Ce diaporama a bien été signalé.
Nous utilisons votre profil LinkedIn et vos données d’activité pour vous proposer des publicités personnalisées et pertinentes. Vous pouvez changer vos préférences de publicités à tout moment.

Koning Boudewijn - De biografie

1 445 vues

Publié le

Wie was koning Boudewijn echt? Auteur Thierry Debels (Kroongeheimen) schetst een ontluisterend portret van deze koning der Belgen.

Publié dans : Actualités & Politique
  • Soyez le premier à commenter

Koning Boudewijn - De biografie

  1. 1. koning boudewijn
  2. 2. Thierry Debels Houtekiet Antwerpen / Utrecht Koning Boudewijn Een biografie
  3. 3. © Thierry Debels / Linkeroever Uitgevers nv / Houtekiet, 2010 Houtekiet, Katwilgweg 2, b-2050 Antwerpen www.houtekiet.com info@houtekiet.com Omslag Jan Hendrickx Foto’s omslag en binnenwerk © Belga Foto’s p.39 en 40 © Archief Koninklijk Paleis Zetwerk Intertext Antwerpen isbn 978 90 8924 136 8 d 2010 4765 48 nur 698 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission of the publisher.
  4. 4. Inhoud proloog De jaren dertig-vijftig 9 hoofdstuk 1 De jaren vijftig: lood 43 hoofdstuk 2 De jaren zestig: goud 135 hoofdstuk 3 De jaren zeventig: zilver 217 hoofdstuk 4 De jaren tachtig: brons 279 hoofdstuk 5 De jaren negentig: ijzer 331 Algemeen besluit 379 Appendix 383 Bronnen 391 Register 397
  5. 5. Zoals steeds voor Cathy, Loïc, Brieuc en Elouan. Deze keer ook voor S.P. en Leo G. ‘Laat mij deez’ bittre tegenspoed omhelzen, Want wijzen noemen dit de verstandigste weg.’ shakespeare
  6. 6. proloog De jaren dertig-vijftig ‘Wanneer je een koning aanvalt, moet je hem doden.’ ralph emerson Boudewijn wordt geboren op zondag 7 september 1930 in het kasteel van Stuyvenberg. ‘De Brusselaars die zich die dag naar de vespers begeven, horen de honderdeneen kanonschoten het blij­­de nieuws aankondigen, schrijft biograaf José-Alain Fralon. De boreling weegt 4,040 kilo. België viert dat jaar honderd jaar onafhankelijkheid. Daarom wordt de jonge prins het ‘kind van het eeuwfeest’ genoemd. ‘Zijn komst wordt als een cadeau aan de natie opgevat,’ aldus Patrick Roegiers. Het is de eerste zoon voor Leopold iii en Astrid. Zus Josephine- Charlotte is dolblij met haar broertje. Volgens de orders van vader Leopold krijgt de jongen zes namen: Boudewijn, Albert, Karel, Axel, Maria en Gustaaf. Oorspronkelijk wordt gekozen voor de voornaam Albert. Dat plan wordt snel verlaten. Grootvader koning Albert i heeft een voorkeur voor de voornaam Boudewijn, naar zijn jong ge­storven broer. Het eerste cadeau dat de jonge prins van het eer- ste regiment grenadiers krijgt, is een metalen beker waarop een sierlijke letter B gegraveerd is. Toch maken de ouders een blunder: ze vergeten hun kind de naam van Leopold, de eerste koning van België, te geven. Hoe is
  7. 7. 10 koning boudewijn het mogelijk? Die naam wordt er nadien nog tussen geschoven, tussen Karel en Axel. Kranten in binnen- en buitenland schrijven verontwaardigde stukken. Het is een omineus voorteken. Voor het overschrijven van de geboorteakte van de prins in de koninklijke registers met alle zeven namen ontvangt ene Jan van Nijlen volgens een nota van 8 mei 1931 maar liefst 510 frank. Om- gerekend naar vandaag 316 euro. Mooi verdiend. Zijn eerste naam voorspelt niet veel goeds. Prins Boudewijn, naar wie de baby is genoemd, was immers de oudere broer van Albert i. Die sterft al op 23 januari 1891. Door het vroegtijdig over- lijden van de kroonprins moet zijn jongere broer Albert tegen alle verwachtingen in koning worden. Veel zin had hij niet. Net voor de eedaflegging werd Albert zelfs overvallen door plankenkoorts. Over de dood van de kroonprins doen vandaag nog steeds heel wat verhalen de ronde. Officieel is hij aan een longontsteking ge- storven. Zus Henriette schrijft dat bij de dood van Boudewijn de pers een vuile campagne opzette. ‘Men vertelde dat hij tijdens een duel gedood werd door graaf X of neergeschoten werd door graaf Y.’ Vraag is uiteraard waar die roddels tot vandaag vandaan blijven komen. Henriette beweert dat de prins op nauwelijks twee dagen tijd bezweken is en dat de enige fout die de koninklijke familie ge- maakt heeft, is dat ze verzweeg dat Boudewijn ernstig ziek was. ‘Men vond verhalen uit van knokpartijen, moord zelfs… voor een vrouw.’ De ‘nieuwe’ Boudewijn krijgt begin de jaren dertig bovendien de dynastieke titel van graaf van Henegouwen. Elke oudste zoon van de hertog van Brabant, in casu Leopold iii, krijgt die, al is Boudewijn wel de laatste Coburg die de titel draagt. Het Laatste Nieuws vroeg zich trouwens al na de geboorte van Boudewijn af of vader Leopold hem die titel wel zou verlenen. ‘Misschien krijgt hij er geen,’ schrijft de Brusselse krant. De redac- teur verwijst naar een Koninklijk Besluit van 14 maart 1891. Die wet kondigt het einde aan van titels ontleend aan de geschiedenis van de Belgische provincies. Boudewijn mag volgens dat kb enkel prins van België zijn. Het Laatste Nieuws merkt op dat van die regel in het verleden ook afgeweken werd voor de prinsen Leopold en Karel.
  8. 8. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 11 Dat Boudewijn toch de titel graaf van Henegouwen krijgt, is op­­nieuw geen gunstig voorteken. Die titel ‘graaf van Henegouwen’ kwam immers eerder toe aan prins Leopold, de op tienjarige leef- tijd overleden zoon van Leopold ii. De jongen overleed na een val in de vijver van het paleis. En dan is er nog het peterschap: de jon­ge Boudewijn krijgt koning Albert i als peter toegewezen. Die zal enkele jaren later in verdachte omstandigheden overlijden bij een val van de rotsen in Marche-les-Dames. Verdacht, omdat hij een goede klimmer was en er geen enkele getuige bij de val was. Buitenlandse kranten vragen zich af of de Coburgs vervloekt zijn. Op 11 oktober heeft de doopplechtigheid plaats in de kerk Sint- Jacob-op-Koudenberg. Dooppeter is dus Albert i, doopmeter is prin- ses De Bourbon-Parma, geboren Margaretha van Denemarken, de jongste zus van prinses Ingeborg. De plechtigheid wordt geleid door kardinaal Van Roey. Daarvoor was er al een doop in intieme kring. Grootvader Albert sterft In 1932 schrikt de koninklijke familie een eerste keer op. Ze wor- den discreet op de hoogte gebracht van een moordplan. De naam Camillo Berneri valt. Twee jaar voordien waren er al dreigbrieven aan minister Jaspar. Als het huwelijk van Marie-José, zus van Leo- pold en Karel, met Umberto in 1930 doorging, zou geweld tegen de koninklijke familie gebruikt worden. De auteur van de dreigbrieven werd nooit gevonden. Wellicht hoorde hij tot de communisten die fel tegen de Belgische monar- chie gekant waren en het huwelijk van Marie-José misbruikten om hun ‘ongenoegen’ uit te drukken. Marie-José leerde Umberto kennen toen ze als kind in Italië verbleef. Vooral Elisabeth en Albert drongen aan op deze verbinte- nis. Veel inspraak kreeg ze niet, het was een gearrangeerd huwelijk. Umberto, Beppo in de omgang, is de enige zoon van koning Victor Emmanuel iii van Italië en zijn nicht Margaretha. Hij was drie jaar ouder dan Marie-José. Toch verlopen de eerste levensjaren van Boudewijn rustig en ge­lukkig. Het gezin is verhuisd naar het kasteel Stuyvenberg in
  9. 9. 12 koning boudewijn La­­ken. Het Bellevue op het Paleizenplein in Brussel was te druk en bovendien niet geschikt voor jonge kinderen. ‘Josephine-Char- lotte en Boudewijn vertoeven vaak in Villers-sur-Lesse, een land- goed dat Leopold en Astrid naar eigen smaak als buitenverblijf hebben laten inrichten, ver van de verplichtingen van het officië­ le leven,’ weet Christian Koninckx. Boudewijn is ook regelmatig aan zee, in de villa Roemah Laoet in Het Zoute. Dat Astrid een goede moeder is en zich voortdurend bezighoudt met de kinderen, is een hardnekkige mythe. Ter illustratie geven we het volgende mee. Begin 1932 vatten Astrid en Leopold een reis aan naar Frans Oost-Azië. Boudewijn is dan ruim een jaar oud. Die reis duurt een half jaar. In juni zijn de ouders van de jonge prins weer in België. Op 30 december 1932 vertrekken ze opnieuw, deze keer naar Congo. Dat verblijf duurt tot midden april 1933. Op al die verre reizen vergezellen de kinderen hun ouders niet. Op 17 februari 1934 sterft Albert i. Is het een ongeluk, moord of zelfmoord? Zelfs vandaag weten we het niet. Auteur Jacques Koningin Astrid, kort voor haar dood, met Boudewijn en Josephine-Charlotte.
  10. 10. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 13 Noterman twijfelt na een grondig onderzoek tussen moord en zelfmoord. Boudewijn is op dat ogenblik drie jaar. Veel zal hij zich niet herinneren van deze gebeurtenis. Opnieuw hebben buiten- landse kranten het over de vloek van de Coburgs. Op 23 februari legt vader Leopold iii de eed af als nieuwe koning der Belgen. Het jonge koningspaar kan zich nadien nog minder aan de kinderen wijden. In 1934 schrijven de Franse en Belgische bladen dat prins Karel zich zal verloven met Juliana van Nederland. Haar vader Hendrik was in België gesignaleerd om de plannen te bespreken met ko- ningin Elisabeth en koning Albert. De verloving gaat niet door. Astrid verongelukt Begin augustus 1935 vertrekt de koninklijke familie naar de Dolo- mieten. Als het einde van de vakantie nadert, beslist Leopold de kinderen naar Brussel terug te sturen. De volgende dag, donderdag 29 augustus 1935, vertrekken Leopold, Astrid en Pierre Devuyst met hun Packard 120 voor een bergtocht. Devuyst is de privéchauf- feur van de koning. Deze keer zit hij achteraan in de auto. Leopold stuurt, Astrid is copiloot en volgt op de kaart mee. Als ze in de omgeving van Küssnacht komen, raken door een onoplettendheid van Leopold iii – hij kijkt naar de berg Rigi vol- gens een getuige of naar de kaart volgens anderen – de rechter- wielen een muurtje. Leopold verliest de controle over het stuur. Astrid vliegt uit de rijdende auto en belandt met haar hoofd tegen een perenboom. Ze sterft ter plaatse door een hoofdwonde. Leopold en Devuyst zijn lichtgewond. Uit een verslag van Time blijkt dat de wagen zwaar beladen was met klimspullen. In 1983 bevestigt Pierre Devuyst dit aan La Libre Belgique. ‘De ko­­ning wilde alle bagage bij zich hebben. We moesten achter op de auto zelfs een bagagedrager bevestigen om twee extra koffers te kunnen meenemen. Daardoor was de bagage niet erg evenwich- tig verdeeld, wat de lange Packard 120 vooraan een beetje onstabiel maakte.’ In België wordt met afschuw gereageerd op het overlijden van de koningin. Het lichaam van Astrid wordt eind augustus met de
  11. 11. 14 koning boudewijn trein naar ons land overgebracht. Op 3 september vindt de begra- fenis plaats. Leopold volgt de lijkkist te voet, al is dat tegen het pro­­tocol. ‘Hij heeft een draagband om zijn arm te ondersteunen en pleisters ontsieren zijn gezicht,’ aldus Fralon. ‘Hij is alleen.’ Een terneergeslagen weduwnaar te midden van een menigte van wel- licht twee miljoen mensen. Over het ongeval bestaan tot op vandaag uiteenlopende gissin- gen. Zieneres Leonie Van Den Dijck of ‘Nieke’ had het ongeval voor­speld. De vrouw, die vooral in en om Geraardsbergen bekend was, beweert ook dat Astrid op dat moment zwanger was. Patrick Roegiers schrijft dat ‘Boudewijns moeder gedood werd door zijn vader.’ Cru maar correct. Volgens Denise Fraden, auteur en uitgeef- ster van de memoires van Margaretha de Jong, vervloekt Leopold zichzelf omdat zijn fascinatie voor snelheid Boudewijn tot een wees heeft gemaakt. ‘Het is een echt drama,’ noteert Koninckx. Net zoals bij het ‘verdachte’ auto-ongeluk van prinses Diana de­­cennia later, wordt er ook over sabotage gespeculeerd. De Pac- kard van Leopold zou door de Duitse geheime dienst onklaar ge- Koning Leopold en zijn kinderen in het domein van Laken in 1938. Vlnr: prinses Josephine-charlotte, prins Albert en prins Boudewijn.
