Ce diaporama a bien été signalé.
Nous utilisons votre profil LinkedIn et vos données d’activité pour vous proposer des publicités personnalisées et pertinentes. Vous pouvez changer vos préférences de publicités à tout moment.

Tags

Uitleg over tag-questions

Livres associés

Gratuit avec un essai de 30 jours de Scribd

Tout voir
  • Soyez le premier à commenter

  • Soyez le premier à aimer ceci

Tags

  1. 1. tags
  2. 2. Tags Gebruik: Tags zijn korte vraagjes die je aan een zin vastplakt.
  3. 3. Tags Gebruik: Tags zijn korte vraagjes die je aan een zin vastplakt. Vorm: hulpwerkwoord + persoonlijk voornaamwoord - bij bevestigende zinnen is de tag negatief - bij ontkennende zinnen (not) is de tag positief
  4. 4. Tags Hoe maak je een tag? Je herhaalt het hulpwerkwoord uit de zin.
  5. 5. Tags Hoe maak je een tag? Je herhaalt het hulpwerkwoord uit de zin. You have an English test tomorrow, haven’t you? He isn’t your boyfriend, is he?
  6. 6. Tags Hoe maak je een tag? Je herhaalt het hulpwerkwoord uit de zin. You have an English test tomorrow, haven’t you? He isn’t your boyfriend, is he? Geen hulpwerkwoord in de zin?  vorm van: to do You want to go home, don’t you?
  7. 7. Tags Gratis tip van Sebel: Hulpwerkwoorden zijn werkwoorden waar je n’t achter kunt zetten do  don’t have  haven’t is  isn’t etc.
  8. 8. Tags Stappenplan:
  9. 9. Tags Stappenplan: Stap 1: Ga op zoek naar het werkwoord
  10. 10. Tags Stappenplan: Stap 1: Ga op zoek naar het werkwoord Stap 2: Is het werkwoord positief of negatief?  werkwoord positief > ‘Tag’ negatief  werkwoord negatief > ‘Tag’ positief
  11. 11. Tags Stappenplan: Stap 1: Ga op zoek naar het werkwoord Stap 2: Is het werkwoord positief of negatief?  werkwoord positief > ‘Tag’ negatief  werkwoord negatief > ‘Tag’ positief Stap 3: Is het werkwoord een hulpwerkwoord?  wel een hulpwerkwoord > herhalen in de ‘Tag’  geen hulpwerkwoord > gebruik ‘to do’
  12. 12. Tags Stappenplan: Stap 1: Ga op zoek naar het werkwoord Stap 2: Is het werkwoord positief of negatief?  werkwoord positief > ‘Tag’ negatief  werkwoord negatief > ‘Tag’ positief Stap 3: Is het werkwoord een hulpwerkwoord?  wel een hulpwerkwoord > herhalen in de ‘Tag’  geen hulpwerkwoord > gebruik ‘to do’ Stap 4: In welke tijd staat het hulpwerkwoord?  zet de ‘Tag’ in dezelfde tijd
  13. 13. http://www.englishgrammar.yurls.net/ http://www.youtube.com/user/EnglishGrmmr https://twitter.com/englishgrmmr https://www.facebook.com/English.grmmr.5

×