deelgenomen. Dit aantal was niet groot, maar was wenselijk wegens de te voeren discussie tijdens de expertmeeting. Afgevraagd kan worden of de onderzoeksresultaten anders waren geweest bij een andere samenstelling van de groep deelnemers. Waren andere deelnemers met andere invalshoeken gekomen en zouden die wezenlijk verschillen van de huidige bevindingen? Aan te nemen valt dat hier een zekere discrepantie in zal zitten die dient te worden meegenomen bij de interpretatie van de resultaten. Een laatste beperking die in deze discussie belicht wordt hangt samen met de actualiteiten
  35. 35. 34 en ontwikkelingen op het gebied van nieuwe initiatieven bij de herziening van cold cases. Tijdens dit onderzoek is ingezoomd op een drietal initiatieven bij de beantwoording van deelvraag 2. De ontwikkelingen volgen elkaar echter in rap tempo op, dus het zou goed mogelijk kunnen zijn dat er inmiddels nieuwe(re) initiatieven op het gebied van externe expertise bij de herziening van cold cases zijn ontstaan waar in dit onderzoek niet over gesproken wordt. Er kan daarom niet vanuit gegaan worden dat de beantwoording op deelvraag 2 volledig is. Om dit vast te stellen zou er een aanvullend verkennend onderzoek gedaan dienen te worden die de actualiteit meeneemt. Een punt van discussie dat in deze scriptie meerdere malen is aangehaald is het gebrek aan een bijgehouden oplossingspercentage door de Vidocq Society. Het gezelschap is naar eigen zeggen succesvol indien zij een waardevolle bijdrage in de vorm van het aandragen van nieuwe onderzoeksrichtingen hebben geleverd. Dit maakt de methodiek lastig te valideren. Wanneer is een bijdrage waardevol en wie bepaalt wanneer dit het geval is? Het kan zo zijn dat de leden van de Vidocq Society zelf van mening zijn dat ze een nuttige bijdrage leveren aan de herziening van cold cases, maar is dat ook zo? En hoe kan dat meetbaar worden gemaakt? Een begrip als waardevol is subjectief en kan door verschillende mensen verschillend geïnterpreteerd worden. Er is niet eerder wetenschappelijk onderzoek naar de methodiek verricht waar naar verwezen kan worden, er is slechts journalistieke literatuur beschikbaar waarin hoge oplossingspercentages worden genoemd waarvan de oorsprong niet te herleiden is. Dit alles maakt dat afgevraagd kan worden of deze methodiek de moeite waard is om in Nederland te implementeren. Daar kan tegenin worden gebracht dat de Vidocq Society een aantal daadwerkelijk aantoonbare successen heeft geboekt in de vorm van identificatie en veroordeling van verdachten in cold cases. Tevens heeft geïnterviewde rechercheur Tom Vagasky aangegeven dat de Vidocq Society een waardevolle bijdrage heeft geleverd aan de door hem ingebrachte cold case in de vorm van nieuwe onderzoeksrichtingen en contacten met experts. Al is de methodiek vanuit wetenschappelijk oogpunt lastig te valideren, de zojuist beschreven argumenten tonen aan dat deze wel degelijk het onderzoeken waard is. Dat betekent echter niet dat er niet kritisch naar facetten van de methodiek gekeken kan worden alvorens deze klakkeloos worden overgenomen bij de implementatie van de methodiek in Nederland. Een van die facetten heeft betrekking op de presentatie van de cold case die door de rechercheurs aan de experts wordt gegeven. De Vidocq Society stelt onder andere als eis aan de presentatie dat verdachten die tijdens het originele onderzoek in beeld zijn geweest, worden gepresenteerd aan de experts. In hoeverre dit wenselijk is voor de objectiviteit en creativiteit valt te betwisten. Onbewust kunnen de experts door dergelijke informatie een bepaalde richting in worden geduwd, in plaats van hun gedachten de vrije loop te laten. De voorkeur geniet zoveel mogelijk bij de feiten te blijven om subjectiviteit te voorkomen. Onderdelen van de presentatie als verdachten, eerdere onderzoeksrichtingen en belangrijkste getuigen (die tijdens de bijgewoonde bijeenkomst van de Vidocq Society op 20 november aan bod kwamen) kunnen in dat opzicht beter worden vermeden. Bij de samenstelling van de presentatie is tunnelvisie soms lastig te vermijden, het blijft mensenwerk. Dit kan echter wel zoveel mogelijk worden ondervangen door bij de feiten te blijven en de presentatie te laten samenstellen door een rechercheur die de zaak destijds niet zelf onderzocht heeft. Een ander facet van de methodiek is de samenstelling van de groep experts. De gemiddelde

×