  12. 12. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 15 maakt zijn. De Gestapo en Hitler hadden er volgens sommigen belang bij de Belgische koning uit de weg te ruimen. Sterker nog, Leopold zou bij dit ongeval aan het Vierwoudste- denmeer omgekomen zijn. De vorst werd toen vervangen door een Duitse dubbelganger: Gustav Olendorff of Oldendorff. ‘Dit plan was door Hitler zelf ontworpen,’ schrijft auteur Roger Keyes in een biografie over Leopold iii. Een niet nader genoemd Londens blad beweert volgens Keyes ‘met fotografisch materiaal’ te kunnen aan- tonen dat er verschilpunten zijn tussen de dubbelganger Olden- dorff en Leopold. Het zou in elk geval de houding van ‘Leopold iii’ tijdens de Tweede Wereldoorlog helpen verklaren. De theorie dat Leopold eveneens in Küssnacht omkwam, wordt overigens gevoed door een bericht uit de krant L’Ouest-Éclair. Die meldt op vrijdag 30 augustus 1935 dat er op donderdagmiddag een telex binnenkwam waarin duidelijk stond dat ook koning Leopold overleden was bij het auto-ongeluk. Later die dag wordt het bericht gecorrigeerd: de koning is enkel gewond. Zeker is dat prins Boudewijn vanaf het overlijden van zijn moe- der geen gewoon kind meer kan zijn. ‘Voor hem begint een eeuwi­ ge zoektocht naar een verloren moeder,’ aldus zijn biograaf Fralon. Hoe reageert de jonge prins op de dood van zijn moeder? Veel hagiografische auteurs beweren dat hij goed beseft wat er gebeurt. Auteur en journalist Christian Laporte schrijft bijvoorbeeld dat ‘Boudewijn heel goed begrepen had dat hij zijn moeder nooit meer zou weerzien’. De werkelijkheid is iets genuanceerder. Boudewijn was op dat ogenblik net geen vijf jaar. Het slechte nieuws werd hem verteld door Marie-Louise, gravin du Roy de Blicquy. ‘De koning (Leopold) was niet in staat om het nieuws zelf te vertellen,’ schrijf José-Alain Fralon. Boudewijn en zijn oudere zus Josephine-Charlotte speelden op dat moment in het park van het kasteel van Stuyvenberg. Prins Albert was op dat ogenblik nauwelijks een jaar oud. Hij heeft geen enkele herinnering aan zijn moeder. De gravin roept beide kinderen bij zich en vertelt ze voorzich- tig dat ze slecht nieuws heeft. Ze kan haar eigen emoties nauwelijks de baas. Josephine-Charlotte heeft al beweging opgemerkt. ‘Waar- om zijn er zoveel soldaten buiten?’ vraagt ze ongerust. De gravin legt uit dat Astrid op een ‘lange reis’ is. De prinses, een pak ouder
  13. 13. 16 koning boudewijn dan Boudewijn, begrijpt onmiddellijk de ware toedracht en schreeuwt het uit. ‘Het is niet waar!’ roept ze. ‘Het is niet waar!’ En ze rent huilend weg. Boudewijn is veel minder in staat om de boodschap te begrijpen. De jongen rent zijn zus achterna en kijkt dan ook met grote ogen naar haar. De kroonprins probeert haar te troosten. Een halfuurtje later speelt hij weer rustig verder. ‘Het wekt dan ook geen verbazing dat Boudewijn en Albert weinig of geen herinneringen aan hun moeder bewaard hebben,’ schrijft Christian Koninckx terecht. Een paar jaar later, in septem- ber 1937, merkte Boudewijn wel de buste van Astrid op in het Cen­traal Station van Antwerpen. ‘Voilà Maman!’ riep hij. Het voor- val werd genoteerd door het aanwezige veiligheidspersoneel. Spelen zal Boudewijn ook op het strand vlak bij de Knokse fa- milievilla. ‘Hij denkt erover om later zeeman te worden, zoals die gekke oom Karel,’ aldus Roegiers in zijn boek over de Belgische ko­ningen. Boudewijn kijkt in die periode erg op naar zijn oom prins Karel, de jongere broer van Leopold. Volgens biograaf Fralon heeft Boudewijn Karel zelfs het liefst van al zijn ooms en tantes. Karel is een beetje anders en daar houdt Boudewijn wel van. Later zal de relatie tussen Boudewijn en Karel sterk bekoelen. Margaretha de Jong Het abrupte overlijden van Astrid heeft tot gevolg dat men meer dan ooit op gouvernantes moet terugvallen. In januari 1936 wordt de Nederlandse Margaretha de Jong aangeworven als ‘juffrouw’ voor Boudewijn. Er wordt uitdrukkelijk voor gekozen een Neder- landse vrouw in dienst te nemen. De annonce verschijnt immers anoniem in De Nieuwe Rotterdamsche Courant, zij het in het Frans. ‘Belgische patriciërsfamilie zoekt gouvernante.’ Er zijn wel twee- honderdvijftig kandidates. Het is immers volop crisis. De eindbe- slissing wordt genomen door koning Leopold, koningin Elisabeth en haar schoonzus Eleonora, hertogin van Beieren. Welke criteria het drietal bij de selectieprocedure hanteert, is niet duidelijk. Zeker is dat de Nederlandse studente een goede in­ druk moet hebben gemaakt. De Jong is op het ogenblik van haar aanwerving vierentwintig jaar oud.
  14. 14. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 17 Prins Boudewijn met zijn Hollandse nanny, ‘juf’ Margaretha de Jong.
  15. 15. 18 koning boudewijn Het eerste contact met prins Boudewijn verloopt echter stroef. ‘Baudouin had de tragische gebeurtenissen niet verwerkt en kon moeilijk wennen aan een nieuw gezicht,’ vertelt ze een halve eeuw later. ‘Dat eerste beeld zal ik nooit vergeten. Hij was net terugge- komen met de nachttrein uit Zwitserland. Een verlegen kind dat zich letterlijk en figuurlijk vastklemde aan de broekspijpen van zijn vader.’ Volgens de gouvernante duurde het weken voor het ijs gebroken was. Wat de ‘juf’ vooral is bijgebleven van Boudewijn, is dat hij erg bang was voor zijn vader. Hij durfde nauwelijks binnengaan in zijn bureau. Leopold iii is op dat moment de vierde koning van België. Boudewijn had volgens juf De Jong zelfs ‘een verlammend ontzag’ voor zijn vader. Er bestond een enorme afstand tussen hen beiden. Boudewijn hield volgens haar niet op met te spreken over ‘ma- man’. Hij zei zelden ‘papa’ tegen Leopold. Wat haar eveneens frap- peerde, is dat Leopold veel meer kon verdragen van prins Albert dan van Boudewijn, want zijn oudste zoon werd al op piepjonge leeftijd klaargestoomd voor het koningschap. De keuze voor een Nederlandse nanny is al bij al merkwaardig. Volgens royaltywatcher Reinout Goddyn kiezen Leopold en Elisa- beth bewust voor een Nederlandse dame ‘omdat de Nederlandse taal bij Boudewijn moet worden ontwikkeld’. Toch is hierop van Vlaamse kant geen enkele vorm van kritiek te vinden. Kritiek komt er daarentegen wel een halfjaar later, als Boudewijn in de zomer van 1936 naar Noordwijk-aan-Zee gaat. Noordwijk ligt tussen Den Haag en Haarlem. Samen met zijn zus wordt Boudewijn er ondergebracht bij het gezin van burgemeester Van de Mortel. De burgemeester is een per­soonlijke vriend van het Belgisch Hof. In 1935 waren Astrid en Leopold al gasten van de burgemeester. In juli komen koningin Wilhelmina en prinses Juliana even ken­nismaken met Boudewijn. Bij het spelen met de kinderen Jan- Hein en Sabine Van de Mortel moeten de oudste kinderen van Leo­­pold er Nederlands leren. ‘Maar de pers achtervolgt de konings- kinderen en er rijst enig protest tegen het feit dat zij in Nederland een taal moeten gaan leren, wat toch evengoed in België kan ge- beuren,’ aldus Christian Koninckx.
  16. 16. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 19 Boudewijn beleeft een aangename periode in Noordwijk. Op 20 juli is er een luchtfestijn met vliegdemonstraties. Een Fokker f22, bijgenaamd ‘papegaai’, scheert rakelings over het strand. De prins heeft een grote belangstelling voor het vliegtuig. De volgen­ de dag keert Boudewijn naar Brussel terug. Gangster Een van de eerste opdrachten van juf De Jong is Boudewijn extra in de gaten houden. Nauwelijks een paar weken nadat ze in dienst werd genomen, kreeg Leopold anonieme dreigbrieven. Hierin werd gedreigd met de ontvoering van de prinsen als Leopold niet zou in­gaan op de eis van de schrijver, de betaling van een som van twee miljoen frank. Elke brief was ondertekend met ‘gangster’. In het grootste geheim werd besloten om in te gaan op de eisen van de afperser. Een zak gevuld met namaakgeld werd achtergela­ ten in een bos bij Luik. De briefschrijver daagde niet op. De speur- ders stonden voor een raadsel. In die periode werden de prinsen extra bewaakt. Ook een twee- de poging om de misdadiger te snappen mislukte. De doorbraak kwam er pas toen een speurder de link legde met de recente vrijla­ ting van een gedetineerde. Het ging om de eenendertigjarige Ni­ cholas Elsen. Midden april 1936 werd de man in Luik opgepakt. De opluchting bij Leopold was groot. Na deze moeilijke overgangsperiode werden Boudewijn en Jo- sephine-Charlotte steeds meer aan het Belgische volk ‘getoond’, bijvoorbeeld tijdens de Heilige Bloedprocessie in Brugge op 3 mei 1937. Koninklijk ceremoniemeester Christian de Posch vindt het een van de cruciale fouten uit die periode. Door Boudewijn in het openbaar te laten optreden, belette zijn vader hem om voluit kind te zijn. Een jongen van die leeftijd moet kunnen spelen. Boudewijn keek bij elke openbare plechtigheid trouwens triest voor zich uit. ‘Dit is zijn manier om te tonen dat hij in gedachten afwezig is,’ al­dus biograaf Fralon. Het Belgische volk houdt oprecht van prins Boudewijn in zijn matrozenpakje. Voor veel Belgen is hij immers een voortzetting van hun populaire koningin Astrid. Zij leeft als het ware verder in
  17. 17. 20 koning boudewijn Joséphine-Charlotte en Boudewijn worden meer en meer aan het publiek getoond. Hier in een roeibootje. haar drie kinderen. Toch kijkt Boudewijn steeds ernstig. ‘Boude- wijn ziet er zo serieus uit in zijn kostuum met matrozenkraagje,’ noteert auteur Pierre Stéphany. Le Soir schrijft dat hij ‘ernstig is als een kleine soldaat’. De jongen van zes salueert op militaire wijze. Dat zal later nauwelijks veranderen. De buitenlandse pers vindt dat Boudewijn te snel zijn kinderjaren worden afgenomen. ‘Hij leert koning te zijn.’ Ook voormalig woordvoerder van Boudewijn Claude de Valke- neer vindt dat de publieke optredens van Boudewijn sporen nage- laten hebben bij de jongen. Volgens De Valkeneer had Leopold
  18. 18. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 21 be­ter gewacht om zijn oudste zoon naar dergelijke bijeenkomsten mee te nemen. Extreem bezorgd Boudewijn wordt als kroonprins met extra aandacht opgevoed. Hij moet immers ooit zijn vader Leopold opvolgen. Dat dit al in 1950 zou gebeuren, kon niemand in de jaren dertig al bevroeden. Als hij vijf wordt, krijgt Boudewijn een rood fietsje. Het is een postuum verjaardagscadeau van zijn moeder. Astrid had het fiets- je gekocht vóór het fatale auto-ongeval in Zwitserland. De prins noemt het ‘zijn fietsje dat mama me beloofde voor ze naar de hemel ging’. Volgens hem is zijn moeder gelukkig in de hemel. Margaretha de Jong moet hem elke avond verzekeren dat Astrid daar is en niet in de hel. Lang zal Boudewijn niet van dat fietsje kunnen genieten. Al en­kele maanden later wordt de fiets afgenomen. Volgens The Sun- day Morning Star liep het hardnekkig gerucht dat Boudewijn ermee in de vijver van het park was gesukkeld. ‘Het duurde twee uur om hem terug tot leven te brengen,’ schrijft het blad. Het verhaal doet denken aan prins Leopold die in 1869 in een vijver was terechtge- komen, kou vatte en snel daarna stierf. Volgens het Paleis is dat verhaal over Boudewijn onzin. Alleen de rode fiets van Boudewijn was volgens het Hof in de vijver te- rechtgekomen. Merkwaardig. Zeker is dat het fietsje verdween. Er werd ook beslist de prins niet meer alleen aan de vijver te laten spe­len. Er moest ook altijd een bediende aanwezig zijn om Boude­ wijn in de gaten te houden als hij zijn boot op het water testte. In ruil kreeg de jonge prins een elektrische auto van Bugatti. Dat was volgens Leopold en grootmoeder Elisabeth veiliger. Boude­ wijn kreeg de auto in september 1937. Hij is dan zeven jaar. Waarom Boudewijn zo’n elektrische auto kreeg, is een verhaal op zich. De zoon van Jean Bugatti had het eerste exemplaar van zijn vader gekregen en reed er voortdurend mee rond in de werk- plaats. Rijke bezoekers die de jongen zagen rijden, waren verrukt en vroegen vader Bugatti om er ook een te kunnen kopen. Bugatti heeft er uiteindelijk honderd van laten maken. Het gaat
  19. 19. 22 koning boudewijn om replica’s van het type 52. Ook prins Boudewijn kreeg er een. Zijn grootmoeder Elisabeth was immers een goede klant van Bu- gatti. Ze had overigens zelf een elektrische Bugatti – maar dan een iets groter model. De andere negenennegentig wagentjes gingen naar koninklijke en bemiddelde adellijke families over de hele wereld. Volgens sommigen werd de elektrische speelgoedauto door Jean Bugatti speciaal voor Boudewijn gebouwd. Dat klopt dus niet. Ze- ker is dat het autootje striptekenaar Hergé heeft geïnspireerd. De pestkop Abdallah in het album Kuifje en het zwarte goud rijdt immers in een gelijkaardig autootje. Overigens niet echt een compliment voor de kroonprins. Leopold wil aftreden Leopold had het na het overlijden van Astrid erg moeilijk. Hij was volgens intimi nog maar een schaduw van zichzelf. Hij leed aan slapeloosheid en werd door nachtmerries gekweld. ‘Hofpersoneel Prins Boudewijn in zijn elektrische speelgoedauto, een Bugatti.
  20. 20. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 23 herinnert zich hoe akelig het kasteel van Laken weergalmde als de koning huilend en troosteloos ronddwaalde,’ schrijft Koninckx. De koninklijke familie was na de dood van Astrid naar het kas- teel van Laken verhuisd. Leopold wilde niet meer in het kasteel van Stuyvenberg wonen omdat alles hem er aan zijn overleden vrouw herinnerde. Zijn relatie met de regering lag erg moeilijk. Premier Paul van Zeeland drong er vanaf medio 1936 bij Leopold op aan om te her- trouwen. Van Zeeland was premier van juni 1936 tot november 1937. Volgens Van Zeeland had het land nood aan een nieuwe ko- ningin. Leopold wilde daarover niet eens praten. Zijn verdriet was nog te groot. Toeval of niet, in die periode duikt het verhaal op dat de koning zou hertrouwen met aartshertogin Adelheid van Oostenrijk. Adel- heid is de dochter van Karel i van Oostenrijk. Volgens een betrouw- bare bron werd dit gerucht in regeringskringen verspreid. De po- litici probeerden op die manier de Belgische bevolking stilaan klaar te maken voor een nieuwe koningin. Het conflict tussen Leopold en de regering Van Zeeland escaleert. In december 1936 wil Leopold zelfs troonsafstand doen. Wie hem moet opvolgen is niet duidelijk. Boudewijn is op dat ogenblik net zes jaar. De aanstelling van een regent tot Boudewijn meerderjarig is, had een oplossing kunnen zijn. Maar Van Zeeland kon Leopold overtuigen om voorlopig op de troon te blijven, in het belang van het land. Fantasieloos In de zomer van 1937 en in de winter van 1938 is Boudewijn in het Zwitserse Gstaad. Hij resideert er in het ‘kinderpension’ Marie- José. Die naam is best grappig, want Marie-José is ook de tante van Boudewijn. Waarom Zwitserland? Het was een bewuste strategie van vader Leopold. Hij wilde Boudewijn op diverse plaatsen laten verblijven. Niet iedereen vond dit een goede beslissing voor een jongen die net zijn moeder verloren had. ‘De directrice van het pension maakt zich zorgen om Boudewijns gebrek aan fantasie,’ lezen we in België
  21. 21. 24 koning boudewijn en zijn koningen. Als Boudewijn een tekening maakt, is het… een plattegrond van zijn slaapkamer. In februari 1938 wordt in Gstaad alweer een anonieme bedrei- ging geuit aan het adres van de koningskinderen. De bewaking wordt versterkt. De prinsen zelf ondervinden er weinig hinder van, maar voor alle zekerheid worden persfotografen op een veilige afstand gehouden. Hoe is de relatie van Boudewijn met zijn oudere zus Josephine- Charlotte? In hagiografische boeken over het koningshuis wordt deze relatie als opperbest beschreven. Zijn zus waakte over hem als een (surrogaat)moeder. In realiteit was er best wel wat spanning tussen beide kinderen. Zo is er een incident tussen Boudewijn en zijn zus in het bijzijn van hun gymleraar. Beide kinderen beginnen de dag immers met ver­plichte turnoefeningen. Om zeven uur precies staan er sit-ups geprogrammeerd. Aangezien zijn zus enkele jaren ouder is, doet ze het beter. Boudewijn is boos. ‘Ik ben een man (sic)!’ roept hij de leraar toe. ‘Ik wil niet dat je denkt dat ik het niet evengoed kan doen als een meisje.’ Koningin Elisabeth noteert dat Boudewijn een driftkikker is. Stilaan komt zijn echte temperament naar bo- ven. Het trauma van de dood van Astrid verwerkt de prins op zijn ma­nier. ‘Mama is heel gelukkig,’ vertelt hij aan elke bezoeker. ‘Ze kijkt vanuit de hemel en houdt ons in de gaten. Papa zegt het.’ Toch is hij vaak teruggetrokken, introvert en schuw. De Jong slaagt erin om een goede band met de prins op te bou- wen. De Nederlandse is een dynamische vrouw met veel gevoel voor humor. ‘De kleine prins heeft er grote behoefte aan, want Bou­­dewijn is vaak ongerust, angstig,’ aldus Koninckx. ‘Boudewijn is als kind niet zo levenslustig als zijn broer en zus,’ vervolledigt God­dyn het portret. Volgens de directrice van het kinderpension Ma­rie-José probeert de prins alles perfect te doen. Ze verwijt de jon­gen een gemis aan spontaneïteit en een onbewuste gekunsteld- heid.
  22. 22. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 25 De heldhaftige verdediging van de hertog van Aosta In de loop van 1938 is Boudewijn met koning Leopold iii op bezoek bij de hertog en de hertogin De Guise in Sint-Pieters-Woluwe bij Brus­sel. Ze zijn er in het Manoir d’Anjou waar ook Henri, prins van Frankrijk en graaf van Clermont in 1933 geboren is. Henri herinnert zich die middag alsof het gisteren was. Ook zijn nichtjes van Aosta waren toen aanwezig. De prins toont Bou- dewijn, die een paar jaar ouder is, trots zijn tinnen soldaatjes. En dan gebeurt er iets zeer opmerkelijks. ‘Met behulp van de tinnen figuurtjes vertelde hij (Boudewijn) mij over de slag bij Eritrea en de campagne in Ethiopië,’ vertelt Henri. Italië viel dat Afrikaanse land in 1935 binnen en bezette het vanaf 1936. ‘Boudewijn vertelde over de heldhaftige verdediging van onze oom, de hertog van Aosta tegen een machtiger vijand, de Engelsen.’ De hertog van Aosta werd vicekoning van Eritrea en Ethiopië voor Italië. Hij vocht met de asmogendheden maar werd uiteinde­lijk gevangengenomen door de Engelsen en stierf in 1942 in Nairobi. Deze anekdote geeft een goed inzicht in de voorkeur en afkeer van Boudewijn en Leopold iii. Het biedt bovendien een ver­klaring voor de diepe haat van de kroonprins tegenover de Engelsen. Boudewijn verblijft medio de jaren dertig ook geregeld in Zwe- den, op het domein Fridhem. Hij heeft er contact met zijn neefjes en nichtjes van moederskant. Boudewijn kan het als jongen goed vinden met een van de dochters van Märtha, de zus van koningin Astrid. Het meisje op wie Boudewijn volgens sommige bronnen zelfs ‘verliefd’ was, heet… Astrid. Het meisje is twee jaar jonger dan Boudewijn. Scouts In september 1936 gaat Boudewijn voor het eerst naar school. Hij is dan zes jaar geworden. Zowel op het paleis in Brussel als op het kasteel van Laken wordt een klasje ingericht, waar Boudewijn het programma van de lagere school volgt onder toezicht van juffrouw Berger. Drie leeftijdsgenoten volgen samen met Boudewijn les. Vaak wordt verteld dat zijn medeleerlingen uit verschillende mi-
  23. 23. 26 koning boudewijn lieus komen. Dat is weer zo’n mythe. De klasgenootjes horen alle drie tot de betere kringen. De prins is een rustige jongen. Zijn zus en broer zijn turbulen- ter. Regelmatig zit Boudewijn voor zich uit te staren en te mijme- ren. ‘Ooit waande men hem verloren gelopen, maar men vindt hem na lang zoeken hoog in een boom, waar hij naar eigen zeggen bezig was de stratosfeer te bestuderen,’ dixit Koninckx. Het voor- val deed zich voor in Zweden. Vanaf 1937 wordt zijn aanwezigheid in het openbaar frequenter: een inhuldiging, een stoet, een tentoonstelling. Op 12 maart 1939 mag prins Boudewijn zelfs met zijn oom Karel naar Rome. De nieu­ we paus Pius xii wordt die dag gekroond. Boudewijn maakt door zijn diepe ernst en stijlvolle manieren indruk op alle aanwezigen. In 1939 wordt Boudewijn lid van de scouts. Hij krijgt als totem ‘Trouwe eland’.
  24. 24. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 27 Toch liggen officiële plichtplegingen hem niet. Dat zal nooit meer veranderen. In 1939 gaat Boudewijn naar de scouts en wordt welp. Hij krijgt als totem ‘Trouwe eland’. Het lidmaatschap van deze jeugdbewe- ging maakt een diepe indruk op Boudewijn. De periode draagt volgens historici bij tot de ontplooiing van zijn persoonlijkheid. Er wordt nauwkeurig gelet op de samenstelling van de groep. Vla- mingen, Brusselaars en Walen worden proportioneel in de groep opgenomen. Alleen de Antwerpenaars zijn oververtegenwoordigd. Ook de verdeling tussen gelovigen en vrijzinnigen is minutieus be­rekend. Desondanks zal Boudewijn vanaf 1950 de vrijzinnigen op alle mogelijke manieren schofferen. Die les is blijkbaar niet goed tot hem doorgedrongen. Op 9 december 1939 geeft Leopold zijn fiat aan het project. De horde komt van dan af geregeld samen in Laken. Boudewijn is dan al een einzelgänger. De leider van de groep, akela Henry Briffaut, noteert in zijn dagboek dat Boudewijn, ‘als hij voetbal speelt, het leder per se aan de voet wil houden en met de rest van de ploeg geen rekening houdt.’ (eigen cursivering) Volgens biograaf Fralon speelt de prille jeugd van Boudewijn zich eigenlijk af in een soort virtuele maatschappij. ‘Alles wordt zodanig georganiseerd dat – ondanks de kastelen en de prinselijke verplichtingen – alles “echt lijkt”.’ Later, als Boudewijn koning is, zullen zijn naaste medewerkers eigenlijk net hetzelfde doen. Ze beletten hem de wereld te zien zoals die werkelijk is. Ze plaatsen een scherm tussen de koning en de maatschappij. Boudewijn studeert In 1939 is Boudewijn op bezoek bij tante Marie-José in Italië. Hij ziet zijn tante graag. Van Umberto, de echtgenoot van Marie-José, krijgt hij als paascadeau vier gigantische chocolade-eieren. Elk paasei is even groot als de prins zelf. Boudewijn is zoveel luxe niet gewoon. In september 1939 krijgt Boudewijn nieuwe leraars. Zijn oom Paul Paelinck doceert wiskunde, natuurwetenschappen en later ook Nederlands. Het is de enige leraar die Boudewijn tutoyeert.
  25. 25. 28 koning boudewijn Ook de samenstelling van de klas wordt gewijzigd. Medeleerlingen zijn nu Michel de Meeüs en de broers Baudouin en Charles de Jam­ blinne de Meux. Baudouin wordt in de omgang Robert genoemd om het onderscheid met de prins te maken. Hij is even oud als Bou­dewijn. Charles is een jaar ouder. De medeleerlingen komen ook nu uit het adellijke milieu. De eerste lessen worden in het kasteel van Laken gegeven. De prins heeft het erg lastig met wiskunde. Het is een echte lijdensweg voor de jongen. In die periode moet een esthetische operatie aan de oren van Boudewijn uitgevoerd zijn. Op foto’s van de jonge Boudewijn is te zien dat de oren van de prins behoorlijk ver van het hoofd staan. Later is dat niet meer zo. Volgens de broers De Jamblinne was het leven in de oorlog streng. Het kasteel van Ciergnon, waar de jongens tijdens de oor- log logeren, wordt nauwelijks verwarmd. De winters zijn er hard. Boudewijn leert er skiën. De sneeuw ligt meters hoog. ‘De gezond- heid van Boudewijn was broos,’ beweert Robert. Door intensief te sporten werd zijn conditie iets beter. ‘Het was bovendien een vreem­de wereld. We kregen helemaal geen informatie over de ver­wijten van de regering aan Leopold.’ Robert herinnert zich het bezoek van Boudewijn aan de abdij van de trappisten van Saint-Rémy te Rochefort in 1941. ‘Hij heeft er twee konijnen en twee Guineese biggetjes gekregen.’ Op het kasteel waren er geen meisjes. ‘We deden niks anders dan studeren en sporten,’ aldus Robert. Als ze kattenkwaad uit- haalden, werden ze voor straf vroeg naar bed gestuurd. ‘Om acht uur ’s avonds,’ verduidelijkt hij. Een andere straf was blootsvoets over steentjes lopen. Boudewijn werd niet gespaard. Hij werd aan hetzelfde strenge regime onderworpen. Tweede Wereldoorlog In mei 1940 breekt de Tweede Wereldoorlog echt uit, na maanden schemeroorlog. Boudewijn is dan negen jaar. Gouverneur Gatien du Parc Locmaria moet Boudewijn, samen met zijn broer en zus, in veiligheid brengen. Net zoals vele Belgen vluchten ze naar Frank-
  26. 26. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 29 rijk. Juffrouw De Jong wordt in België achtergelaten. Ze is te zenuw­ achtig. Boudewijn vindt het jammer. Alweer wordt hij gescheiden van iemand die hij graag heeft. Ze blijven niet lang in Frankrijk. Uiteindelijk komt het gezel- schap in Spanje terecht. ‘De Franse overheid dwingt het gevolg om naar Spanje te reizen nadat Leopold iii de wapens heeft neer- gelegd,’ noteert Goddyn. Leopold vraagt Franco om zijn kinderen in bescherming te ne- men. Die antwoordt hem dat hij ‘desnoods met geweld zal verhin- deren dat de kinderen aan zijn hoede onttrokken zouden worden’. Franco is dan net enkele maanden alleenheerser van Spanje. Hij blijft aan de macht tot aan zijn dood in 1975. Begin augustus 1940 keren Boudewijn, Albert en Josephine- Charlotte al naar België terug. De Zierikzeesche Nieuwsbode schrijft: ‘Zoals bekend bevonden de koningskinderen zich laatst in Spanje, waar generaal Franco een kasteel te hunner beschikking heeft gesteld.’ De periode 1940 tot 1950 zal Boudewijn in erg vreemde omstan- digheden doorbrengen. ‘Eerst onder een soort huisarrest in 1940- 1944, van 1944 tot 1945 in een al even vreemde “gevangenschap” in Duitsland en in Oostenrijk en dan van 1945 tot 1950 in Zwitser- land,’ vat Herman Van Goethem het decennium kort samen. Bio- graaf Charles d’Ydewalle beweert dat vooral Boudewijns gevangen- schap in Duitsland zware sporen bij de jongen nagelaten heeft. Zeker is dat ook het tweede huwelijk van zijn vader met burger­ vrouw Lilian Baels een belangrijke invloed op Boudewijn heeft ge­had. Lilian is voor Boudewijn naar eigen zeggen ‘de vrouw die na de dood van Astrid de lach op Laken terugbracht’. Op 11 septem­ ber 1941 trouwen Leopold en Lilian in de kapel van Laken. Nagenoeg niemand is op de hoogte, zelfs de kinderen van Leopold niet. Pas begin december lekt het nieuws uit, als de nazi’s via de radio om- roepen dat de Belgische koning hertrouwd is. Lilian leerde Leopold eind jaren dertig beter kennen tijdens enke­le golfpartijtjes. Koningin Elisabeth liet in de loop van janu- ari 1941 Lilian geregeld ophalen. Lilian verbleef toen in Anglet, Frankrijk. Elisabeth wilde haar zoon wat afleiding bezorgen. In dat jaar verbleef Lilian vaak op het domein in Laken en in de konink- lijke villa in Het Zoute. De strategie slaagde. Leopold werd tot over zijn oren verliefd op deze mooie vrouw.
  27. 27. 30 koning boudewijn Hij was zo gek op haar dat hij zich liet verleiden tot een kerke- lijk huwelijk door aartsbisschop Van Roey. Op die manier kon hij trouwen en het huwelijk toch geheim houden, wat met een bur- gerlijk huwelijk niet het geval was. Maar hiermee schond de koning wel de grondwet, want volgens de grondwet moet een burgerlijk huwelijk altijd aan een kerkelijk huwelijk voorafgaan. Wie de stiekeme trouwpartij bedacht heeft, is niet duidelijk. ‘Naar alle waarschijnlijkheid werd het plan in overleg met Leopold, zijn moeder en kardinaal Van Roey bedisseld,’ aldus Lilian-biograaf Evrard Raskin. De huwelijksreis van Leopold en Lilian gaat in oktober naar Oos­tenrijk en Moravië. Ze verblijven er vier weken bij graaf Karl Kühn. Graaf Kühn-von Lützow is lid van de nazipartij en Hauptsturm­ führer, een graad die overeenkomt met die van kapitein in het Duit­se leger. Kühn bezit vele kastelen. Een ervan wordt ter beschik- king gesteld van de nsdap, Hitlers partij. Nazi’s volgen er een op­ lei­ding. Prinses Lilian zal zich vanaf december 1941 over de kinderen van Astrid ontfermen. Volgens alle bronnen doet ze dat goed. Naar eigen schrijven ontmoet ze Boudewijn en Albert voor het eerst op 6 december. ‘Na de middag,’ preciseert ze. Josephine-Charlotte ver­bleef toen in Italië. Lilian zal de prinses pas later voor het eerst ontmoeten. Lilian is perfectionistisch. Als haar jongste dochter Esmeralda met de briljante Hondurese wetenschapper doctor Salvador Mon- cada trouwt, is hij niet goed genoeg voor Lilian. Hij heeft immers geen Nobelprijs gewonnen! Bezorgd is ze wel. Op een avond tijdens de Tweede Wereldoor- log merkt ze dat Boudewijn lichtgewond is aan zijn wang. De jon­ gen vertelt haar dat hij met veiligheidsspelden religieuze prenten aan zijn hoofdkussen heeft vastgemaakt. Hij is dan al bijzonder vroom. Het voorval doet overigens sterk denken aan een eerder incident met de prins. Op een avond blijkt zijn bed leeg. Boudewijn is nergens te bespeuren. Na een lange zoektocht wordt hij in de kapel van het paleis gevonden, vlak bij het tabernakel. Als de gou- vernante hem daar aantreft, hoort ze de jongen nog enkele woor- den fluisteren aan zijn geliefde moeder. Het verlies van zijn moe- der is mogelijk een verklaring voor zijn diepe gelovigheid.
  28. 28. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 31 Op 18 juli 1942 wordt Alexander, zoon van Leopold en Lilian, geboren. Tot dan verbleef Boudewijn meestal in Ciergnon. Nog diezelfde maand verhuizen Boudewijn en Albert naar Laken. Ook Jo­sephine-Charlotte keert uit Rome naar België terug. ‘Prinses Li- lian heeft er zelf op aangedrongen dat het hele gezin zou samen- wonen,’ aldus Christian Koninckx. Hirschstein De lessen worden vanaf midden 1942 op Stuyvenberg gegeven. Stuyvenberg ligt op een boogscheut van het kasteel van Laken. Vanaf dan krijgt Boudewijn ook zangles van Lucie Frateur. De Tsjech Jiri Straka, een vriend van koningin Elisabeth, mag Boude- wijn viool leren spelen. Vader Leopold werkt in de laatste maanden van 1943 en begin 1944 met zijn militair adviseur Raoul Van Overstraeten aan zijn politiek testament. ‘Ik wens dat de Belgen mijn opvattingen over de lopende gebeurtenissen en de waarheid over mijn houding sinds 28 mei 1940 zouden kennen,’ verklaart Leopold aan zijn secretaris Capelle. Leopold heeft geen enkele waardering voor de regering Pierlot die in Londen zit. Bovendien eist hij excuses van de politici. Tot slot verwerpt hij alle verdragen die de regering daar gesloten heeft. Zijn testament is eigenlijk een pleidooi pro domo. ‘Door de tegen- spoed van het leger en het volk te delen, bevestigde ik de onverbre­ kelijke eenheid van de dynastie en van de staat en verdedigde ik de belangen van het vaderland, wat ook de afloop van de oorlog zou zijn,’ schrijft de vorst. Belgische politici nemen kort na de oorlog kennis van het ver- slag. Gaston Eyskens is verontwaardigd. Pas in 1949 raakt het bij het ruime publiek bekend. Het geeft tegenstanders van Leopold extra argumenten om tegen de koning te stoken. Bij de geallieer- den wordt het politiek testament van Leopold iii op hoongelach ont­haald. Toen Churchill het las, reageerde hij kort en krachtig: ‘It stinks.’
  29. 29. 32 koning boudewijn Op 6 juni 1944, de dag van de landing van de geallieerden in Nor- mandië, ontvangt Leopold een deportatiebevel. ’s Anderendaags wordt hij naar Duitsland weggevoerd. Twee dagen later, op 9 juni, worden Lilian en de prinsen gedeporteerd. In eerste instantie worden ze gevangengehouden in het kasteel van Hirschstein aan de Elbe. Hitler had het slot zelf in 1943 van Loui­se Busse opgeëist en er een staatsgevangenis van gemaakt. Leopold beschrijft de vestiging in Kroongetuige als een gruwelijke gevangenis. ‘Prikkeldraad en loopbruggen voor de wachters om- ringden het kasteel. Zestig SS’ers met politiehonden waren met onze bewaking belast.’ Historici nuanceren dit verhaal. Het verblijf was niet aangenaam, maar evenmin gruwelijk. Het kasteel verkeert wel in slechte staat en maakt een som- bere indruk. Toch moet het gezin van Leopold er tot 6 maart 1945 blijven, zowat negen maanden dus. Leopold organiseert er het da­gelijkse leven. De koning geeft wiskundeles en wetenschappen. Lilian neemt letterkunde en kunst voor haar rekening. De regering Pierlot in Londen ontvangt in de zomer van 1944 een telex. Prins Karel wordt actief gezocht door de Gestapo en wil naar Engeland vluchten. Het onderwerp wordt besproken op de ministerraad van 1 augustus. De regering Pierlot besluit alles in het werk te stellen om Karel te helpen. In tegenstelling tot zijn broer Leopold gaat Karel vanaf mei 1940 in het verzet. Gedurende de hele oorlog slaagt hij erin om uit de han­den van de Duitsers te blijven. Het plan om Karel naar Enge- land over te brengen gaat uiteindelijk niet door. Karel blijft in België. De geallieerden rukken op. In het kasteel van Hirschstein wordt de stemming in de herfst van 1944 bedrukter. Na enkele maanden verminderen de rantsoenen aanzienlijk. ‘De prinsen lijden aan on­dervoeding,’ noteert Koninckx. Stilaan worden ze ziek. Hier ligt misschien de oorsprong van de slechte gezondheid van Boudewijn in zijn latere leven. Vanuit België worden voedselpakketten opge- stuurd. Ook koningin Elisabeth stuurt eten op. De verzending ver- loopt via het Rode Kruis. Niet alles komt ter bestemming aan. Begin maart 1945 dreigt Hirschstein te vallen. Leopold en het Belgische gevolg worden naar Strobl in Oostenrijk overgebracht. Ze vertrekken op 7 maart 1945 om acht uur ’s morgens. Door een
  30. 30. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 33 bombardement worden ze verplicht zich drie uur lang onder een brug in auto’s schuil te houden, met de portieren op slot. Het is volgens historici een van de weinige keren dat Leopold zijn sang froid verliest. Hij valt uit tegen commandant Lürkner en vraagt om verder te gaan. ‘Als militair zou u moeten weten dat vliegtuigen eerst op dergelijke doelwitten mikken.’ Het is volgens Koning Leopold in 1944 als gevangene op het kasteel van Hirschstein.
  31. 31. 34 koning boudewijn Leopold veel te gevaarlijk onder de brug. ‘U brengt het leven van mijn gezin in gevaar,’ roept de Belgische koning. Auteur Mario Danneels stipt aan dat de episode onder de brug veel weg heeft van een fascistisch moordplan. ‘Het waarschijnlijke plan was dat de bombardementen de brug zouden opblazen, het voltallige koninklijke gezin in ware Romanov-stijl zou worden weg­geveegd en de nazi’s de schuld in geallieerde schoenen zouden kunnen schuiven.’ Op 8 maart komt de koninklijke familie in Strobl aan het Sankt- Wolfgangmeer in Tirol aan. De gevangenen worden in een alleen- staande omheinde villa ondergebracht. Deze gevangenschap zou slechts twee maanden duren. Ondertussen worden steeds grotere de­len van Europa bevrijd. Volgens auteur Koninckx waren deze laat­ste maanden voor Boudewijn de akeligste omdat de Duitse ci­ piers de nederlaag voelden naderen en zenuwachtiger werden. In Strobl kreeg Leopold nog een laatste bezoek van commandant Lürkner en een Duitse arts. ‘U zult over enkele dagen bevrijd wor- den. Aangezien u honger geleden hebt – zoals wij – geven wij u deze blauwe capsules. Het zijn vitamines. Geef ze aan de kinderen en slik ze ook zelf. Dat zal u goed doen.’ Koning Leopold iii en zijn gezin werden op 7 mei 1945 door de Amerikaanse troepen bevrijd. Enkele uren later ontdekte een Ame- rikaanse arts dat de capsule cyaanzuur bevatte. Nog een aanwijzing dat de Duitsers de Belgische koninklijke familie uit de weg wilden ruimen. Na de Tweede Wereldoorlog stelt het parlement vast dat Leopold in de onmogelijkheid verkeert om te regeren, want hij is niet in Bel­gië. De politici weten niet eens waar Leopold en zijn gezin ver- blijven. Hij is door de Duitsers weggevoerd naar een onbekende bestemming. Er wordt beslist zijn jongere broer Karel als regent aan te stellen. Dat gebeurt op 20 september 1944 door Kamer en Senaat. Ook de zoektocht naar Karel verloopt moeilijk. De prins leeft immers ondergedoken als monsieur Richard. Hij heeft zijn haar geverfd om onherkenbaar te zijn. Leopold en koningin Elisabeth zijn woedend over de beslissing van het parlement. Het vormt de basis voor de enorme haat bin- nen de koninklijke familie. Nagenoeg iedereen is het er nochtans over eens dat Karel zijn functie naar behoren vervult.
  32. 32. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 35 Vijf jaar lang wordt er gespeculeerd over een mogelijke terug- keer van Leopold naar België. Op de ministerraad van 27 april 1945 bijvoorbeeld is er een felle discussie. Premier Van Acker krijgt van Edgar Lalmand, minister van Ravitaillering en communist, de vraag of er geen officiële verklaring moet komen naar aanleiding van de geruchten over een eventuele terugkeer van Leopold. ‘Het is niet het ogenblik om tegenstellingen te doen ontstaan bij de bevolking,’ argumenteert Lalmand. Premier Van Acker is resoluut: ‘De geruch- ten zijn ongefundeerd.’ De ministerraad beslist geen aandacht aan de roddels te besteden. Van Acker heeft het bij het rechte eind. Begin juli 1945 meldt de correspondent van de News Chronicle dat Leopold naar Zweden zal gaan. ‘Daarmee onderhoudt hij nau- we banden.’ Ook dat bericht is fout. Op 30 september 1945 verhuist de koninklijke familie van Sankt-Wolfgang naar Prégny, Zwitser- land. Het verblijf in de luxueuze villa Le Reposoir aan het Meer van Genève is aangenaam. Boudewijn is net 15 jaar geworden. Hij gaat eerst enkele maanden als intern naar de elitaire school Le Rosey in Rolle. Delphine Boël zal er later ook studeren. Boudewijn ont- moet er Reza, de latere sjah van Iran en Bhumibol, de koning van Thailand. Beiden worden levenslang vrienden. Boudewijn kan er evenwel niet aarden. Er wordt ook gewezen op financiële proble- men bij Leopold. Het inschrijvingsgeld van Le Rosey is erg hoog. Hoe dan ook, hij verkast naar een andere instelling: le Grand Col- lège Jean Calvin in Genève. ’s Avonds krijgt prins Boudewijn privéonderricht van Belgische professoren die zijn uitgenodigd door Leopold iii. Professor Bour- quin brengt de prins de basisprincipes bij van het internationaal en grondwettelijk recht, professor Rousseau politieke economie. Verder is er de Zwitserse professor Saini die natuurkunde en schei- kunde doceert. Jacques Pirenne wijdt Boudewijn in de Belgische geschiedenis in. Het is een harde leertijd. ‘Deze opleiding is echter zeer wereldvreemd en weinig afge- stemd op de Belgische maatschappelijke realiteit,’ weet auteur Maud Bracke. Boudewijn krijgt geen inzicht in het socio-econo- misch systeem zoals het in de praktijk werkt.
  33. 33. 36 koning boudewijn Ongeletterd Leopold iii spreekt in die periode ook een bevriende edelman aan die Boudewijn moet leren boksen. Het wordt een fiasco. Al na de eerste les klaagt Boudewijn: ‘Ik kan niets zien zonder mijn bril en met bril kan ik niet vechten.’ De bokslessen worden geruisloos afgevoerd. De prins heeft het moeilijk met de permanente begeleiding. Op weg naar school wordt hij steevast vergezeld door een lid van de veiligheidsdiensten. Boudewijn verplaatst zich per fiets of per tram. Op een dag laat hij de lucht uit de banden van de fiets van zijn begeleider en slaagt hij er eindelijk in om alleen naar school te gaan. Het niveau in het college Jean Calvin ligt erg hoog. Hij krijgt er de bijnaam Baudruche. Sommigen beweren dat dit een vervorming is van zijn naam en dat het een nietszeggend begrip is. Dat is fout. Baudruche betekent leeghoofd of domkop. Volgens Time is het een ‘tedere maar lichtjes spottende bijnaam’. Zeker is dat Boudewijn het moeilijk heeft met de leerstof. Hij geeft het later ook toe: ‘Ik was niet bepaald de slimste van de klas.’ Hij noemt zichzelf ‘le plus beau cancre’ of ‘de mooiste slechte leer- ling’. Of hij echt de mooiste was is twijfelachtig. Hij is een meter tachtig, mager en draagt een zware bril. Een typische slungel. Ook in een vertrouwelijke brief aan het Foreign Office van 1945, dus op het moment dat Boudewijn aan zijn studies in Zwitserland begint, wordt de nadruk gelegd op de beperkte verstandelijke ver- mogens van Boudewijn. ‘Men zegt me dat prins Boudewijn, die nu vijftien jaar oud is, helemaal geen opleiding heeft genoten. Hij moet potloodstrepen trekken waarop hij dan zijn brieven schrijft, en hij gomt ze nadien niet uit.’ Auteur Pierre Mertens laat Lilian in zijn roman Une paix royale zeggen dat Boudewijn lange tijd prak- tisch ongeletterd was. Die opgelopen intellectuele schade zal hij nooit meer inhalen. Boudewijn is zich daar zijn hele leven pijnlijk bewust van. Het tijdschrift Time heeft overigens nog iets anders ontdekt: ‘Hij werd er (op school) nooit met een meisje opgemerkt.’ En nog iets: hij snoefde er in Zwitserland altijd over hoe fantastisch zijn vader wel was: Leopold was de beste golfer ter wereld, hij was ook
  34. 34. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 37 de beste autobestuurder, de beste dit, de beste dat. Boudewijn aan­ bidt zijn vader. Hij imiteert hem. Net zoals Leopold steekt hij vier vingers in de zakken van zijn sportjasje. Zijn duim laat hij aan de buitenkant. Begin mei 1946 wordt Boudewijn kermend van de pijn wakker. Hij wijst naar de buikstreek. Professor Bickel wordt er bijgehaald en raadt Leopold aan zijn zoon onmiddellijk over te brengen naar de Clinique la Colline in Genève. Daar wordt een ontsteking van de appendix vastgesteld. Boudewijn gaat onmiddellijk onder het mes. De operatie is geslaagd. De Belgische pers is niet op de hoog- te. Boudewijn koning? Liever Albert Zelfs later zullen sommige politici spotten met de beperkte intel- ligentie van Boudewijn. ‘Sommigen halen vernietigend uit over het intellectuele niveau van de leden van de koninklijke familie, zelfs koning Boudewijn wordt daarbij niet gespaard,’ schrijven Polspoel en Van Den Driessche. Een anonieme minister ontbloot de kroon en vertelt dat Boudewijn hem ooit verzuchtend zei dat hij niet meer kon volgen. Het was allemaal veel te moeilijk voor de vorst. Het gevolg is in elk geval dat Boudewijn in 1950 compleet we- reldvreemd is. De vijf jaar in Zwitserland hebben daar niets aan veranderd – integendeel. De Britse ambassadeur schrijft op dat ogenblik nuchter dat ‘Boudewijn niets van België weet’. Is Boude- wijn wel een geschikte koning voor België? Ook de Amerikanen uiten hun twijfels over Boudewijn als mo- gelijke koning van België. Al in 1947 circuleert er een scenario op de Amerikaanse ambassade. Op dat moment is prins Karel nog altijd regent van België, maar koning Leopold wil troonsafstand doen ten gunste van zijn oudste zoon. Alleen hebben de Amerika- nen niet zoveel vertrouwen in de capaciteiten van Boudewijn. ‘In een briefwisseling tussen de Secretary of State in Washington en de hier op post zijnde Alan G. Kirk klonk een zekere ongerustheid door over deze hypothese,’ schrijft journalist Christian Laporte. Volgens Kirk had prins Albert meer in zijn mars dan zijn oudere
  35. 35. 38 koning boudewijn broer: meer karakter, een betere attitude, flexibeler en intelligen- ter. Boudewijn zou daarentegen een ‘gebrek aan persoonlijkheid hebben’. Dezelfde indruk was er ook bij de ambassadeur van Groot-Brit- tannië, George Rendel. Die schrijft op 21 februari 1950, dus drie jaar later, aan het Foreign Office dat het gevaar bestaat dat Boudewijn al in de eerste jaren troonsafstand zal doen. De beste oplossing volgens Rendel is dan ook dat Albert aan de macht komt zodra hij meerderjarig is. Albert is op dat ogenblik net geen zestien. ‘Dat zou waarschijnlijk de beste oplossing zijn voor België,’ aldus de Britse ambassadeur. Enkele dagen later, op 3 maart, bevestigt Rendel nog eens zijn ideeën: ‘Albert is beter geschikt dan Boudewijn.’ In 1947 wordt in de Belgische pers druk gespeculeerd over een mogelijk plan voor Boudewijn. Hij zou zijn studies voortzetten in Engeland. Er is zeker over nagedacht, maar uiteindelijk gaat dat plan niet door. Boudewijn blijft in Zwitserland. Dat jaar wordt door de ministerraad een belangrijk punt be- sproken. Regent Karel heeft een nieuwjaarstelegram ontvangen van generaal Franco. Mag de regent antwoorden en zo ja, op wel- ke manier? Op de ministerraad van 13 januari 1947, onder leiding van premier Camille Huysmans, is het een punt van heftige discus- sie. Minister Spaak van Buitenlandse Zaken vindt dat Karel beter niet antwoordt. Toch vereist het protocol dat. Een andere minister verwijst naar de koningin van Nederland, die wel geantwoord zou hebben. De regering beslist na ampel be- raad dat Karel geen antwoord aan Franco mag sturen. De vrees bestaat dat dit in de Spaanse pers misbruikt zal worden en dat een tegenstelling tussen Karel en de regering gecreëerd wordt. De hou- ding van Boudewijn tegenover Franco zal weldra voor heel wat grotere problemen zorgen binnen de regering. Het bezoek aan Cuba en de vs In België is er na de Tweede Wereldoorlog voortdurend politiek gekrakeel. Er is een felle discussie tussen voor- en tegenstanders van Leopold iii. Dit debat zal uitmonden in de koningskwestie. We komen er in het volgende hoofdstuk uitgebreid op terug.
  36. 36. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 39 Boudewijn merkt er relatief weinig van. In villa Le Reposoir worden wel af en toe politici uit België ontvangen. Maar Boudewijn hoort enkel de versie van zijn vader. Hij vindt dat de Belgische politici Leopold onrecht hebben aangedaan. Zijn vader moet op- nieuw koning worden. Van januari tot april 1948 verblijft de koninklijke familie op Cuba. Officieel zijn ze met vakantie. Leopold hoopt evenwel op een uitnodiging van de Verenigde Staten. Die komt er niet. Alleen Boudewijn mag het land binnen. De bedoeling is duidelijk. Leopold wil de wind uit de zeilen nemen van zijn gehate broer Karel. De regent is er op staatsbezoek. Marc Platel schrijft: ‘Het doel is het succes van de prinselijke reis te neutraliseren.’ Leopold heeft zijn broer Karel nooit vergeven dat hij het regentschap van België aanvaard heeft. Voor Leopold was dit een blamage. Leopoldisten beweren net het tegenovergestelde. Volgens hen wil prins Karel de reis van Leopold en Boudewijn neu­ traliseren. De houding van beide kampen verscherpt door al die heisa op dramatische wijze. In april 1948 brengt Karel, op uitnodiging van president Truman, een bezoek aan de Verenigde Staten.
  37. 37. 40 koning boudewijn Boudewijn bezoekt van 28 februari tot 1 april in de Verenigde Staten onder meer de steenkoolmijnen. Begeleider Du Parc verge- zelt hem. Volgens de Amerikaanse pers gaat het om een ‘gelijkaar- dig bezoek als dat van Albert i’. Die bezocht in 1920 dezelfde Ves- ta 5 mijnen van de Jones & Laughlin Steel Corporation. Naar eigen zeggen is het voor Boudewijn zijn beste herinnering aan de trip. ‘Het klinkt stellig vreemd uit de mond van een achttienjarige,’ aldus Fralon. De prins bezoekt ook de redactie van The New York Times, Los Alamos en de militaire academie van Westpoint. Een nieuw plan is dat Boudewijn na zijn achttiende verjaardag in september een militaire opleiding in België aanvat. ‘Menigeen acht de terugkeer van prins Boudewijn zeer gewenst,’ schrijven de kranten. ‘Omdat hij anders al te zeer van land en volk zal gaan vervreemden.’ Na de Amerikaanse rondreis keert Boudewijn terug naar Cuba. Er zijn nog enkele dagen voor ontspanning. Opdracht geslaagd. Over de reis van prins Karel, regent van België, spreekt nagenoeg niemand. Vanaf 1942 begon Lilian zich over de opvoeding van de kinderen van Astrid te ontfermen.
  38. 38. DE JAREN DERTIG-VIJFTIG 41 In september 1948 wordt Juliana koningin van Nederland. Leo- pold heeft een formeel verzoek ontvangen van de Belgische rege- ring om zijn zoon af te vaardigen. Leopold weigert. Boudewijn mag niet aanwezig zijn op de kroning. De reden is onbekend. De Ne- derlandse pers is verontwaardigd. Eind 1948 of begin 1949 moet in het leven van de kroonprins iets merkwaardigs gebeurd zijn. Boudewijn vertelt later dat God hem sedert de leeftijd van achttien jaar nooit meer verlaten heeft. Heeft hij een openbaring gekregen? ‘Sinds die dag is alles veran- derd. Deze aanwezigheid (van God) heeft me sinds de leeftijd van achttien jaar niet meer losgelaten.’ Le Pot Enkele maanden later, op 13 juni 1949, is het gezellig druk in café Le Pot in Brussel. Een journalist van Time vraagt de aanwezige klan­ ten wat ze eigenlijk denken over Leopold iii en Boudewijn. De ko­ninklijke familie verblijft nog steeds in Zwitserland en prins Karel is nog steeds regent van België. Die situatie kan niet eeuwig blijven duren. Wat moet er dan gebeuren? De cafébaas is duidelijk: ‘Om het probleem op te lossen moet Leopold troonsafstand doen en moet Boudewijn koning worden.’ Het standpunt van de Brusselse café- baas is typisch voor Brussel en het industriële deel van Wallonië. Tijdens een volksraadpleging die negen maanden later gehouden zal worden, zal deze visie nog duidelijker worden. België wordt virtueel uit elkaar gescheurd. Vlaanderen is voor de terugkeer van Leopold. Brussel en twee Waalse provincies, Henegouwen en Luik, zijn tegen. Als de journalist van Time de patron van Le Pot voor de voeten werpt dat Boudewijn niet echt de snuggerste is, reageert de man als door een wesp gestoken: ‘We horen inderdaad dat Boudewijn niet echt briljant is, maar wie wil verdorie een slimme koning?’ Typische caféwijsheid. Toch gelooft de cafébaas niet echt in zijn scenario. Hij weet dat Leopold iii een ‘koppige en bittere man is’. Leopold zal zich inder- daad vastklampen aan de troon. Maar hij moet uiteindelijk wijken voor zijn zoon. Voor even, denkt Leopold bij zichzelf.
  39. 39. hoofdstuk 1 De jaren vijftig: lood ‘Het is aangenaam prins tegen een koning te zeggen, omdat het zijn waardigheid vermindert.’ blaise pascal Tijdens het verblijf van Leopold in Zwitserland wordt hij na het einde van de Tweede Wereldoorlog geregeld bezocht door Bel- gische politici. De man die hem het vaakst ontmoet is Paul-Henri Spaak. De socialistische minister probeert herhaaldelijk de dialoog met Leopold te hervatten. Spaak heeft een concreet voorstel op zak: de koning neemt het regentschap van Karel over tot Boude- wijn meerderjarig is. De twee mannen spreken daar in het groot- ste geheim over, onder meer op 18 januari 1948. Maar Leopold iii komt met een tegenvoorstel. Hij wil een referendum over de vraag of hij weer op de troon mag of niet. Hij gokt daarbij op zijn popu- lariteit onder de bevolking. Het dreigt een patstelling te worden. Leopold stelt zich tijdens de gesprekken met de Belgische po- litici hard op. Eind april 1949 heeft hij nog een vruchteloos gesprek met Paul-Henri Spaak en zijn broer Karel. Maar op 26 juni van dat jaar denkt Leopold dat er eindelijk een doorbraak is. De christen- democraten behalen tijdens verkiezingen de absolute meerderheid in de Kamer en beslissen een volksraadpleging te houden. Eigenlijk proberen ze enkel tijd te winnen. Dat blijkt ook duidelijk uit het feit dat die raadpleging pas in de lente van 1950 gehouden zal wor­ den.
  40. 40. 44 koning boudewijn ‘De campagnes die in het kader van deze volksraadpleging ge- houden worden, zijn ontzettend hevig en doen veel stof opwaaien,’ noteert Fralon. De beslissing om de mening van het volk te vragen in deze kwestie is dan ook een politieke blunder. Voor- en tegen- standers van Leopold iii staan lijnrecht tegenover elkaar. Het referendum bestond maar uit één vraag: ‘Bent u van mening dat koning Leopold iii zijn grondwettelijke bevoegdheden weer op moet nemen?’ Stemmen was verplicht, maar zoals auteur Roger Keyes terecht opmerkt, weerhield niets de kiezer zijn stembiljet ongeldig te maken. De raadpleging van het volk was eigenlijk geen echt referendum. Leopold had zelf gevraagd om de uitslag van de bevraging als een richtlijn voor het parlement te beschouwen. Zo zouden de volksver­ te­genwoordigers over de terugkeer van de koning kunnen beslis- sen. De regering wist dat de volksraadpleging een grote gok was. Als Leopold meer dan zestig procent van de ja-stemmers achter zich kon scharen, kon hij als koning naar België terugkeren. Als er minder dan vijfenvijftig procent ja-stemmen waren, wenkte de troonsafstand. Al op 15 december 1949, maanden vóór de volksraadpleging, voorspelt The New York Times dat de meest waarschijnlijke uitslag tussen vijfenvijftig en zestig procent zal liggen. ‘Op basis van die voorspelling twijfelen veel waarnemers aan de wenselijkheid van een dergelijke volksraadpleging,’ schrijft de krant profetisch. De stemming zelf verloopt vrij rustig. Dat is verrassend aange- zien de voor- en tegenstanders van Leopold het in de maanden daarvoor heel hard hebben gespeeld. Leopold haalt uiteindelijk een kleine meerderheid van 57,68 procent. Van de 5.236.740 uit- gebrachte stemmen zijn er 2.933.382 voor en 2.151.881 tegen zijn terugkeer. In totaal zijn er slechts 151.477 blanco of ongeldige stem- men. De weg naar het koningschap ligt dus in eerste instantie open. Zo ziet Leopold het resultaat ook. Auteurs schrijven vandaag dat Vlaanderen voor een terugkeer van Leopold stemde, en Brussel en Wallonië tegen. Dat is niet he- lemaal correct. In de biografie over Leopold iii van Roger Keyes staat een kaart van België met de resultaten van die eerste en
  41. 41. de jaren vijftig: lood 45 enige volksbevraging. Vlaanderen stemde inderdaad voor een te- rugkeer van Leopold. Vooral het arrondissement Turnhout (84,5 pro­cent) en Maaseik-Tongeren (84,3 procent) waren voor. Brussel en de arrondissementen net ten zuiden van de hoofd- stad waren tegen. In Bergen haalde Leopold nauwelijks 31,2 pro- cent. In Zinnik 34,4 procent en in Nijvel 37,3 procent. Maar nog meer ten zuiden van ons land wordt de verhouding opnieuw po- sitief voor Leopold. In Dinant-Philippeville is 59,7 procent voor een terugkeer van Leopold. In Marche-en-Famenne/Bastogne-Arlon is dat percentage zelfs 65,7 procent. Er is dus geen sprake van een tweedeling (Noord/Zuid) maar een driedeling. Vlaanderen is voor een terugkeer van Leopold, Brussel en de arrondissementen ten zuiden van de hoofdstad tegen. De arrondissementen helemaal in het zuiden van het land, hoofd- zakelijk de provincie Luxemburg, is opnieuw voor Leopold. Zelfs in de provincie Namen was 52,8 procent voor de terugkeer van Leopold. Of anders bekeken: het industriële België was tegen Leo- pold, het rurale België voor. Een Pyrrusoverwinning Zodra de uitslag van de raadpleging officieel bekend is, brengen pre­mier Gaston Eyskens en de voorzitters van de beide Kamers een bezoek aan Leopold in Prégny. Leopold verklaart dat hij kennis neemt van die uitslag en de uiteindelijke beslissing van het parle- ment zal respecteren. Socialist Paul-Henri Spaak voert een heftige campagne tegen Leopold. Hij publiceert op 22 maart 1950 een open brief in de socia­ listische krant Le Peuple. Hierin vraagt de linkse politicus uitdruk- kelijk aan Leopold om niet naar België terug te keren. Spaak stelt voor dat Boudewijn koning wordt en zijn taken overneemt. ‘Het land moet zich rondom zijn figuur groeperen.’ Het voorstel valt in dovemansoren. Een belangrijk element in de ontwikkeling van de konings- kwestie is de boodschap van 15 april 1950, waarin Leopold iii zelf een tijdelijke machtsdelegatie aan zijn zoon Boudewijn oppert. Volgens Gaston Eyskens is dat een ‘fantastische boodschap die be­
  42. 42. 46 koning boudewijn wees door welke dwaze mensen de koning omgeven was’. Eyskens denkt vooral aan zijn secretaris Jacques Pirenne, ‘le gaffeur’, of vrij vertaald: ‘de politieke Guust Flater’. De dag daarop werd het stand- punt opnieuw gewijzigd. De wet die de terugkeer van Leopold mogelijk maakt, wordt op donderdag 20 juli 1950 gestemd. ‘Dit moet gebeuren nog vóór de nationale feestdag aangebroken is,’ schrijft Fralon, ‘want het is sym­bolisch belangrijk.’ Tegelijk wordt de onmogelijkheid om te regeren voor Leopold opgeheven. Alle christendemocraten stem- men voor. Er is ook een liberaal die met hen meestemt, Hilaire La­haye. De andere liberalen, socialisten en communisten verlaten uit protest het halfrond. Het nieuws werd onmiddellijk doorgebeld naar de koning in Zwitserland. ‘Zijn reactie was karakteristiek,’ schrijft biograaf Keyes. ‘Hij kuste Lilian en Boudewijn en zonder een woord te zeg- gen trok hij zich terug in zijn persoonlijk appartement.’ Leopold had zijn slag thuisgehaald. De volgende dag, op de erg symbolische eenentwintigste juli, arriveert premier Duvieusart in Zwitserland om het officiële besluit van het parlement te overhandigen. Leopold wordt verzocht zijn koninklijke bevoegdheden opnieuw op te nemen. Uiteraard aan- vaardt hij deze opdracht. Ook zijn echtgenote Lilian Baels is in de wolken. Eindelijk zal ze koningin van België worden. Haar droom wordt bewaarheid. Zijn broer Karel schampert dat Leopold de ko- ning is van één partij, de christendemocraten. Lang zal het nieuwe koningschap van Leopold dan ook niet duren. De terugkeer Zaterdag 22 juli 1950, vroeg in de ochtend. Op het militair vliegveld van Evere is het bewolkt. Om halfacht landen twee legervliegtuigen van het type Dakota uit Zwitserland. In het eerste vliegtuig zitten Leopold iii, prins Albert en premier Jean Duvieusart. In het twee- de toestel zit prins Boudewijn. Het is een traditie bij de Coburgs om niet samen in één vliegtuig te reizen. Als het ene vliegtuig neer­stort, overleven de passagiers in het andere en is de schade voor de monarchie beperkter.
  43. 43. Leopold en Albert stappen uit. Leopold draagt een nieuw uni- form, maar loopt er toch wat onwennig bij na ettelijke jaren bal- lingschap. Hij is zes jaar niet meer in België geweest. ‘De oorlog, de bezetting, de deportatie, de koningskwestie, de zes jaar balling- schap hadden scherpe harde trekken in zijn bruingebrand gelaat gekerfd,’ schrijft journalist Louis De Lentdecker. Hij was er die grijze ochtend bij. Sommigen maken zich grote zorgen over het gedrag van Leo- pold. ‘Het probleem is niet het Coburg-karakter,’ noteert auteur Victor Mallet, ‘maar het Wittelsbach-bloed dat in zijn aderen stroomt. Dat bloed is gek en gevaarlijk.’ Mallet verwijst naar de moeder van Leopold, de ‘gekke’ rode koningin Elisabeth. Uit het tweede vliegtuig stapt Boudewijn. Zonder uniform, maar met een olijfkleurig burgerpak. Aan de linkerrevers is een zwarte band bevestigd, ten teken van rouw. De moeder van Lilian Baels is immers een paar dagen voordien overleden. Zelfs op die rouw- band komt kritiek in de linkse pers. Daarna stapt prins Albert uit. ‘Och Here,’ vervolgt De Lentdecker in het huldeboek 60/40. ‘Wat Koning Leopold met zijn twee zonen in het kasteel van Laken, vlak na hun terugkeer uit Zwitserland, juli 1950. de jaren vijftig: lood 47
  44. 44. 48 koning boudewijn was u jong, onhandig, bedeesd.’ Boudewijn liep met broer Albert wat slungelachtig achter Leopold. Hij is dan nog geen twintig jaar. Opvallend detail: Boudewijn kijkt stuurs voor zich uit. Hij heeft een uitgestreken lijkbiddersgezicht. Zijn broer Albert kijkt aan- dachtig naar de aanwezige troepen. ‘Boudewijn is mager als een panlat en draagt een bril,’ beschrijft Roegiers. ‘Zijn stem is onvast, zijn rug gekromd, zijn borst smal en ingevallen.’ Wie kon denken dat die slungel een jaar later ko- ning van België zou zijn? En vooral, wie kon toen voorzien dat hij dat gedurende meer dan vier decennia zou blijven? Op het vliegveld was het stil, herinnert De Lentdecker zich. Dood- stil zelfs. Iedereen zweeg. De sfeer op de luchthaven was ‘halluci- nant’. Er was geen volk, geen geestdrift. ‘Zij die het meemaakten, hadden allen een gezicht halfstok, alsof ze naar een begrafenis, erger nog, naar een terechtstelling kwamen.’ Die ochtend bij de ontvangst van Leopold en zijn zonen zijn er welgeteld zevenenveertig journalisten aanwezig. En allemaal voel- den ze die beklemming. Er past bij het beeld maar één stukje mu­ ziek: l a marche funèbre. In een sliert van twaalf auto’s rijdt het gezelschap vervolgens met hoge snelheid naar de binnenstad van Brussel. ‘Er waren wei- nig toeschouwers,’ noteert De Lentdecker. ‘De stad scheen leeg en grijs en kaal.’ Officieel wordt verteld dat de mensen niet wisten dat Leopold die dag terugkwam. ‘Zij wisten het wel, maar duizen- den en duizenden waren bang voor het straatgeweld, vechtpar- tijen of misschien erger.’ De regering had even het idee geopperd om de koning per he- likopter naar Laken te vervoeren. Er werd gevreesd voor incidenten in de straten van Brussel. Paul-Henri Spaak vertelt op 29 juli 1950 aan Robert Murphy, ambassadeur van de vs in ons land, dat er niet alleen een burgeroorlog dreigt maar ‘dat België ook uit elkaar dreigt te barsten’. De volgende dag zullen in Grâce-Berleur bij Luik drie doden vallen. Een vierde overlijdt later.
  45. 45. ‘Leve de republiek’ Op 22 juli, de dag van de terugkeer, legt Leopold om één uur ’s mid­dags een verklaring af. ‘Zijn toespraak is stuntelig en irriteert zelfs sommigen van zijn aanhangers,’ noteert Fralon. Leopold slaagt er na zes jaar ballingschap gewoon niet in de juiste toon te vinden. Het laatste bedrijf van dit drama speelt zich af tussen 22 juli en 1 augustus. De gebeurtenissen van die week zullen het lot van Boudewijn resoluut een nieuwe wending geven. In het katholieke Vlaanderen is men tevreden over de terugkeer van Leopold. In een groot deel van Wallonië wordt daarentegen woedend gereageerd. De doden in Grâce-Berleur bij Luik zijn een dieptepunt. De ana- lyse van Spaak is terecht: België bestaat op dat moment uit twee volkeren met compleet tegengestelde verlangens. De toestand is eind juli 1950 zelfs ronduit bizar. Aan het ko- ninklijk paleis liggen duizenden bloemen als steunbetuiging voor Leopold iii. Die bloemen komen uit Vlaanderen. Tegelijk heerst er in de zomer van 1950 een prerevolutionair klimaat in België. Hoe is dat mogelijk? België blijft nu eenmaal een kunstmatige staat. Paul Theunissen schetst in zijn boek over de koningskwestie een bijzonder negatief beeld van Leopold iii. De koning bleef zich immers tot het allerlaatste moment verzetten tegen een troonsaf- stand. Hij stelde zich onverzoenbaar op. Volgens Theunissen draait de koningskwestie in essentie om de tegenstelling tussen een au- toritair bewind onder Leopold versus een democratie. Dat Leopold er een heel autoritaire visie op nahield, blijkt duide­ lijk uit het ontwerp van een nieuwe grondwet, opgesteld door Louis Fredericq, de kabinetschef van de koning. Het ontwerp ademt de geest van de Nieuwe Orde. Het parlement zou niet meer recht- streeks verkozen worden en een groot deel van zijn macht inleve- ren. Ministers zouden bovendien rechtstreeks onder de koning ressorteren en niet langer verantwoording moeten afleggen aan het gekortwiekte parlement. Louis Fredericq werkte vanaf september 1940 aan deze nieuwe grondwettekst. Hij werd bijgestaan door de grondwetspecialisten Raoul Hayoit en René Marcq. Het drietal wilde een oplossing vin- den voor de politieke instabiliteit van het interbellum. Bij het de jaren vijftig: lood 49
  46. 46. 50 koning boudewijn uitwerken van nieuwe grondwetsartikels vroegen ze vreemd ge- noeg telkens het advies van kardinaal Van Roey. Behalve de beknotting van de macht van regering en parlement bepaalt de nieuwe grondwet de afschaffing van de persvrijheid. Leopold had zich in de jaren dertig vaak geërgerd aan de bericht- geving van de linkse antiroyalistische kranten. Hij vond dat ze voor eens en altijd het zwijgen opgelegd moesten worden. Volgens Herman Van Goethem en Jan Velaers is het belangrijk- ste onderdeel van de wettekst het nieuwe artikel 25: ‘De koning is het staatshoofd: hij oefent alle bevoegdheden uit die niet aan een van de andere overheden zijn toegekend in de grondwet of in de wetten.’ De auteurs benadrukken dat hiermee het huidige prin- cipe van de macht van de koning omgekeerd wordt. In de bestaan- de grondwet oefent de koning geen macht uit tenzij anders be- paald. In de nieuwe grondwet oefent de koning alle macht uit tenzij anders bepaald. Het betekent in elk geval het einde van het parlementair systeem. Leopold wilde niet alleen meer macht, hij bleef zich vastklam- pen aan het koningschap. Dat wordt bevestigd door de onthullin- gen van Carlo graaf Sforza, de toenmalige minister van Buiten- landse Zaken van Italië. Sforza had in juni 1950 een geheime ont- moeting met Leopold toen de koning de paus bezocht. ‘Leopold heeft absoluut niet de bedoeling om af te treden,’ aldus Sforza. Boudewijn volgt een militaire opleiding Het is traditie dat toekomstige koningen een militaire opleiding volgen. Leopold iii was student aan de Koninklijke Militaire School. Boudewijn had daarentegen door de oorlog en het gedwongen verblijf in Zwitserland niet de kans gehad om die opleiding te vol- gen. Na zijn terugkeer uit Zwitserland wilde Leopold het koning- schap voor onbepaalde tijd weer opnemen. Hij had immers het vertrouwen van de bevolking gekregen bij de raadpleging, en ook het parlement had het licht op groen gezet. Aangezien Leopold ervan uitging dat zijn oudste zoon Boudewijn geen rol van beteke- nis zou spelen in de komende jaren, stippelde hij een militaire
  47. 47. opleiding voor hem uit. Hij werd daarvoor naar de pantserschool in Flawinne gestuurd. Toen duidelijk werd dat Leopold het koningschap uit zijn hoofd moest zetten, werd de nauwelijks gestarte opleiding van Boudewijn stopgezet. Hij keerde in allerijl naar Brussel terug en zou nadien koninklijke prins worden. Kortom, Leopold heeft tot de allerlaatste snik gestreden voor zijn troon maar hij moest uiteindelijk toch aftreden. Op 1 augustus 1950, na een lange nacht van politiek getouwtrek, trok Leopold iii zich terug ten voordele van zijn zoon. De Britten hadden het noch- tans liever anders gezien. Hun voorkeursscenario was het aftreden van Leopold én Boudewijn. Bijna werd dat scenario ook werkelijkheid. Een politicus die niet genoemd wil worden, vertelt dat Leopold zijn oudste zoon moest overtuigen om de troon daadwerkelijk te aanvaarden. ‘Bou- dewijn had een zeer agressieve en uitdagende verklaring voorbe- reid. Daarin stond dat hij weigerde de troon te aanvaarden indien zijn vader gedwongen werd om af te treden.’ Boudewijn had het moeilijk met het onrecht dat zijn vader werd aangedaan. Volgens die politicus heeft Leopold lang met zijn zoon moeten spreken om die strijdlustige verklaring in te trekken. En dan gaat het snel. Al op vrijdag 11 augustus 1950 zal Boude- wijn de grondwettelijke eed in het parlement afleggen. Hij wordt tegen zijn wil koning. De man die geen koning wilde zijn is niet voor niets de sprekende ondertitel van de biografie van Fralon. Koningin Fabiola bevestigt veel later deze versie. ‘Hij was ontredderd omwil­ le van de verantwoordelijkheid op het moment dat hij zijn vader moest opvolgen.’ ‘Het spreekgestoelte in de Kamer was voor die gelegenheid af­ gebroken en vervangen door een licht verhoog waar een gouden troon op een rood tapijt prijkte,’ herinnert Gaston Eyskens zich. Tegenstelling tussen het volk en de politieke klasse Boudewijn komt aan de macht door de koningskwestie. De libe- rale politicus Willy De Clercq vindt dat de katholieken deze kwes- tie schromelijk misbruikt hebben. In zijn biografie schrijft hij daar de jaren vijftig: lood 51
  48. 48. 52 koning boudewijn erg scherp over: ‘De cvp-magnaten bedienden zich van laaghar- tige politieke kuiperijen om een klerikale meerderheid aan het land op te leggen.’ Alle slagen, ook die onder de gordel, zijn toegelaten. ‘De kleri- kalen grijpen de koningskwestie enkel aan als redmiddel om de absolute meerderheid te halen,’ klinkt het wrang. Historicus Vincent Dujardin ziet het enigszins anders: ‘De ko- ningskwestie riep een diepgaande tegenstelling in het leven tussen het volk enerzijds en de politieke klasse anderzijds.’ Volgens Du- jardin kende het volk zijn koning niet zo goed. Het reageerde in 1950 op een emotionele manier. Net zoals het in 1993, bij het over­ lijden van Boudewijn, op een even sentimentele manier zal reage- ren. De politieke klasse kende Leopold iii veel beter. Volgens Du- jardin was daarom slechts een kleine minderheid onder hen voor zijn terugkeer. We keren met Gaston Eyskens nog even naar het parlement terug. ‘In een doodse stilte waren de parlementsleden gaan zitten,’ schrijft Eyskens. Nu is het is aan Boudewijn. Zijn rechterhand heeft hij al omhooggestoken. In zijn linkerhand heeft hij zijn kepie, zijn zwaard én een spiekbriefje. Dat is veel voor één hand. Als hij even aarzelt, roept een communistisch parlementslid: ‘Leve de repu- bliek!’ Volgens sommigen gaat het bij de koningskwestie dus niet alleen om de tegenstelling ‘autoritair bewind’ versus ‘democratie’ maar ook tussen ‘monarchie’ en ‘republiek’. Maar wie roept dit? In eerste instantie wordt gedacht aan de communist Julien Lahaut. Maar volgens José-Alain Fralon is het Lahaut’s partijgenoot Georges Glineur. Ook Eyskens weet dat het Glineur is. Een week later, om negen uur ’s avonds, wordt Lahaut vermoord. Het blijft een van de zeldzame politieke moorden in ons land. Toch is het niet echt een verrassing. Want al de dag na de eedaflegging van Boudewijn in het parlement ontploft er een bom bij het hoofdkwartier van de communistische partij van Bel- gië. Er is alleen materiële schade. Enkele ruiten van het gebouw zijn gesneuveld. Een duidelijke waarschuwing aan de communis- ten. Velen zien vandaag een rechtstreeks verband tussen de repu- blikeinse oprisping van de communisten in het parlement en de moord op Lahaut. Ten onrechte. Volgens historica Chantal Kesteloot
  49. 49. bestond het plan om Lahaut te vermoorden al veel langer. ‘Het plan is terug te voeren naar de kringen van anticommunistische ultra’s.’ Voor haar is Lahaut een vijfde slachtoffer van de konings- kwestie. Maar wie heeft Lahaut vermoord? Om de strijdkreet van Glineur in het parlement goed te begrijpen, moeten we terug in de tijd. Twee decennia voor de eedaflegging van Boudewijn is Albert i, de grootvader van Boudewijn, aan de macht. De communistische politicus Henri Glineur wordt begin ja­ren dertig veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf wegens smaad aan de koning. Hij had onthuld dat Albert i een mooi pakket aan- delen bezat in de Waalse steenkoolmijnen van Marchienne-au-Pont, meer bepaald voor 9,2 miljoen frank (nu: 276 miljoen frank of 6,8 miljoen euro). Op zich is dat natuurlijk geen reden voor een veroordeling. Al- leen schrijft Glineur in februari 1932 ook dat Albert i eigenlijk een ‘sadist is die komt kijken naar het gekookte vlees van de goede kompels die gestorven zijn voor de glorie van het persoonlijke profijt van het Huis van Albert & Co’. Net daarvoor waren immers in een mijn 16 doden en 11 zwaar- gewonden gevallen. Albert i brengt een bezoek aan de slachtoffers. De ramp zou veroorzaakt zijn door een tekort aan veiligheidsmaat- regelen. De stelling van Glineur is, achteraf bekeken, wel erg kort door de bocht. Albert trof natuurlijk geen directe schuld voor dat onge- val. Het was de verantwoordelijkheid van de directie – niet van de aandeelhouders. En een sadist is iemand die plezier beleeft aan het lijden van een ander, terwijl koning Albert de nabestaanden kwam troosten. Henri Glineur is de broer van Georges Glineur. Henri wordt ge­ boren in 1899. Hun vader is mijnwerker en zelf zal Georges ook in de mijnen werken. Beide broers zijn overtuigde communisten en rabiaat tegen de monarchie. Als Georges bij de eed van Boudewijn ‘Leve de republiek!’ roept, is hij de zware straf voor zijn broer na- tuurlijk nog niet vergeten. de jaren vijftig: lood 53
  50. 50. 54 koning boudewijn Het eerste wapenfeit in de prille regeerperiode van Boudewijn is dus een moord, een politieke moord nog wel. Maar wie heeft La­haut vermoord? Het antwoord is volgens sommigen eenvoudig: François Goossens. Volgens recente onthullingen zou Goossens evenwel niet geschoten hebben. Hij was wel aanwezig toen Lahaut in koelen bloede vermoord werd. Liberaal politicus Vincent Van Quickenborne is er voorstander van de moord grondig te onderzoeken. In 2002 zei hij aan De Mor- gen dat het een kans biedt om de mythe te ontkrachten dat het koningshuis zelf iets met de moord op Lahaut te maken heeft. Quod non. Want de regering Leterme, waarin minister Van Quickenborne overigens zetelt, houdt het initiatief immers tegen met de drogre- den dat er geen geld is voor de studie. La Libre Belgique schrijft dan ook: ‘Het dossier blijft zo gevoelig dat sommigen zich afvragen of het koninklijk paleis niet verbonden is met dit dossier.’ Boudewijn wil Karel weg Terug naar de zomer van 1950. Enkele uren na zijn eedaflegging op 11 augustus, hoort de koninklijke prins Frans Van Cauwelaert, voorzitter van de Kamer, uit over de vorming van de regering. Bou­ dewijn is niet alleen. Hij is vergezeld van zijn kabinetschef Etien­ ne baron de le Court. ‘Dat is zeer ongebruikelijk,’ noteert Em­­ma­ nuel Gerard. Sommigen hebben er begrip voor. Alles is nieuw voor Boudewijn. De Vlaming Jef Deschuyffeleer wordt adjunct-kabinetschef van Boudewijn. Lang houdt hij het niet vol. In oktober 1950 verdwijnt hij al uit het kabinet van de koning. Toch is dit een belangrijk ge­ geven. Deschuyffeleer is een christendemocraat van acw-strekking. De Vlaamse katholieken zorgen er onmiddellijk voor vertegen- woordigd te zijn in de omgeving van de koning. Boudewijn stelt midden augustus harde eisen tegenover voor- malig regent Karel. Karel heeft zich na de eedaflegging van zijn neef teruggetrokken in de linkervleugel van het koninklijk paleis. Maar Boudewijn wil zijn oom daar weg. Sterker, ‘Boudewijn wilde namelijk geen voet in het paleis zetten zolang zijn oom Karel er
  51. 51. woonde,’ schrijft Rien Emmery. Wellicht wordt Boudewijn opge- stookt door Leopold. Boudewijn stuurt dan ook zijn ‘adjudanten’, het duo Amaury de Merode (grootmaarschalk) en Etienne de le Court (kabinetschef), op pad om zijn eis te bepleiten bij premier Pholien. Eind augustus 1950 ontvangt de eerste minister de gezanten van Boudewijn en luistert naar het verzoek van de koning. Boudewijn stelt tegelijk ook een nota op voor Pholien. ‘Het is verloren moeite te hopen op het bedaren van de gemoederen en de eenheid van de Belgen rondom mijn persoon, indien onze land- genoten kunnen veronderstellen dat ik mijn functie slechts vervul onder de controle van een ander lid van de koninklijke familie,’ schrijft Boudewijn. Dat is wel erg cynisch, aangezien hij volgens de meeste waarnemers zelf de eerste tien volgende jaren onder de plak van zijn vader en stiefmoeder Lilian zal liggen. Op 7 oktober wordt Karel manu militari uit het paleis gezet, on- der het toeziend oog van rijkswachters. Alfred Bastien, kunstschil- der en vriend van Karel, schrijft hierover in zijn dagboek: ‘Die haat van twee broers (Karel en Leopold) gaat alle verbeelding te boven!’ Boudewijn zelf is naar verluidt ‘erg gelukkig’ met het vertrek. Boudewijn haalt dus onmiddellijk een eerste slag thuis bij de politici. Het zal zeker niet de laatste zijn. ‘Hij (Karel) had een ver- banning niet verwacht,’ beweert Emmery. Het manoeuvre van Bou­dewijn komt dus totaal onverwacht voor de voormalige regent van ons land. ‘Hij (Karel) zag nog een politieke rol voor zichzelf weggelegd als raadgever van zijn jonge neef.’ Objectief bekeken was dat na- tuurlijk geen slecht idee, want Karel had veel politieke ervaring opgedaan tijdens zijn regentschap. Bovendien werd hij door bui- tenlandse politici zoals Churchill erg gewaardeerd. Boudewijn daarentegen kende door zijn lange verblijf in Zwitserland niets van politiek, en al helemaal niets van de Belgische politiek. Het plan is dat Karel naar het domein van Argenteuil in Water- loo zou verhuizen. Maar begin november verneemt premier Pho- lien via de staatsveiligheid dat Karel in Hotel Métropole wil logeren – alleen maar om zijn broer Leopold te jennen. Karel is immers zwaar beledigd door zijn gedwongen verhuizing. Het idee om in Argenteuil te wonen wordt overigens na enkele maanden definitief opgegeven. de jaren vijftig: lood 55
  52. 52. 56 koning boudewijn Boudewijn legt de eed af als koning.
  53. 53. Koninklijke prins Wat betekent die officiële titel ‘koninklijke prins’ van Boudewijn? Het is volgens specialisten een functie tussen regent en koning. Mossel noch vis dus. De documenten en wetten die in dat jaar door Boudewijn ondertekend werden, dragen de benaming ‘konink- lijke prins/prince royal’. De verklaring is dubbel. Boudewijn was nog niet meerderjarig. De meerderjarigheid lag destijds op 21 jaar en de grondwet bepaalt dat de koning meerderjarig moet zijn. Boudewijn kan dus nog niet ten volle koning zijn. De tweede reden is dat Leopold op die manier nog een water- kansje ziet om koning te worden. Wellicht heeft hij achter de schermen gelobbyd om zijn zoon die titel toe te kennen. Bij de eerste overdracht van de macht aan zijn zoon had hij immers met de regering onderhandeld dat Boudewijn er in moest slagen om de eenheid van het land te herstellen. Als hij daar niet in zou sla- gen, zou hij niet de volgende koning worden. Een rapport van het parlement bewijst dit. ‘De koning (Leopold) blijft de koning tot de troonsbestijging van de prins,’ is het duidelijke besluit. Ook Boudewijn zelf was er heilig van overtuigd dat hij maar een paar jaar koning zou blijven. Het was voor hem een interim- baan. ‘Alles zou mettertijd rustiger worden,’ noteert Jan Van den Berghe. ‘De waarheid zou aan het licht komen en hij (Boudewijn) zou na een jaar of drie de troon weer aan zijn vader afstaan.’ Vraag is uiteraard welke waarheid. Ongetwijfeld het grote gelijk van Leopold… Op 22 augustus 1950 is er het eerste officiële optreden van de koninklijke prins. Hij brengt ter nagedachtenis hulde aan de door de bezetter gefusilleerde landgenoten. Kort daarop is er de vierde editie van het Europees Kampioen- schap voor Atletiek. Dat wordt van 23 tot 27 augustus 1950 in het Heizelstadion georganiseerd. Boudewijn heeft alweer geluk. Gaston Reiff wint brons op de vijfduizend meter. Alle blikken zijn noch- tans op Boudewijn gericht. Tegenstanders hopen op een faux pas. ‘Maar hij slaat er zich prima doorheen,’ herinnert Patrick Roegiers zich. Op 7 september 1950 viert Boudewijn zijn eerste verjaardag op Belgische bodem sinds de Tweede Wereldoorlog. De driekleur wappert overal ter ere van de koninklijke prins. de jaren vijftig: lood 57
  54. 54. 58 koning boudewijn Boudewijn krijgt vooral vanuit extreemlinkse hoek tegenwind. Volgens de communistische De Rode Vaan is hij een ‘snotaap’. Zelfs zijn omgeving erkent dat hij bitter weinig persoonlijkheid heeft en ‘verstandelijk zeer beperkt is’. Helemaal ongelijk heeft het blad niet. Alleen, wat is op dat ogenblik het alternatief? Een republiek? Onmiddellijk ontstaan ook geruchten dat Boudewijn gaat trou- wen. In 1950 schrijft het dagblad Combat dat Leopold de graaf van Parijs om goedkeuring vroeg voor een huwelijk van Boudewijn met Isabelle, de dochter van de graaf. Die geruchten houden aan tot in 1960. Ondertussen werkt Boudewijn zich in. En dat is nodig. Hij kent geen enkele politicus en hij kent geen enkel politiek dossier. Het aantal publieke optredens wordt dan ook beperkt. Maar enkele maanden later, op zondag 2 december 1950, moet Boudewijn aan- wezig zijn op een wedstrijd van fokpaarden. Hubert Pierlot, de voormalige eerste minister, is er ook. Boudewijn weigert hem de hand te schudden. ‘Meer nog. Hij keert hem ostentatief de rug toe,’ aldus Fralon. Boudewijns gedrag is allerminst goed te praten, maar verklaar- baar. Pierlot had in 1940 harde woorden over Leopold iii geuit. Het is de eerste flater van Boudewijn. Er zullen er nog vele volgen. Tijdens een audiëntie laat hij bijvoorbeeld een niet nader genoem- de antiroyalistische minister gewoon rechtstaan. En tegen een andere politicus antwoordt hij bits dat hij een zelfde opmerking al eens drie dagen eerder gemaakt heeft. Eigenlijk is het beleid van de koning op dat ogenblik ronduit ‘antipolitiek’. Boudewijn lust sommige politici rauw. ‘Hij is twee dagen ziek als hij de hand heeft moeten schudden van een bewindsman die hij minacht,’ weet Roegiers. Het gaat om André de Staercke, de secretaris van zijn oom Karel. Boudewijn had De Staercke op het paleis uitgenodigd om over de navo te spreken. Na nauwelijks enkele minuten wordt de gast al onderbroken. ‘Waarom bent u vijandig tegenover mijn vader?’ vraagt Boudewijn op strenge toon. Later wordt de relatie tussen Bou­dewijn en De Staercke beter. Slechter kon natuurlijk niet. Volgens Mark van den Wijngaert zal Boudewijn ‘altijd een zeke­ re afstand tegenover de politieke klasse bewaren’. Hij zal zich ook altijd ietwat verheven voelen. Zeker op het einde van zijn loopbaan is dat duidelijk. Hij vindt de meeste politici maar klaplopers.
  55. 55. Omgekeerd moeten de politici in de beginperiode dan weer niets hebben van ‘snotneus’ Boudewijn. Oudgediende Pierre Har- mel onthult in 2001 aan auteur Vincent Dujardin dat Boudewijn in de jaren vijftig hoegenaamd ‘geen gesprekspartner’ was. Boude­ wijn en Harmel werden desondanks goede vrienden. Volgens Mark Eyskens komt dat door het christelijk geloof, hun gemeenschap- pelijke band. Sommigen, zoals journalist Louis De Lentdecker, hadden de indruk dat bij Boudewijn in die dagen ‘de eenzaamheid, de verve- ling, de droefheid zo niet het misprijzen’ ook in het openbaar op zijn gelaat te lezen waren. Ondanks zijn leeftijd leek Boudewijn toen al ‘moe’. Roegiers omschrijft Boudewijn als ‘geremd, onbehol­ pen, in zichzelf gekeerd en angstig’. Hij voelt zich slecht in zijn vel en is ‘zo stijf als een plank’. Anderen vinden zelfs dat hij ‘zie- kelijk en futloos’ is. Volgens de Nederlandse ambassadeur is Bou- dewijn vooral ‘timide’. Al deze karaktertrekken zijn correct. Als je (hoog)bejaarde mensen vandaag vraagt wat ze zich nog her- inneren van de jonge Boudewijn, dan is het ongetwijfeld dit beeld: een onhandige slungel in een overmaats uniform met een te gro- te kepie op zijn hoofd en een sabel die onhandig naast zijn lichaam zwiept. Die beschrijving lijkt onschuldig maar is het niet. Boudewijn had immers geen militaire opleiding genoten. In tegenstelling tot vele andere leden van het koningshuis krijgt hij geen opleiding in de Koninklijke Militaire School (kms). Als hij in 1950 de eed aflegt als ‘koninklijke prins’, is het wel in het uniform van luitenant- generaal. Het is een geschenk van zijn vader Leopold, die hem op 10 augustus 1950 die hoge graad toekent. Volgens sommige critici was dat helemaal ten onrechte. Een jaar voor de eedaflegging van Boudewijn komt een com- missie in ons land tot de conclusie dat bij een eventueel nieuw militair conflict de koning beter niet meer als opperbevelhebber fungeert. Zijn rol is op dat vlak veeleer symbolisch. ‘Dat weerhoudt Boudewijn er niet van om vooral tijdens de eerste jaren van zijn koningschap nadrukkelijk het uniform van luitenant-generaal te dragen en geregeld militaire installaties te bezoeken,’ schrijven de historici in België en zijn koningen. (eigen cursivering) de jaren vijftig: lood 59
  56. 56. 60 koning boudewijn Op 14 september 1950 bezoekt Boudewijn de pantsertroepen in Flawinne. Een week later, op 21 september, is er een ontmoeting met de Zeemacht van Oostende. Op 8 november groet hij de Bel- gische vrijwilligers voor Korea in Leopoldsburg. En op 24 mei 1951 bezoekt hij de Cadettenschool van Brussel. Op 25 maart 1952 is de koning aanwezig in de infanterieschool van Aarlen en op 11 mei van dat jaar is hij in Martelange. Daar wordt een monument inge- huldigd voor de Ardense jagers. Boudewijn geeft hiermee een duidelijk signaal. Hij wil de band tussen het leger en de monarchie aanhalen. De koningskwestie bracht België in 1950 op de rand van een burgeroorlog. Die nau- were band is vanuit dat oogpunt belangrijk. Alles wat met het leger te maken heeft, beschouwt Boudewijn als zijn ‘speelterrein’. Hij zal als koning dan ook erg dicht bij de militairen staan. Als Guy Coëme decennia later voorstelt om het vredesdividend van de val van de Berlijnse muur op een andere manier te besteden dan aan het leger, wordt hij door Boudewijn persoonlijk teruggefloten. Kortom, Boudewijn heeft een enorme invloed op het leger. Die invloed verloopt rechtstreeks via de benoemingen van de topkaders in het leger. ‘Zijn Militaire Huis speelt hierin een veel grotere rol dan onder zijn voorgangers,’ weten Mark van den Wijngaert en zijn collega’s. (eigen cursivering) Boudewijn is ook bijzonder goed geïnformeerd over wat er in het leger gebeurt, soms zelfs beter dan de bevoegde minister. Hij schiet dan ook goed op met de talrijke militairen in zijn omgeving. ‘Aan officieren mag je alles vragen en ze doen het onmiddellijk,’ vertelt Boudewijn graag. Hij waardeert hun trouw, hun beschik- baarheid en hun zin voor actie. Als de legerdienst beperkt en uit- eindelijk afgeschaft wordt, is Boudewijn diep bedroefd. Toch is er een risico aan het Militaire Huis verbonden. Generaal Jacques Lefèbvre pleegt in 1995 zelfmoord na ondervraging over het dossier Sabca. Hij was eerder vleugeladjudant onder Boudewijn. Een jaar later belandt het diplomatieke paspoort van Boudewijn in de vuilnisbak. De weduwe van kolonel Hubert Rombauts, een voormalige medewerker van het Paleis, had het daar gedumpt. En dan is er generaal Georges Danloy, vleugeladjudant onder Boude- wijn, die genoemd wordt in het boek Les grands dossiers criminels en
  57. 57. Bel­gique van René Haquin en Pierre Stéphany. Danloy had contact met de anticommunistische Florimond Damman, een figuur uit extreemrechtse kringen. Het bewijst dat leden van het Militaire Huis zelf extreemrechtse ideeën koesteren, contacten hebben met elementen uit die kringen of ronduit misbruikt worden door deze extremisten. Ondertussen in Laken Boudewijn woont in de jaren vijftig bij zijn vader en stiefmoeder in Laken. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Time behandelt Li- lian hem als een kind. Boudewijn is dan een twintiger. Tijdens de lunch krijgt Boudewijn zelfs het bevel om zijn elle­ bogen van tafel te nemen. De Engelse kranten hebben er ook ple- zier in te schrijven dat Boudewijn een pantoffelheld is die naar de pijpen danst van prinses Lilian en Leopold. Als eerste minister Joseph Pholien, premier van 1950 tot 1952, in het begin van de jaren vijftig op bezoek komt bij Leopold en Lilian, wordt Boudewijn als een schooljongen weggestuurd om een asbak voor de premier te halen. De enige echte koning, zeker voor Lilian, is immers Leopold. Boudewijn is maar een leerling-koning. Tijdens een receptie op het paleis wordt Boudewijn aangekondigd. ‘De koning is daar.’ Lilian reageert gepikeerd. ‘Natuurlijk is de koning daar. Hij is er al lang.’ Ze heeft het over haar echtgenoot. Het is voor haar maar een kwestie van tijd voor Leopold zijn functie opnieuw zal opne- men. En dan zal zij koningin zijn. Wie weet wat Leopold haar wijs­gemaakt heeft. Nog een illustratie van de sfeer in Laken. In december van 1950 ziet een bezoeker dat Boudewijn ’s middags een kwartiertje te laat is. Hij heeft die dag de tijd niet gehad om zijn uniform van luite- nant-generaal uit te trekken. Dat hoort immers bij zijn middag­ ritueel, om zijn vader niet te kwetsen. ‘Liefste papa en mama,’ stamelt Boudewijn. ‘Ik ben een beetje later. Sorry daarvoor. Maar het is niet mijn schuld. Ik had een vergadering met Ernest Bevin, Dean Acheson en Robert Schuman. En die vergadering is wat uit- gelopen.’ Volgens de bezoeker blijft Boudewijn ook wachten tot de jaren vijftig: lood 61

×